Ik zie jou

swans-1299971_960_720
En ineens scheen de zon alsof de lente was begonnen. Hongerig naar deze warme stralen, ging ik op onze vlonder liggen aan de vijver en het slootje bij ons huis. Mijn melkwitte blote armen en benen heel onwennig in de felle zon, moet ik zeggen, nog maar een paar dagen geleden bedekt door dikke kleren. Ik hou van vertragen en geleidelijkheid, nou niets daarvan, hup volle zon, eind februari.
Maar het was fijn en ontspannen, daar op de vlonder; de eendjes zwommen vlakbij en kwaakten. Ik vind het altijd zo leuk als ze kopje onder gaan, met hun staartjes in de lucht, op zoek naar eetbare plantjes op de bodem. Weinig eetbaars, nu nog.
Ik lag daar en dommelde weg op het gekwater en gekabbel van het water. En toen ik weer wakker werd, staarde ik nog wat voor me uit. Midden op de dag, een dinsdag. Voor mij een drukke werkdag waarop er van alles moet en mijn mailbox vol zit. Maar ik dacht: dat kan nog wel even wachten. Er moet altijd van alles, dat zit niet op een uurtje. En net dit uurtje in de zon, met de eendjes, laadt me op.

Ik moest denken aan een term die ik laatst gelezen had in een essay van Stine Jensen: ‘maatschappelijke aandachtsstoornis’. De filosoof Buying-Chul Han sprak in zijn boek ‘De vermoeide samenleving’ van een maatschappij die zich voortdurend laat opjagen en regelrecht afstevent op een collectieve burn-out. De technologie speelt daarin een dominante rol. Die leidt tot zowel de fixatie van het ik – waarbij alles draait om het zelf, om gezien worden – als tot een ik dat vermoeid is, omdat het niet meer goed kan rusten of zich kan concentreren. En dat maakt de liefde uiteindelijk onmogelijk, stelt Han: want de liefde draait juist om het werkelijk zien van de ander. Om aandacht.

Dat vind ik een interessante koppeling: dat de technologie leidt tot een fixatie van het ik ‘zie mij, like mij’, als tot een vermoeid ik, dat niet meer goed tot rust komt en uiteindelijk de liefde onmogelijk maakt. Ik herken dat wel, dat continu online zijn energie slurpt. Steeds impulsen die binnenkomen, doorgaand bereikbaar, het dwingende appèl daarvan. Maar ook de verleiding om op zogenaamde ‘tussenmomenten’ even je mobiel te pakken of je laptop, ter ontspanning, maar we rusten er niet van uit. Het steelt onze aandacht en doorbreekt een bepaalde concentratie en aanwezigheid.

En dat maakt de liefde uiteindelijk onmogelijk, stelt Han: want de liefde draait juist om het werkelijk zien van de ander. Om aandacht.



Daar sprak ik onlangs nog over op mijn lezing ‘Ode aan de liefde’. Hoe wezenlijk aandacht is, voor wat je doet en voor wie je lief is. En hoezeer dat steeds schaarser wordt. Er zijn zoveel begoochelingen in ons leven die ons verleiden. Onze aandacht is een kostbaar goed geworden. We hebben maar een bepaalde portie van aandacht en voor we het weten geven we die weg aan dingen die vluchtig zijn, dwingend, of verslavend. Dat geeft een gevoel van ongenoegen, uiteindelijk niet vervuld, maar vermoeid. Omdat het niet verbonden is met de verlangens van onze kern, met de liefde.

In de liefde draait het om aandacht. Een arm, een blik, een oprechte vraag, een gesprek, een aanraking, een wandeling samen, op een bankje met een glas wijn, wat het ook is, het maakt niet uit, als er maar een moment van aandacht is. Dat is iets anders dan naast elkaar naar een scherm zitten kijken. Het klinkt bijna banaal, maar het is niet meer vanzelfsprekend. Dat we mobiels uitzetten als we samenzijn, dat we ons niet laten storen. Dat we niet bezet zijn in ons hoofd, elders met onze gedachtes terwijl we in contact zijn. Voorbij de ik-fixatie. Dat we ruimte maken, al is het maar even, voor de ander. We willen allemaal graag gezien en gekend worden.

Wie zijn huwelijk goed wil houden, moet zich oefenen in aandacht geven. (Of een gemeenschappelijke vijand zoeken), vervolgt Stine Jensen.

Geestig, dat van die gemeenschappelijke vijand. Maar laten we voor de aandacht gaan. Het fijne is dat het oefenen in aandacht geven zo dichtbij ons ligt, er hoeft helemaal niets groots voor te gebeuren. Het is vooral stoppen met de begoochelingen en het onbenullige, en dichtbij kijken, naar wat ons lief is. Naar wie ons lief is en zeggen: ik zie jou.

 

Marthe van der Noordaa

Advertenties

Voor ongelukkigen, pessimisten en sombere vogels

img_4473

Tijdens de kerstvakantie kwamen er allerlei artikelen en prachtige teksten van verstokte pessimisten op mijn pad, die mij inspireerden deze blogtekst te schrijven. Daar komt bij dat de lauwe grijze januarimaand mij aanzet tot somberen, en ook merk ik door de gesprekken met mensen om me heen (en in mijn praktijk), dat we doorgaans veel somberder zijn dan we tonen.
Schrijver en dichter Levi Weemoedt verwoordt dit mooi: “Deze tijd heeft iets manisch positiefs. Iedereen doet blij en vrolijk, maar dat is vals geschetter. Ik merk dat mensen daarachter een verlangen naar ernst hebben. (-) Als je het gejubel afleert, gaan inhoud en vorm weer een beetje rijmen.”

Herkenbaar, manisch positivisme als kwaal van deze tijd. Het moet alsmaar geslaagd zijn, en geluk en groei uitstralen. En als het al tegenzit, dan wordt dat vooral gezien als een uitdaging om er beter uit te komen dan daarvoor. Onder het mom ‘het kan altijd beter en mooier en spannender’ blijven we expanderen. Het voldoet niet, terwijl we allang genoeg hebben. Dat is het manische eraan.

Ook las ik een artikel over het fenomeen ‘microdoseren’, dat onder jongeren steeds populairder wordt. Dat is het doorgaand gebruiken van een hele lage dosis lsd of paddo’s, om onder andere minder te hoeven voelen of om minder prestatiedruk te hoeven voelen, zeggen de jongeren die gebruiken. “Sinds ik microdoseer, laat mijn zelfkritische geest minder luid van zich horen, alsof mijn innerlijke criticus mag uitrusten van zijn constante slavendrijverij.” Iemand anders zegt: “Ik ben neerslachtig, daar heb ik nu minder last van.”

Welk voorbeeld geven we onze jongeren dat ze zo’n prestatiedruk voelen? En dat ze neerslachtigheid ervaren als iets dat verdoofd moet worden?
Kunnen we openlijk accepteren dat we soms ongelukkig zijn, verward, verloren, afgedwaald, teleurgesteld of nutteloos zijn? Iedereen zal voor zichzelf beamen dat het er gewoon bijhoort, omdat iedereen weet dat je niet doorgaand blij, actief, stralend en succesvol kunt zijn.
Vlakheid, neerslachtigheid, matigheid, een gevoel van druk of falen.. het zijn geen uitzonderingen, het zijn geen buien die wel overwaaien, lastige momenten die gefikst moeten worden, gevoelens die verdoofd moeten worden. Het is niet iets dat weg moet want het is onderdeel van wie we zijn. Logisch dat we in de ontkenning hiervan onrustig worden, een gevoel hebben van tekortschieten, alsof we niet voldoen. We miskennen een belangrijk deel van onszelf.

“Als je het gejubel afleert, gaan inhoud en vorm weer een beetje rijmen”, zegt Weemoedt. We vallen weer samen met wie we zijn. We zijn het licht en de duisternis, we zijn scheppend maar ook zoekend, we zijn wetend en we weten heel veel niet. We zijn tot van alles in staat en we staan met lege handen. Er is niks op te houden, alleen toe te laten.

Dus laten we openlijk huilen en klagen, onmacht tonen, somberte en pijn. Want dan kunnen we troosten, voelen, stilvallen en ontspannen (want wat een krachtsinspanning is dat, de hele tijd iets ophouden en ‘aanstaan’). Maar vooral kunnen we elkaar dan weer ontmoeten. Het onderscheid valt weg, we worstelen allemaal.
Als we daar oog voor krijgen en ruimte aan geven, ontstaat er vanzelf meer oog en compassie voor elkaar. En voor onze jongeren, hoop ik! Juist voor hen lijkt me het openlijk tonen en voorleven belangrijk. En uitnodigen, vanachter dat scherm vandaan, of achter die joint. Zonder oordeel in gesprek gaan: ‘Wat leeft er echt in je? Vertel.’

Dat is mijn nieuwjaarswens. Geen gelukkig nieuwjaar, maar een jaar vol ontmoeting.
Ik zie je graag.

Marthe van der Noordaa

Relaties zijn ingewikkeld

liefdesslotjes-spanje

‘Relaties zijn ingewikkeld en het is heel logisch dat jullie hier zijn’, zeg ik vaak bij een eerste kennismaking in mijn coachingspraktijk. Gelukkig is er inmiddels wel wat veranderd rondom relatiecoaching. Je hoeft niet meer heel erg in crisis te zitten om in coaching te gaan samen. Mag, maar hoeft niet.

Relaties zijn ingewikkeld omdat je beide een rugzak draagt met persoonlijke inhoud van levensjaren voornamelijk gevuld in de tijd voor de relatie. Een rugzak vol mooie ervaringen en herinneringen maar ook met strubbelingen, pijn, teleurstellingen, kwetsuren, frustraties en terugkerende persoonlijke thema’s.
Onderdeel van deze levensbiografie is onze ‘liefdesbiografie’. Met al onze mooie, lelijke, pijnlijke, allesverslindende of teleurstellende ervaringen in de liefde. En dat begint al heel vroeg: hoe er thuis wel of geen liefde was, hoe het werd geuit, of er aanraking of koestering was, het gemis, of juist de verstikking. Vervolgens het al dan niet aangaan van de eerste vriendjes, vriendinnetjes, hopeloos verliefd, afgewezen, vol erin of juist niet gedurfd. En daarna dat de verschillende relaties of huwelijken zo anders uitpakten dan je had gehoopt etc.

Al die ervaringen uit onze liefdesbiografie leiden tot bepaalde denkbeelden en conclusies: ‘Als ik me zus of zo gedraag krijg ik liefde.’ Of: ‘Ik ga me niet nog eens zo openstellen’ Of: ‘Sleur hoort erbij’ ‘Seks en liefde gaan niet samen’ of: De ware liefde is niet voor mij weggelegd’ etc. Vanuit die denkbeelden geven we richting aan ons leven; vanuit een bepaalde angst, achterdocht, teleurstelling, overtuiging kijken we naar de liefde, naar een geliefde, en daar hoort bepaald gedrag bij. En dat onvrije gedrag komt regelmatig in de relatie terecht, met alle gevolgen van dien. Heel logisch dat dat gebeurt.

En dan kom ik in het vizier, meestal met goed nieuws: ‘Het goede nieuws is dat jullie probleem niks met jullie relatie te maken heeft en niks met de liefde, maar met jullie persoonlijke rugzak.Veroordeel niet waar jullie in zitten, en vooral: geef elkaar niet de schuld, maar richt je blik op je rugzak.En dan pakken we voor een deel de rugzakken uit, zodat helder wordt wat bij wie ligt, en er weer ruimte komt in het midden voor de liefde.

Bovendien komt er, in het zichtbaar maken van ieders diepere levensthema, meer ontroering vrij voor elkaar. Meer mededogen voor de pijn en de worsteling van de ander. En dat is van belang want dat wordt nog wel eens vergeten: dat je partner ook worstelt en lijdt aan zijn of haar persoonlijke thema’s. We zijn vaak niet zo lief voor onszelf (en de ander) op dat gebied. Lief voor de kwetsuren en de kwetsbaarheid.
Vooral het succes en het slagen staan in de etalage. Het vergelijken en moeten voldoen aan hoge verwachtingen leidt tot een bepaalde verharding. Als de worsteling en de kwetsbaarheid niet worden veroordeeld, maar er openlijk bij mogen horen in een relatie, wordt het zachter.

En dan ga je merken dat je meer gaat houden van wat er wel is. Niet steeds gericht op wat er nog ontbreekt, wat tekortschiet of erbij zou moeten, maar op wat er wel is.
Daar bloeit de liefde van op.

 

Waar was ik toen je me nodig had?
doof in mijzelf gewikkeld
blind voor de wereld
wat op me afkwam
stootte ik af
in hart en navel dacht ik
IK

En nu jij die binnenkomt
ik open als een bloem
een oester een deur
word van ik tot wij

Remco Campert

 

relatiecoaching

‘Verbeelding brengt je overal’

AnsWortel2

Schilderij Ans Wortel

Ineens wist ik het niet meer. Ik deed een digitale betaling en ik wist mijn pincode niet meer. De pincode die ik al jaren bijna dagelijks automatisch invoerde. Ik kon het niet geloven en begon toch wat cijfers in te typen, denkend ‘dit is m’. Heel dom, want als je dat te vaak doet, word je pas geblokkeerd. Dus ik bellen met de bank. Vervolgens allerlei vragen beantwoorden ter check of je wel echt bent wie je bent, zoals: ‘wie was je eerste schoolvriendin en wat was je bijnaam als kind?’ Ik vond het grappig dat ik dat aan een totaal vreemd bankmeisje aan het vertellen was, daarna pas beseffend dat ik dat dus ooit ergens heb ingevoerd.
Alles okay, nu hoefde ik alleen nog naar een dichtbij zijnde pinautomaat te gaan en daar mijn pas te heractiveren, zei ze, met jawel: mijn pincode! Maar die wist ik niet meer, toch? Goed, dan kom je in veel papieren gedoe terecht en daar had ik zo geen zin in dat ik toch voor een andere optie ging: ‘hij valt me wel weer binnen..’

Toen ik had opgehangen besefte ik: denkend ga ik hier niet uitkomen. Sterker nog: hoe meer ik logisch probeerde na te denken, hoe groter het aantal cijferopties werd! Absolute chaos in mijn hoofd. Ik moest het over een andere boeg gooien. En dacht aan een citaat van Ab Dijksterhuis uit ‘Het slimme onbewuste’:

De onbewuste intelligentie schijnt een verwerkingscapaciteit te hebben die 200.000 keer groter is dan die van het bewuste denken. Het bewuste staat tot het onbewuste als een telraam tot een computer. Onze onbewuste intelligentie legt verbanden, zoekt associaties en pakt beelden, emoties en ervaringen mee die jij allang was vergeten.
Als je voor een belangrijke beslissing staat, kun je het onbewuste doelgericht aan het werk zetten: geef haar de opdracht een beslissing te nemen en ga vervolgens iets anders doen, zoals met de hond wandelen, uit eten of werken. Ondertussen is je brein onbewust aan het nadenken en rolt er een betere beslissing uit.

Ik laat het onbewuste zijn (of haar) gang gaan! Blij met deze tijdelijk goed voelende oplossing, sprong ik op de fiets en maakte ik een tochtje door de duinen. Heerlijk en ook aardig leeg gewaaid, maar na een uur geen pincode. Toen muziek gaan luisteren, ook fijn en ontspannen, geen pincode. Toen een besluit genomen: vandaag hoef ik mijn pincode niet te weten, want stiekem legt dat toch tijdsdruk, dus een vorm van controle, terwijl ik alles wilde behalve controle. Opgelucht. Een boek gaan lezen.. En toen ik opstond om een wasje te gaan draaien, was ie daar opeens! De viercijferige code kwam zowaar uit de lucht vallen. Of beter gezegd: uit het onbewuste..
Het bewuste vergeet, maar het onbewuste niet.

Als een kind zo blij was ik. En ik heb de smaak te pakken. Ik ben bezig wat vraagstukken en lastige beslissingen in de week leggen. Helder formuleren voor mezelf en dan loslaten. Echt loslaten, in het vertrouwen dat er iets anders, een veel wijzer stuk, van zich zal laten horen. Juist als ik mezelf wegleid van de vraag, voorbij mijn telraam van logica en voorspelbare oplossingen. Het aan me laten gebeuren. Zodat die megagrote schijf van ongrijpbaarheid, herinnering en associatieve verbinding z’n gang kan gaan.
Leuk experiment voor de zomer!

Ik wens je een fijne zomertijd, met misschien wel een paar mooie onbewaakte verrassende invallen.

Einstein: Logica brengt je van a naar b en verbeelding brengt je overal.

De juiste dag om te beminnen

beach-2377025_960_720

We dachten: laten we het doen en niet te lang nadenken, gewoon gaan. De boel pakken en de oversteek maken. De oversteek naar zee. Zo voelt dat, als je in het oosten van Nederland woont en naar de zee rijdt. Een oversteek dwars door het land naar de andere kant. Met de kilometer komt er dan bij mij meer lucht en ruimte, om die eeuwig loerende allergie heen die alles versmalt. Dit was in oktober, nu is het maart en hebben we onze boerderij verkocht, een nieuw huis gevonden en verbouwd en gaan we in mei aan zee wonen. Zo snel is het gegaan!

En toen ineens kwamen de beren, de angsten en de tranen. Een soort ontreddering kwam er over me, na 18 jaar op de boerderij, waar onze kinderen zijn opgegroeid. Bij het loslaten van het vertrouwde Zutphen, met die fijne mensen. Maar vooral: na 24 jaar met onze lieve buurtjes/zielsgenoten, komt er nu een einde aan onze samenwoonmissie.
Alles kwam op losse schroeven. Regelmatig lag ik wakker in de nacht en voelde ik m’n lijf schudden, of was het mijn geest die rammelde en riep: ‘ik wil blijven, blijven bij wat ik heb, en al die jaren heb opgebouwd, bij wat ik ken en weet dat goed is!’
Een keer ben ik in de nacht mijn bed uit geslopen en op Funda gaan kijken naar huizen in Zutphen (en natuurlijk een superleuk huis gezien, waar niets aan hoefde te gebeuren). Om mezelf te sussen met een tussenfase; wel weg maar toch dichtbij.
En toen viel mijn oog op een tekst van de Dalai Lama, die me hielp bij mijn ontreddering.

Er zijn slechts twee dagen in het jaar dat er niets kan worden gedaan. De ene heet ‘gisteren’ en de andere ‘morgen’. Vandaag is het de juiste dag om te beminnen, te geloven, te doen en vooral om te leven.

Het willen vastklampen aan wat ik ken en weet dat goed is, is net zozeer aan verandering onderhevig als ik mezelf dat zou toestaan. Ik weet dat, maar o wat heeft dat verleden een vertrouwde en koesterende werking.
De angst voor dat we geen idee hebben waar we in gaan belanden, is toekomst. Ook dat is eigenlijk doorlopend aan de hand in mijn leven, ook als ik nu weer zie hoeveel veranderingen er gaande zijn in mijn werk. Maar ook in huis, sinds de oudste twee kinderen op kamers zijn gaan wonen, is mijn leven ook weer gaan schudden.
Het is niet vast te pakken, het is niet te continueren.
Wel is het loslaten en afscheid nemen een heus gevoel, en vloeien de tranen echt.

Wat blijft: vandaag. Steeds weer hier blijven, vandaag beleven. De dag om te geloven, dromen te volgen, voluit te leven en te beminnen. Als ik het met iemand wil, deze oversteek, dan is het met mijn lief.

Tot de volgende keer allemaal, vanuit Bergen

Innerlijke revolutie

Afbeelding1

Het leuke van opruimen vind ik dat ik dan weer dingen vind. Op mijn buro heb ik een stapel papieren liggen die door het jaar heen alsmaar hoger wordt. Praktische informatie, mapjes met mijn lezingen, groepen, indelingen, maar ook allerlei teksten en briefjes met inspirerende quotes, gedichten of inhoudelijke artikelen, waar ik vast nog eens iets mee ga doen. Zo’n soort stapel. Niemand mag eraan komen want als ik iets nodig heb, vind ik het meestal daar. Wel ga ik er zelf eens per jaar doorheen, meestal in de kerstvakantie, om ‘m uit te dunnen. En dan vind ik, zoals vandaag, een mooie tekst van Krishnamurti, die ik alweer was vergeten. Het is zijn legendarische speech die hij in 1985 hield voor de United Nations in New York, de plek waar hij in 1984 de ‘Peace medal’ ontving.
Wat een actuele tekst! Ik vind ‘m zo mooi dat ik me moest bedwingen om ‘m niet helemaal te delen met jullie, maar ik besef dat ik een tekstfreak ben, dus hier een hoognodig kort fragment eruit.

“Probably since the beginning of man, human beings have had no peace at all. For various obvious reasons: nationalism, opposing religions, divisions of classes, races and so on. Why is it, after all these millenia, that human beings throughout the world don’t live in peace? Why is it our society in which we live, whether it is the American society, the European, or Indian, or Japanese, has not given us peace either? That society, the culture, the tradition, is created by all human beings. We have created this society.
Do we realize we are responsible for this? We human beings seem to be incapable of living peacefully in our relationship with each other, living peacefully without any dogmatism, ideals, concepts.”

“Is it possible for human beings wherever they live to be free of their conditioning? Free the brain from that conditioning? Is must begin with us, not with somebody else out there. We try to seek security outwardly, externally, through nations, through religious organizations, through ideologies. So it is very important that we discover for ourselves if there is an inner security, security in our relationships with each other, however intimate it may be, between lovers, between man and woman, security in community.
To go very far we must begin very near.
Our whole life is a routine, a series of battles, struggles, conflicts. If we don’t alter there, how can you bring about peace on earth? It seems to logical, so rational, sane, but we don’t do that.”

Heel mooi vind ik dat: om ver te kunnen gaan, moeten we dichtbij beginnen. Met het besef dat we zelf ook scheppers zijn van de onvrede en conflicten, in onze nabije omgeving. Dichtbij beginnen, kunnen we doen door te kijken naar onze eigen conditioneringen en routines, van waaruit we niet vrij reageren op onze omgeving, waardoor we sneller in conflicten belanden. Voor we het weten beantwoorden we een ongelukkige opmerking met een sneer, reageren we onmacht of onbegrip af, kijken we naar het onbekende met vijandschap in plaats van benieuwdheid, beantwoorden we agressie met agressie. Zoveel ongemakkelijke dingen in ons dagelijks leven kunnen vijandig gedrag oproepen, op straat, met buren, op het werk, met familie, of in liefdesrelaties.

Onlangs nog schoot dat door me heen, toen ik een boze moeder aan de telefoon had die haar gelijk haalde over de ‘rechten’ van haar dochter, ze slingerde zoveel rare en onredelijke dingen naar me toe, dat ik dacht: ‘ze is uit op oorlog’. Hoe verleidelijk is het dan om in die sfeer te reageren? Ik moest alles op alles zetten om niet terug te steken, maar om een time-out te nemen, terug naar mezelf, om uit een ander vaatje te kunnen tappen. Wat Krishnamurti noemt: het brein bevrijden van conditioneringen.

Het is als gedachtes die zich intern in je opstapelen; de ene gedachte roept de volgende op en voor je het weet worden ze tot een bouwwerk waar je in gaat geloven en naar gaat handelen. De ene narigheid roept de andere op en breidt zich uit tot een minioorlog. Wees het voor. Liever inkeren. Afdalen naar de diepere, stillere laag. Om contact te krijgen met de diepere innerlijke grond in jezelf, the inner security waar Krishnamurti het over heeft. De geest bevrijden van ballast.

Dan volgt er een stuk waarin hij spreekt over hoe we als individuen steeds weer geneigd zijn ons af te scheiden. Vrijheid wordt gezien als moeten en mogen doen wat je zelf wilt, eigen verlangens en expressie staan voorop en zijn onderscheidend. Maar dat is aan de oppervlakte. Als je goed kijkt, zie je dat we als mensheid op een dieper level een zijn: ieder mens leeft met onzekerheden, verwarring, angsten, plezier of gevoelens van eenzaamheid. Daarin zijn we een en staan we niet apart, waar we ook ter wereld leven. Als we ons afscheiden, of het nou van de ander is, of van iets in ons zelf, brengt dat conflict voort. Of zoals de Boeddhisten zeggen: afgescheidenheid creëert lijden.

“So how can one have external peace in the world, if one is not peaceful in oneself?
Unless each one of us fundamentally changes radically there will be no peace on earth as long as you are an American, Russian, European, and so on. So it behoves us (mooi woord, het betekent zoiets als: de noodzaak om het juiste te doen), and each one of us, to find out why we live this way. And whether it is possible radically to change our whole psyche. If there is not a revolution there, mere outward revolutions have very little meaning.”

Krishnamurti roept hier op tot een innerlijke revolutie, om uit te zoeken waarom we leven zoals we leven. To go very far we must begin very near. Zo simpel, zo logisch, maar ook zo radicaal, anders zou het geen revolutie heten. Het radicale eraan is dat je stopt met wachten op de regering, de maatschappij, de ander, je geliefde, of wie dan ook, tot die de onvrede en conflicten oplossen. Maar dat je beseft dat het begint bij jou; vrede bewerkstelligen in jezelf. En daarmee ontketen je vrede op jouw aarde.

Graag tot ziens in het nieuwe jaar.

 

Mijn knarsende lijf

csm_verwelktebloemen_6d9dbc2a5f

Mijn lijf knarst, piept en hapert aan alle kanten. Dat vind ik jammerlijk van het ouder worden, dat ik de raarste kwalen krijg. Voor de rest vind ik het eigenlijk heerlijk; de diepere rust die ouder worden met zich meebrengt, het mindere moeten, de vanzelfsprekende werking die ik heb in wat ik doe, het meer kunnen genieten. Maar goed die fysieke kwalen dus niet, en vooral lastig dat ze zo lang blijven hangen. Vroeger was het een paar dagen flink niezen, stomen en schudden en weg was de griep. Nu loop ik al een dik jaar met een slijmbeursontsteking die maar niet overgaat. Om maar te zwijgen van mijn waaier aan allergieën, waardoor ik een groot deel van het jaar snotter en slecht slaap. En waar geen kuur, dieet, acupunctuurtraject, ademcursus of wat ik al niet geprobeerd heb, tegenop kan. Soms hoop ik dat heel gezond eten, regelmatig bewegen, op tijd gaan slapen, ’s ochtends koud douchen (of zwemmen), dagelijks een portie pure visolie en gember-kurkumathee, dat dat bonuspunten oplevert.
Maar niets is minder waar. Er is geloof ik geen debet-creditsysteem wat dit betreft. Toen het laatst bij een enthousiaste warming-up in mijn linkerbil schoot en ik vervolgens twee weken amper de trap afkwam, schoot dat door me heen: ‘Ik heb al vijf allergieën en een schouderontsteking, mag deze spierblessure dan even aan me voorbijgaan?’
Ik kreeg geen gehoor.

Ik las in ‘Het einde van de eenzaamheid’ van Benedict Wells (wat overigens een prachtige roman is, indringend en kraakhelder geschreven) een mooie alinea hierover:
“Het leven is geen nulsomspel. Het is ons niets verschuldigd en alles gaat zoals het gaat. Soms terecht, zodat alles zin lijkt te hebben, en soms zo onterecht dat je aan alles gaat twijfelen. Ik trok het masker van het gezicht van het lot af en vond daarachter het toeval.”

Herkenbaar. Wanneer het goed gaat in je leven lijkt het allemaal op z’n plek te vallen en zin te hebben, maar wanneer het anders loopt en de ene tegenvaller over de andere buitelt, kan je aan alles gaan twijfelen. Dodelijk daarbij is de vraag: ‘Wat doe ik fout?’ Dat creëert eigenlijk alleen nog maar meer getob en lijden. Wat wel te doen?
Zomaar wat opties: boos zijn. Huilen. Toch weer iets proberen. Merken dat het niets uithaalt. Teleurgesteld zijn. Mediteren, en daar stiekem een smeekbede in verwerken. Geen gehoor vinden. En dan kan de riedel van boos en teleurgesteld zijn weer van vooraf aan beginnen. Ik ken deze loupes zo goed.
Maar als ik dan de korte route neem, dan kom ik uit bij dat er niets aan te doen is. Dat dit het is. Mijn leven. Mijn lijf. Niet een ander leven, een ander lichaam willen hebben, is eigenlijk waar het om draait.
Dan rest de diepere acceptatie van de pijn, het ongemak en het onvolmaakte. En het mooie vind ik dat ik dan ook weer kan voelen wat er wel is, dat ik in de acceptatie van het gebrekkige, weer oog krijg voor de schoonheid. Liefde voor de rimpels, de stramheid, het feit dat het me al zo lang door dit leven draagt, en zo meer.
Dat betekent houden van mijn knarsende lijf, net zozeer als ik al die jaren heb gehouden van mijn sportieve gezonde lijf. Dat is best een kunst. Maar het geeft veel rust en voldoening om me daarop te richten.

“Geef iemand een vis en hij heeft een dag te eten. Leer hem vissen en hij heeft zijn hele leven te eten. Zo werkt het hier ook. God wil dat we voor onszelf leren zorgen. Hij geeft ons geen vis en verhoort niet al onze gebeden, maar hij luistert wel en kijkt hoe we ons hier beneden zelf leren te redden met ziekte, onrecht, dood en leed. Het leven dient om te leren vissen.”
Benedict Wells

Veel succes met vissen, mocht je dit herkennen, en wie weet zien we elkaar binnenkort ergens aan de waterkant van het leven.