‘Verbeelding brengt je overal’

AnsWortel2

Schilderij Ans Wortel

Ineens wist ik het niet meer. Ik deed een digitale betaling en ik wist mijn pincode niet meer. De pincode die ik al jaren bijna dagelijks automatisch invoerde. Ik kon het niet geloven en begon toch wat cijfers in te typen, denkend ‘dit is m’. Heel dom, want als je dat te vaak doet, word je pas geblokkeerd. Dus ik bellen met de bank. Vervolgens allerlei vragen beantwoorden ter check of je wel echt bent wie je bent, zoals: ‘wie was je eerste schoolvriendin en wat was je bijnaam als kind?’ Ik vond het grappig dat ik dat aan een totaal vreemd bankmeisje aan het vertellen was, daarna pas beseffend dat ik dat dus ooit ergens heb ingevoerd.
Alles okay, nu hoefde ik alleen nog naar een dichtbij zijnde pinautomaat te gaan en daar mijn pas te heractiveren, zei ze, met jawel: mijn pincode! Maar die wist ik niet meer, toch? Goed, dan kom je in veel papieren gedoe terecht en daar had ik zo geen zin in dat ik toch voor een andere optie ging: ‘hij valt me wel weer binnen..’

Toen ik had opgehangen besefte ik: denkend ga ik hier niet uitkomen. Sterker nog: hoe meer ik logisch probeerde na te denken, hoe groter het aantal cijferopties werd! Absolute chaos in mijn hoofd. Ik moest het over een andere boeg gooien. En dacht aan een citaat van Ab Dijksterhuis uit ‘Het slimme onbewuste’:

De onbewuste intelligentie schijnt een verwerkingscapaciteit te hebben die 200.000 keer groter is dan die van het bewuste denken. Het bewuste staat tot het onbewuste als een telraam tot een computer. Onze onbewuste intelligentie legt verbanden, zoekt associaties en pakt beelden, emoties en ervaringen mee die jij allang was vergeten.
Als je voor een belangrijke beslissing staat, kun je het onbewuste doelgericht aan het werk zetten: geef haar de opdracht een beslissing te nemen en ga vervolgens iets anders doen, zoals met de hond wandelen, uit eten of werken. Ondertussen is je brein onbewust aan het nadenken en rolt er een betere beslissing uit.

Ik laat het onbewuste zijn (of haar) gang gaan! Blij met deze tijdelijk goed voelende oplossing, sprong ik op de fiets en maakte ik een tochtje door de duinen. Heerlijk en ook aardig leeg gewaaid, maar na een uur geen pincode. Toen muziek gaan luisteren, ook fijn en ontspannen, geen pincode. Toen een besluit genomen: vandaag hoef ik mijn pincode niet te weten, want stiekem legt dat toch tijdsdruk, dus een vorm van controle, terwijl ik alles wilde behalve controle. Opgelucht. Een boek gaan lezen.. En toen ik opstond om een wasje te gaan draaien, was ie daar opeens! De viercijferige code kwam zowaar uit de lucht vallen. Of beter gezegd: uit het onbewuste..
Het bewuste vergeet, maar het onbewuste niet.

Als een kind zo blij was ik. En ik heb de smaak te pakken. Ik ben bezig wat vraagstukken en lastige beslissingen in de week leggen. Helder formuleren voor mezelf en dan loslaten. Echt loslaten, in het vertrouwen dat er iets anders, een veel wijzer stuk, van zich zal laten horen. Juist als ik mezelf wegleid van de vraag, voorbij mijn telraam van logica en voorspelbare oplossingen. Het aan me laten gebeuren. Zodat die megagrote schijf van ongrijpbaarheid, herinnering en associatieve verbinding z’n gang kan gaan.
Leuk experiment voor de zomer!

Ik wens je een fijne zomertijd, met misschien wel een paar mooie onbewaakte verrassende invallen.

Einstein: Logica brengt je van a naar b en verbeelding brengt je overal.

Advertenties

De juiste dag om te beminnen

beach-2377025_960_720

We dachten: laten we het doen en niet te lang nadenken, gewoon gaan. De boel pakken en de oversteek maken. De oversteek naar zee. Zo voelt dat, als je in het oosten van Nederland woont en naar de zee rijdt. Een oversteek dwars door het land naar de andere kant. Met de kilometer komt er dan bij mij meer lucht en ruimte, om die eeuwig loerende allergie heen die alles versmalt. Dit was in oktober, nu is het maart en hebben we onze boerderij verkocht, een nieuw huis gevonden en verbouwd en gaan we in mei aan zee wonen. Zo snel is het gegaan!

En toen ineens kwamen de beren, de angsten en de tranen. Een soort ontreddering kwam er over me, na 18 jaar op de boerderij, waar onze kinderen zijn opgegroeid. Bij het loslaten van het vertrouwde Zutphen, met die fijne mensen. Maar vooral: na 24 jaar met onze lieve buurtjes/zielsgenoten, komt er nu een einde aan onze samenwoonmissie.
Alles kwam op losse schroeven. Regelmatig lag ik wakker in de nacht en voelde ik m’n lijf schudden, of was het mijn geest die rammelde en riep: ‘ik wil blijven, blijven bij wat ik heb, en al die jaren heb opgebouwd, bij wat ik ken en weet dat goed is!’
Een keer ben ik in de nacht mijn bed uit geslopen en op Funda gaan kijken naar huizen in Zutphen (en natuurlijk een superleuk huis gezien, waar niets aan hoefde te gebeuren). Om mezelf te sussen met een tussenfase; wel weg maar toch dichtbij.
En toen viel mijn oog op een tekst van de Dalai Lama, die me hielp bij mijn ontreddering.

Er zijn slechts twee dagen in het jaar dat er niets kan worden gedaan. De ene heet ‘gisteren’ en de andere ‘morgen’. Vandaag is het de juiste dag om te beminnen, te geloven, te doen en vooral om te leven.

Het willen vastklampen aan wat ik ken en weet dat goed is, is net zozeer aan verandering onderhevig als ik mezelf dat zou toestaan. Ik weet dat, maar o wat heeft dat verleden een vertrouwde en koesterende werking.
De angst voor dat we geen idee hebben waar we in gaan belanden, is toekomst. Ook dat is eigenlijk doorlopend aan de hand in mijn leven, ook als ik nu weer zie hoeveel veranderingen er gaande zijn in mijn werk. Maar ook in huis, sinds de oudste twee kinderen op kamers zijn gaan wonen, is mijn leven ook weer gaan schudden.
Het is niet vast te pakken, het is niet te continueren.
Wel is het loslaten en afscheid nemen een heus gevoel, en vloeien de tranen echt.

Wat blijft: vandaag. Steeds weer hier blijven, vandaag beleven. De dag om te geloven, dromen te volgen, voluit te leven en te beminnen. Als ik het met iemand wil, deze oversteek, dan is het met mijn lief.

Tot de volgende keer allemaal, vanuit Bergen

Innerlijke revolutie

Afbeelding1

Het leuke van opruimen vind ik dat ik dan weer dingen vind. Op mijn buro heb ik een stapel papieren liggen die door het jaar heen alsmaar hoger wordt. Praktische informatie, mapjes met mijn lezingen, groepen, indelingen, maar ook allerlei teksten en briefjes met inspirerende quotes, gedichten of inhoudelijke artikelen, waar ik vast nog eens iets mee ga doen. Zo’n soort stapel. Niemand mag eraan komen want als ik iets nodig heb, vind ik het meestal daar. Wel ga ik er zelf eens per jaar doorheen, meestal in de kerstvakantie, om ‘m uit te dunnen. En dan vind ik, zoals vandaag, een mooie tekst van Krishnamurti, die ik alweer was vergeten. Het is zijn legendarische speech die hij in 1985 hield voor de United Nations in New York, de plek waar hij in 1984 de ‘Peace medal’ ontving.
Wat een actuele tekst! Ik vind ‘m zo mooi dat ik me moest bedwingen om ‘m niet helemaal te delen met jullie, maar ik besef dat ik een tekstfreak ben, dus hier een hoognodig kort fragment eruit.

“Probably since the beginning of man, human beings have had no peace at all. For various obvious reasons: nationalism, opposing religions, divisions of classes, races and so on. Why is it, after all these millenia, that human beings throughout the world don’t live in peace? Why is it our society in which we live, whether it is the American society, the European, or Indian, or Japanese, has not given us peace either? That society, the culture, the tradition, is created by all human beings. We have created this society.
Do we realize we are responsible for this? We human beings seem to be incapable of living peacefully in our relationship with each other, living peacefully without any dogmatism, ideals, concepts.”

“Is it possible for human beings wherever they live to be free of their conditioning? Free the brain from that conditioning? Is must begin with us, not with somebody else out there. We try to seek security outwardly, externally, through nations, through religious organizations, through ideologies. So it is very important that we discover for ourselves if there is an inner security, security in our relationships with each other, however intimate it may be, between lovers, between man and woman, security in community.
To go very far we must begin very near.
Our whole life is a routine, a series of battles, struggles, conflicts. If we don’t alter there, how can you bring about peace on earth? It seems to logical, so rational, sane, but we don’t do that.”

Heel mooi vind ik dat: om ver te kunnen gaan, moeten we dichtbij beginnen. Met het besef dat we zelf ook scheppers zijn van de onvrede en conflicten, in onze nabije omgeving. Dichtbij beginnen, kunnen we doen door te kijken naar onze eigen conditioneringen en routines, van waaruit we niet vrij reageren op onze omgeving, waardoor we sneller in conflicten belanden. Voor we het weten beantwoorden we een ongelukkige opmerking met een sneer, reageren we onmacht of onbegrip af, kijken we naar het onbekende met vijandschap in plaats van benieuwdheid, beantwoorden we agressie met agressie. Zoveel ongemakkelijke dingen in ons dagelijks leven kunnen vijandig gedrag oproepen, op straat, met buren, op het werk, met familie, of in liefdesrelaties.

Onlangs nog schoot dat door me heen, toen ik een boze moeder aan de telefoon had die haar gelijk haalde over de ‘rechten’ van haar dochter, ze slingerde zoveel rare en onredelijke dingen naar me toe, dat ik dacht: ‘ze is uit op oorlog’. Hoe verleidelijk is het dan om in die sfeer te reageren? Ik moest alles op alles zetten om niet terug te steken, maar om een time-out te nemen, terug naar mezelf, om uit een ander vaatje te kunnen tappen. Wat Krishnamurti noemt: het brein bevrijden van conditioneringen.

Het is als gedachtes die zich intern in je opstapelen; de ene gedachte roept de volgende op en voor je het weet worden ze tot een bouwwerk waar je in gaat geloven en naar gaat handelen. De ene narigheid roept de andere op en breidt zich uit tot een minioorlog. Wees het voor. Liever inkeren. Afdalen naar de diepere, stillere laag. Om contact te krijgen met de diepere innerlijke grond in jezelf, the inner security waar Krishnamurti het over heeft. De geest bevrijden van ballast.

Dan volgt er een stuk waarin hij spreekt over hoe we als individuen steeds weer geneigd zijn ons af te scheiden. Vrijheid wordt gezien als moeten en mogen doen wat je zelf wilt, eigen verlangens en expressie staan voorop en zijn onderscheidend. Maar dat is aan de oppervlakte. Als je goed kijkt, zie je dat we als mensheid op een dieper level een zijn: ieder mens leeft met onzekerheden, verwarring, angsten, plezier of gevoelens van eenzaamheid. Daarin zijn we een en staan we niet apart, waar we ook ter wereld leven. Als we ons afscheiden, of het nou van de ander is, of van iets in ons zelf, brengt dat conflict voort. Of zoals de Boeddhisten zeggen: afgescheidenheid creëert lijden.

“So how can one have external peace in the world, if one is not peaceful in oneself?
Unless each one of us fundamentally changes radically there will be no peace on earth as long as you are an American, Russian, European, and so on. So it behoves us (mooi woord, het betekent zoiets als: de noodzaak om het juiste te doen), and each one of us, to find out why we live this way. And whether it is possible radically to change our whole psyche. If there is not a revolution there, mere outward revolutions have very little meaning.”

Krishnamurti roept hier op tot een innerlijke revolutie, om uit te zoeken waarom we leven zoals we leven. To go very far we must begin very near. Zo simpel, zo logisch, maar ook zo radicaal, anders zou het geen revolutie heten. Het radicale eraan is dat je stopt met wachten op de regering, de maatschappij, de ander, je geliefde, of wie dan ook, tot die de onvrede en conflicten oplossen. Maar dat je beseft dat het begint bij jou; vrede bewerkstelligen in jezelf. En daarmee ontketen je vrede op jouw aarde.

Graag tot ziens in het nieuwe jaar.

 

Mijn knarsende lijf

csm_verwelktebloemen_6d9dbc2a5f

Mijn lijf knarst, piept en hapert aan alle kanten. Dat vind ik jammerlijk van het ouder worden, dat ik de raarste kwalen krijg. Voor de rest vind ik het eigenlijk heerlijk; de diepere rust die ouder worden met zich meebrengt, het mindere moeten, de vanzelfsprekende werking die ik heb in wat ik doe, het meer kunnen genieten. Maar goed die fysieke kwalen dus niet, en vooral lastig dat ze zo lang blijven hangen. Vroeger was het een paar dagen flink niezen, stomen en schudden en weg was de griep. Nu loop ik al een dik jaar met een slijmbeursontsteking die maar niet overgaat. Om maar te zwijgen van mijn waaier aan allergieën, waardoor ik een groot deel van het jaar snotter en slecht slaap. En waar geen kuur, dieet, acupunctuurtraject, ademcursus of wat ik al niet geprobeerd heb, tegenop kan. Soms hoop ik dat heel gezond eten, regelmatig bewegen, op tijd gaan slapen, ’s ochtends koud douchen (of zwemmen), dagelijks een portie pure visolie en gember-kurkumathee, dat dat bonuspunten oplevert.
Maar niets is minder waar. Er is geloof ik geen debet-creditsysteem wat dit betreft. Toen het laatst bij een enthousiaste warming-up in mijn linkerbil schoot en ik vervolgens twee weken amper de trap afkwam, schoot dat door me heen: ‘Ik heb al vijf allergieën en een schouderontsteking, mag deze spierblessure dan even aan me voorbijgaan?’
Ik kreeg geen gehoor.

Ik las in ‘Het einde van de eenzaamheid’ van Benedict Wells (wat overigens een prachtige roman is, indringend en kraakhelder geschreven) een mooie alinea hierover:
“Het leven is geen nulsomspel. Het is ons niets verschuldigd en alles gaat zoals het gaat. Soms terecht, zodat alles zin lijkt te hebben, en soms zo onterecht dat je aan alles gaat twijfelen. Ik trok het masker van het gezicht van het lot af en vond daarachter het toeval.”

Herkenbaar. Wanneer het goed gaat in je leven lijkt het allemaal op z’n plek te vallen en zin te hebben, maar wanneer het anders loopt en de ene tegenvaller over de andere buitelt, kan je aan alles gaan twijfelen. Dodelijk daarbij is de vraag: ‘Wat doe ik fout?’ Dat creëert eigenlijk alleen nog maar meer getob en lijden. Wat wel te doen?
Zomaar wat opties: boos zijn. Huilen. Toch weer iets proberen. Merken dat het niets uithaalt. Teleurgesteld zijn. Mediteren, en daar stiekem een smeekbede in verwerken. Geen gehoor vinden. En dan kan de riedel van boos en teleurgesteld zijn weer van vooraf aan beginnen. Ik ken deze loupes zo goed.
Maar als ik dan de korte route neem, dan kom ik uit bij dat er niets aan te doen is. Dat dit het is. Mijn leven. Mijn lijf. Niet een ander leven, een ander lichaam willen hebben, is eigenlijk waar het om draait.
Dan rest de diepere acceptatie van de pijn, het ongemak en het onvolmaakte. En het mooie vind ik dat ik dan ook weer kan voelen wat er wel is, dat ik in de acceptatie van het gebrekkige, weer oog krijg voor de schoonheid. Liefde voor de rimpels, de stramheid, het feit dat het me al zo lang door dit leven draagt, en zo meer.
Dat betekent houden van mijn knarsende lijf, net zozeer als ik al die jaren heb gehouden van mijn sportieve gezonde lijf. Dat is best een kunst. Maar het geeft veel rust en voldoening om me daarop te richten.

“Geef iemand een vis en hij heeft een dag te eten. Leer hem vissen en hij heeft zijn hele leven te eten. Zo werkt het hier ook. God wil dat we voor onszelf leren zorgen. Hij geeft ons geen vis en verhoort niet al onze gebeden, maar hij luistert wel en kijkt hoe we ons hier beneden zelf leren te redden met ziekte, onrecht, dood en leed. Het leven dient om te leren vissen.”
Benedict Wells

Veel succes met vissen, mocht je dit herkennen, en wie weet zien we elkaar binnenkort ergens aan de waterkant van het leven.

 

Het strand van mijn jeugd

IMG_0808

De westkust van Frankrijk was het geworden. We hadden voor drie weken een mobile home gehuurd op een camping. Niet eerder bleven we zo lang op een plek, een experiment… Het was een lieflijk plaatsje, vlakbij het strand, waar ik als meisje vroeger veel geweest ben. Na een week werd duidelijk dat ik slecht sliep op de bedjes in de stacaravan die hard, synthetisch en smal waren. En na nog meer slapeloze nachten begon mijn ontsteking in mijn schouder weer op te spelen en toen gebeurde het: ik gleed af en zag met de dag meer wat er niet deugde. Het weer was wisselend, de camping was klein en benauwd, we hadden geen zicht en de voorzieningen waren uit een andere eeuw. De mensen waren erg frans, lees: afstandelijk en gereserveerd en er was eigenlijk maar een strandje waar we naar toe konden, de rest was zeer toeristisch. Emotioneel belandde ik in iets wat op regressie leek: in stukjes van mijn jeugd. Ik kon me niet voorstellen dat ik het drie weken ging volhouden hier. Tot ik op een dag op de veranda van de caravan in een boek van Pema Chödrön iets las wat mij daaruit tikte.

Ieder moment kunnen we kiezen voor toenemende helderheid en geluk, of voor verwarring en pijn. Waar wens je je op te richten? Welke gedachtes voed je?
Alles wat tegenzit of tegenvalt, werd me op slag duidelijk. De ene tegenvaller roept de andere op en de lijst wordt makkelijk alsmaar langer.

Hoe kunnen we onze aangeboren intelligentie aanspreken om te zien wat hulp biedt en wat schaadt, wat agressie aanwakkert en wat onze ruimhartigheid naar boven brengt? Dit pad onthult drie menselijke kwaliteiten: aangeboren intelligentie, aangeboren ruimhartigheid en aangeboren openheid.
Intelligentie: als we niet verstrikt raken in hoop en angst, weten we intuïtief wat juist is.
Ruimhartigheid is ieders vermogen om lief te hebben en mededogend te zijn: de kwaliteiten van het hart. En openheid: de oneindige ruimte van onze geest die open is en onbegrensd.
Onderbreek je bezigheden voor enkele seconden en haal drie keer heel bewust adem. Dan ervaar je dat er een keuzemoment is.

Dat deed ik, ter plekke. En ik merkte direct dat er ruimte kwam, de ruimte om vrij te kiezen. Ondanks mijn moeheid en pijn, nog steeds vrij om te kiezen: om de gedachten te blijven voeden die me in de vernauwing hadden gebracht of me te richten op mijn intelligentie en open geest. Er klapte daar op de veranda iets open, mijn blik werd verruimd. Wat ik vervolgens zag, was dat we op een volstrekt authentieke plek waren: bij het strand waar sinds mijn jeugd amper iets veranderd was. Er waren alleen Fransen, we hebben geen andere taal gehoord. De camping was klein maar zeer persoonlijk met vaste bewoners die zo verbaasd waren dat we er stonden, dat ze ons amper aan durfden te spreken. Het strandje, op loopafstand, lag mooi tussen de rotsen, en omdat er weinig parkeerplekken waren, was het lang niet zo toeristisch als de omliggende stranden. Iedere ochtend konden we een duik nemen en hadden we de zee voor onszelf.
En de bedjes in de caravan? Ja, die waren echt hard en sliepen beroerd. Dat bleef een feit. Ik vind het fascinerend dat het mogelijk is om binnen een paar minuten twee totaal verschillende versies te zien van een zelfde situatie.

We zijn drie weken gebleven. Bij vertrek kwam de meest zwijgzame buurvrouw vanachter haar rozen en kabouters vandaan en zei: “C’est dommage que vous partez, voilà un cadeau pour vous.” Ze had al die dagen zwijgend zitten haken op haar veranda en gaf ons een wit kanten kleedje. Zo lief. Ik omhelsde haar, enigszins tot haar schrik.

Het is heel verleidelijk om de bekende afslag te nemen en de lijst te voeden met tegenvallende of negatieve zaken uit ons leven. Het is zo gebeurd. Maar ook zo doorbroken, dat vind ik het goede nieuws. Door te beseffen dat je op een bekende afslag beland bent, dan drie keer diep te ademen en je aandacht te richten op de hoofdweg: het pad van helderheid, intuïtie, en openheid. Waar overigens drie keer het woord aangeboren voor staat: we kunnen dat dus van nature! Heel geruststellend, vind ik.

Ik verheug me op de toepassing. Het begon gisteren al toen ik een collega tegenkwam: ik wou bijna zeggen dat ik op zag tegen het nieuwe seizoen vanwege de drukte. In een flits zag ik de afslag voor me: een beetje vooraf klagen en voeding geven aan de clichés van een volle mailbox en te korte zomers. ‘Ik heb zin om aan de slag te gaan en iedereen weer te zien’, zei ik. En nu zit ik achter mijn buro, te doen wat ik het liefste doe: het seizoen openen met het schrijven van een stukje tekst.

Tot snel, ik hoop je ergens te ontmoeten.

De moed om lief te hebben

IMG_0214

Foto: Roberto Colacioppo

En dan ineens is het zomer… zo voelt het dit jaar. Het heeft een aparte aanloop gehad. In de meivakantie vroor het nog ’s nachts, we hebben toen gekampeerd en moesten met mutsen op slapen, zo koud was. Vlak daarna in juni konden de korte broeken en rokjes aan en scheen de zon zo fel dat in enkele dagen alles groen was en de rozen openschoten. Daarna weer een tijd met koude wind en regen en toch maar die extra deken op het bed. Abrupte overgangen.
Ik hou van geleidelijk dus voor mij is het wennen. Ooit gingen we in de winter een keer naar een Canarisch eiland, dat was een schok voor me, de eerste 2 dagen zat ik nog in m’n lange broek en vest bij het zwembad.

Het mooie van de zomer vind ik dat er een soort ontspanning en losse blijheid over de mensen komt, gewoon omdat het lekker weer is. En met de belofte van de zomervakantie in zicht, gaat het moeten langzaam over in mogen. Loslaten, de boel de boel, achter de computer vandaan, spelen, buiten eten, blijven zitten tot de zon onder is, de tijd vergeten.. Ik fietste begin juni door een park in Amsterdam en overal zag ik mensen met elkaar op kleedjes zittend in het gras, jonglerende jongeren, stellen langs de waterkant, families rondom rokende barbecues. Er wordt gepraat, gespeeld, geflirt, gedommeld..en opvallend weinig laptops en mobiels, die ons isoleren en doen verdwijnen in een digitale wereld. De zomer nodigt uit tot samenzijn en ontmoeting.

Het sluit aan bij een tekst die ik net gelezen heb in een fotoboek dat ‘Family’ heet, een verzamelwerk van fotografen die over de hele wereld foto’s hebben gemaakt rond het thema familie. De foto’s zijn heel pakkend, maar de introductietekst vind ik minstens zo mooi. Ik zou de hele tekst wel willen delen, zo relevant vind ik ‘m, maar dat is voor dit blog te lang. Bij deze een aantal passages (vertaald uit het Engels).

“Wij verlangen allemaal naar nabijheid, maar lijken het niet te vinden in onze instant-informatie-internet-dot-com tijd. We hebben niets verkeerd gedaan. Het is alleen dat de technologie ons heeft beroofd van onze wonderen.

De foto’s in dit boek tonen wat blijvend is en wat altijd zal blijven bestaan: de liefde van een moeder, de trots van een grootvader, de lach van een kind, het verdriet van een vader. Familieliefde is sterker dan staal en beton. Familieliefde is als de wind: instinctief, rauw, broos, mooi, soms woedend, maar altijd onstuitbaar. Het is onze collectieve adem. Het is ’s werelds grootste kracht.

Stammenstrijd is geen slecht woord. Het betekent niet: oorlog. Het betekent niet: afgescheidenheid. Het betekent niet het mijne is beter dan het jouwe. Het betekent dat we naar onze collectieve onzichtbare droom luisteren. Sluit je ogen en leg je hand op je hart en voorbij het geluid van de alledaagse drukte en machinerie, zul je het geluid horen van kloppende harten van over de hele wereld. Het is hetzelfde hart. Het is een collectief hart. Wij. Ons. Niet zij of de ander. Het is het hart van een familie. Het is ons gezamenlijke lied.

Ik geloof dat elke persoon die is gestorven – in slavernij, in een oorlog, in de Holocaust, bij terroristische aanslagen, door menselijke vernietiging, droogte of hongersnood – is gestorven zodat de rest van ons kan leven. Ik geloof dat elke jammerklacht bij een graf die een moeder heeft uitgeschreeuwd naar de hemel, een smeekbede is richting de goden om genade te hebben met de rest van ons, zodat ieder van ons in onze eigen families beter en met meer genade kunnen leven.

Op enig moment zullen we allemaal dit leven verlaten en voedsel voor de wormen worden. Dat is ons uiteindelijke lot. De werkelijke vraag of we succesvol zijn geweest of niet in dit leven, gaat niet over wat we de wereld op professioneel gebied hebben gegeven, maar over de hoeveelheid liefde die we in ons kielzog hebben meegedragen.
Niet iedereen heeft de kans, het geluk of de kunde om een ​​geweldige filmmaker, architect, zakenman, kunstenaar of professor te worden. Maar iedereen met de moed om lief te hebben, kan het voorrecht verdienen om op een bank te zitten en iemand te hebben – een kind, een kleindochter, een geadopteerde zoon, een nichtje – waar je de hand van pakt en tegen zegt: ‘Je bent het mooiste dat me ooit is overkomen.’ Dat is de ultieme test van grootheid, de ultieme opstandige daad. Dat soort liefde, familieliefde, maakt ons onmetelijk krachtig.
Omdat je door zo van iemand te houden, van mij houdt en van mijn familie – en ik van jou. Moge je liefde, zoals deze foto’s, voor altijd bestaan.”

James McBride (South Nyack, N.Y.)

Zolang wij nog geen voedsel zijn voor de wormen, en er nog genade is in deze bizarre wereld zodat wij kunnen leven, laten we dan ook voluit leven en liefhebben. Door alle ruis, angst, pijn, verwarring en onzekerheid, oprechte aandacht geven aan onze naasten. Dat kan familie zijn, maar ook een vriend of buurvrouw. Het is de ander echt zien en willen ontmoeten. Op een bankje langs de waterkant of op je eigen stoep. Dansend op het ritme van ons collectieve hart.

Ik wens je een hele fijne zomer.

ps als je nog op zoek bent naar een fijn boek: in mijn digitale bibliotheek staan allerlei titels getipt door verschillende lezers.

 

 

Verblijfplaats waar alles thuis is

IMG_4166

Onlangs werd er een lezing van mij opgenomen in mijn werkkamer: afgeplakte ramen, gerichte lampen en een camera recht voor mijn neus. Ik ben niet bang voor camera’s. Sterker nog, ik hou van de onpeilbare diepte die ik erin zie, als een venster naar een andere wereld.
Maar tjonge, hoe lastig vond ik het om vanuit een zittende gekaderde positie mijn verhaal te houden? Een verhaal waar ik van tevoren heel gedegen over had nagedacht, maar waar ik in het moment toch weer andere woorden aan geef. En dat doe ik door in beweging te zijn, en in contact met de ‘zaal’. Dan gaat dat vanzelf. Daar is niets gekunstelds aan. Al zittend voelde ik me steeds stijver worden, ik moest opnieuw die ‘spontane’ stroom uitvinden..en dat duurde wel even, arme (gelukkig geduldige) cameraman.

De lezing ging over creativiteit en scheppingskracht, een mooi onderwerp waar ik graag over vertel, met veel ervaringen uit de tijd dat ik theater maakte en scenario schreef, maar waar ik ook een link kan leggen met een andere grote liefde: de scheppingskracht bezien vanuit de Dzogchenleer.
In de afgelopen weken heb ik meerdere lezingen gegeven, en ik merk dat ik direct of indirect altijd weer kom te spreken over het belang van helemaal aanwezig zijn. Aanwezig zijn in wat zich aandient. De diepere acceptatie daarvan.
Longchenpa zegt daarover:

Er is geen enkele staat
die niet die onmetelijke staat
van aanwezigheid is.
Het is de verblijfplaats waar alles thuis is.
Verblijf dus hier,
want dit kan niet opgebouwd of afgebroken worden.

Het Juwelenschip, pag. 34

Dat vind ik zo mooi: het hier en nu als verblijfplaats waar alles thuis is. Verblijf dus hier. Ik word daar heel rustig van. Dat er niets anders is buiten het hier en nu en daarin is het precies zoals het moet zijn.
Zo simpel, en ook zo confronterend. Want de weerbarstigheid, de frustratie en de pijn dienen zich uiteraard ook aan in het hier en nu. Ik loop al weken met een schouderontsteking die veel pijn doet, en maakt dat ik slecht slaap. ‘Er is niets anders buiten het hier en nu en daarin is het precies zoals het moet zijn’, zeg ik ook dan tegen mezelf. En ik blijf me erdoor gesteund voelen.
Net als door dit gedicht van Paul Ferrini.

Wanneer daalt de hemel op aarde neer?
Als dit moment genoeg is
Als deze plek genoeg is
Als deze vriend genoeg is
Als deze omstandigheden genoeg zijn.
Als je niet meer naar iets anders verlangt
Dan datgene dat zich nu openbaart.

Paul Ferrini