Ik heb je lief, maar nu even niet

flowers-1405662_960_720

Vrouw A is verdrietig, ze huilt.
Man B ziet het en komt naar haar toe.
B: ‘Lieverd, wat is er?’
A prevelt iets over dat ze bang is.
B: ‘Maar dat hoeft toch helemaal niet?’
A kijkt hem verward aan. Dan somt ze door haar tranen heen op
waar ze bang voor is.
B: ‘Maar lieverd, daar is toch niks aan te doen?’
Vrouw A huilt harder.
B valt even stil. Dan probeert hij een oplossing aan te reiken,
wat ze zou kunnen doen.
A kijkt hem wezenloos aan, dan kijkt ze naar buiten.
B probeert nog een andere optie.
A huilt zachtjes door.
B gaat even wat anders doen.

Misschien een herkenbare scène. De vrouw is verdrietig en bang, de man doet zijn best, en reikt allemaal dingen aan die hij als behulpzaam ziet, zoals ‘het valt toch wel mee, daar is toch niks aan te doen’, en tot slot een oplossing. Het werkt niet. Het ademt goede bedoeling, onbegrip, en twee werelden die nu niet gaan samenkomen. De man voelt zich machteloos en tekortschieten, de vrouw voelt zich niet erkend in haar verdriet.

Een van de vele vormen van miscommunicatie die ik tegenkom in mijn praktijk voor relatiecoaching. Het verrast me iedere keer weer hoeveel onbegrip en conflicten er voortkomen uit miscommunicatie. Het ligt niet aan onwil of slechte bedoeling, of aan een gebrek aan liefde. Bovenstaande man en vrouw kunnen veel van elkaar houden en toch op zo’n cruciaal moment niet samenkomen. Lastig, maar niet ernstig. Dat is vaak mijn eerste boodschap. Het ligt niet aan de liefde, maar aan de communicatie, of het gebrek aan communicatie. En daar is heel goed wat aan te doen.

Daar wil ik voor pleiten in deze tijd, waar gelukkig zijn, het fijn willen hebben en geslaagd zijn zo voorop staan. Tijdens deze dagen in de aanloop naar Valentijn zou ik willen zeggen: relaties zijn ingewikkeld, communicatie tussen geliefden is ingewikkeld en het is heel logisch dat je elkaar bij vlagen totaal niet begrijpt of aanvoelt. Dan is er geen ramp, maar werk aan de winkel. ‘Ik heb je lief, maar nu even niet.’

Kom vooral langs. Naast mijn praktijk in Bergen, heb ik sinds kort ook een werkplek in de stad die me lief is: Amsterdam.

Je bent

Je bent gewoon je bent
gewoon een mens dat is
een warm en onontwarbaar wezen
en toch kun je gebeuren als een wonder

want ik heb je geroepen in mijn slaap
ik riep je liefde

door eigen honger
in de eigen stem ontwaakt
zag ik: ik heb je niet gedroomd
hier ben je je bestaat

ik heb je liefgehad
dit is de nacht

ik heb je lief
ik heb je niet bedacht.

– Ellen Warmond

 

Marthe van der Noordaa

Winterkerstpuzzel

IMG_4033

‘Mag ik een puzzel voor kerst?’ Deze onverwachtse vraag kwam er binnen op mijn mobiel, van onze 22-jarige dochter. Mijn hart sprong op: natuurlijk! En ineens doemde het puzzeltafeltje op van mijn oma, waar ze met regelmaat langsliep om even een ‘stukje te leggen.’ Ik kreeg grote drang om ook zo’n puzzeltafeltje te maken voor de kerstperiode, liefst met een authentieke Jumbopuzzel met Zwitsers winterlandschap. Waar vind je die? Bij de kringloopwinkel. Dus daar gingen we heen.

Ik keek mijn ogen uit; wat een grote kringloophal in Alkmaar! Zoveel spullen. Er was bijna niemand. Mijn man ging richting het meubelgedeelte, ik naar de speelgoedhoek. Onderweg zag ik rijen vazen, pannen, apparaten, enorm veel boeken, een kastje met kristal, een hele hoek met kleding, glitter galajurken ook, laarzen, schoenen, tassen, en zomaar door. Alles nog prima in orde.
En terwijl ik daar zo ronddwaalde, bekroop me een treurig gevoel. Wat hebben we veel, en wat is er veel over! In de verte klonk ‘Driving home for Christmas’. Lees verder

Laten we troosten

toevlucht-kl

Onlangs is oma kleur overleden. Zo noemden de kinderen haar omdat ze een atelier in huis had waar ze altijd mochten verven of tekenen, als ze daar zin in hadden.
Ze was de tweede vrouw van opa. Een aparte vrouw, waar we veel bij voelde maar die we op een bepaalde manier ook niet echt leerde kennen. Een kunstenares en een boerendochter. Een mengeling van ongrijpbaar in haar eigen wereld vertoeven, en dan weer heel aards van aanpakken en doorzetten. Lief en onbaatzuchtig ook.
En ineens was daar die dodelijke diagnose: alvleesklierkanker. Na een paar weken is ze gestorven, 77 jaar. Zo snel, geen enkele vooraankondiging, geen vermoeden. Ook dus bij iemand zo sterk, nooit ziek, vol van leven, van creatieve plannen. Wat een schok.

Een week eerder vertelde mijn man over het verdriet van een hockeyteamgenoot van hem: zijn vrouw, 32 jaar oud, heeft gehoord dat ze niet lang meer te leven heeft. Lymfeklierkanker. Twee jonge kinderen. Het is niet te bevatten, niet te verwerken.
Dat is misschien wel het meest schokkende: dat het ontdaan is van iedere logica, van ieder rechtvaardheidsgevoel. De dood dendert het leven in op willekeurige plekken en momenten. En daar staan we, kwetsbaar en onthutst.

De kinderen hebben afscheid van haar kunnen nemen toen ze nog redelijk goed was, en het mooie was dat ze als vanzelf met haar naar haar atelier gingen. Later hoorden we dat ze daar alledrie nog iets tegen haar gezegd hebben. De jongste voorop: ‘Waar denkt u dat u heengaat als u doodgaat? Zal opa daar ook zijn?” Er hing een bijzondere sfeer om hen heen toen ze terugkwamen.

Terug in de auto merkten we dat we nog niet door konden. De oudste kinderen wilden niet meteen op de trein, terug naar hun studentenleven, en wij nog even niet naar de dagelijkse gang in ons dorp. We besloten dat we naar mijn ouderlijk huis gingen rijden, het was vlakbij en ik had ze die plek nog nooit laten zien.
En zo wandelden we samen door het buurtje van mijn jeugd, ik vertelde, zij vroegen van alles, we waren blij verrast (ik ook, met terugwerkende kracht): wat een apart uniek huis en wat een leuke plek!
De drie kinderen liepen vooruit. Ik voelde dankbaarheid voor het feit dat ze er waren. En tegelijk een grote kwetsbaarheid. Ik pakte de hand van mijn man, en dacht: laten we genieten van elke minuut. En laten we troosten.

“Kleur is de kern van mijn kunst. Dagelijkse gebeurtenissen, verhalen, muziek, ik beleef ze in kleur. Kleuren roepen beelden op en maken gevoelens los. Mijn werk komt tot stand door nuances aan te brengen, door vlakken te verbinden of ze van elkaar te scheiden. Door eindeloos te schaven en te schrappen. Het schilderij is af is als het iets met me doet. Als het me uitdaagt te communiceren en in actie laat komen.”
Greetje Hubers

 

Marthe van der Noordaa

Rutger Bregman gevoel

IMG_3610.JPG.M.detalis

Het is dinsdagavond. Ik loop tevreden door het Vondelpark in Amsterdam, terug naar mijn auto. Ik heb net gegeten met een lieve collega van het ITIP, waarbij we allerlei communicatie dingen hebben besproken. Ontspannen, samen, prettig. Daarvoor hadden we een interview gehad met de mannen van Blendle, Alexander Klöpping en Rick Pastoor (waarschijnlijk ken je ze wel van die digitale nieuwskiosk waar je losse artikelen kunt aanschaffen). Ook dat was een verrassend prettig gesprek geweest, grondig en openhartig. Ik was geraakt door hun openheid, en hun drijfveer om het goede in mensen te stimuleren.

Dus ik mijmerde nog wat na in mijn auto terwijl ik met een Rutger Bregman gevoel de stad uitreed: inderdaad ja, de mensen deugen. En zoals wel vaker in Amsterdam (doorlopend in verbouwing) werd ik omgeleid en belandde ik op een voor mij onbekende route. Het was even zoeken. Op een goed moment aarzelde ik, linksaf de snelweg op of juist rechts aanhouden?

Achter me hoorde ik toeteren, ik remde af. En toen werd ik van rechts ingehaald door een busje, die me afsneed. En niet een beetje, hij ging volledig overdwars voor me staan, waardoor ik niet meer verder kon rijden. Vervolgens kwam er een grote man uit het busje, met een flinke zaklamp in zijn hand. In een flits dacht ik: shit, waar zit eigenlijk de deurvergrendeling in deze Tesla?! Als je niet technisch bent (zoals ik) is het sowieso best ingewikkeld zo’n Tesla, niks geen knopjes, hendeltjes, wijzertjes, alles zit in die ene IPad.

Maar goed, die man dus. Hij stevende op me af en begon met de zaklamp op mijn raam te tikken. Het leek erop dat hij mij de auto uit ging sleuren… Maar mogelijk had hij last van hetzelfde als ik: de deurknop aan de buitenkant is erg hightechdesign weggewerkt, dus niet zo snel open? Hij begon tegen me te schelden in een taal die ik niet verstond en het enige wat ik uit kon brengen was: ‘Ik ben de weg kwijt! Kan jij me misschien helpen?’
Dat had hij niet zien aankomen, geloof ik, want hij stond even helemaal stil. Wat nu? Zijn buskruit leek weg te lopen. Wat bleef is dat hij met de zaklamp vol in mijn gezicht bleef schijnen, en ik daar zat als een blind konijn met mijn armen omhoog.
Toen riep hij nog iets wat ik niet verstond, maar ik vermoed dat het iets anders was dan ‘o sorry, nou fijne avond nog’, en ging terug naar zijn busje. Hij scheurde weg. Achter ons een aardige file (geen hulp van die kant overigens).

Bibberend reed ik door, de snelweg op, de verkeerde afslag bleek, maar het kon me niks schelen. Ik had wel even een paar rondjes nodig om bij te komen.
Er ging van alles door me heen. En er doemde een scenario op wat ik zo goed ken: wat leven er toch een idioten op de wereld die ik niet kan volgen?! Eigenbelang, woede, ongeduld. Niet de liefde, schoonheid, onze aarde koesteren, nee plunderen, macht, geld. En voor ik het weet komt die idiote president van Amerika weer voorbij, en onze politici, die zoveel beslissingen voor ons nemen, hoe integer zijn hun motieven? Het zal wel weer tegenvallen die Miljoenennota, veel geld naar defensie en wegen en niet naar wat er echt toe doet: onderwijs, de zorg, het klimaat? Ik was aardig op weg in deze negatieve lus, toen ik dacht: nee, ik ga me het positieve gevoel van deze avond niet af laten nemen door een gek met een zaklamp.

Het was een innerlijk besluit en ik begon zachtjes te zingen. Dat helpt mij om terug te keren naar wat van waarde is voor me. De mensen die me raken. Die net als ik, zoekend, uit willen gaan van het beste. Miljoenen andere mensen zijn dat, ongewapend, met een groot hart. De meeste mensen deugen.

 

Marthe van der Noordaa

Vrienden in de stilte

IMG_3064

Sinds we aan zee wonen wandelen we veel over het strand. Lange wandelingen, korte wandelingen, even kuieren en weer terug, het maakt niet uit, het verveelt nooit. De zee is iedere dag weer anders, net als de eindeloze luchten en de patronen in het zand. Ik kan er uren naar kijken, steeds weer. Mijn favoriete tijdstip is zondagochtend bij het krieken van de dag, als er bijna niemand is, een enkele wandelaar met hond in de verte. De uitgestrektheid, zo fijn. Het wandelen laadt me op, maar het spoelt me ook schoon, na een dag werken bijvoorbeeld.

In het weekend spreken we af dat we niet over werk praten, als we langs de zee lopen. En dat is best een ding, als je zo met hart en ziel verbonden bent aan je werk. Er is altijd wel iets wat me beroert en wat ik dan graag deel of bespreek. Liever niet dus, want voor je het weet leidt het een tot het ander en ben je toch weer aan het werk.
En soms spreken we af om te wandelen in stilte. Dat vind ik ook opmerkelijk fijn en bij vlagen heel efficiënt; als ik vol ben van iets of verwikkelt in een conflict of simpelweg verdrietig of gefrustreerd. Wat het ook is, alle onrust in mij zakt al wandelend in de stilte naar beneden. En zaken waar ik me aan kan hechten, die versterkt worden als ik er woorden aan geef, verliezen in de stilte een bepaalde urgentie of betekenis. Er komt ruimte. Perspectief verandert, zonder een woord.

Cuong Lu, een boeddhistische leraar en schrijver, zegt hier iets moois over in een interview in dagblad Trouw. Hij heeft meditatielessen gegeven aan gedetineerden in vier Nederlandse gevangenissen. ‘In ieder mens schuilt een stilteling. In iedere gevangene schuilt een boeddha. Als ik in deze samenleving om me heen kijk, denk ik: iedereen wil winnen, iedereen wil dat het in relaties gaat zoals hij of zij dat wil. Je kunt wel in vrede geloven, maar innerlijk blijft de mens altijd een oorlogsveld.’

Samenwerken, samenleven, samen een huishouding runnen of een team, vrijwilligerswerk doen, een elftal begeleiden, een klus klaren.. dat ‘samen’ kan fijn zijn maar ook heel ingewikkeld. Voor je het weet is er een conflict, voelen mensen zich niet begrepen, niet gehoord, wordt er olie op het vuur gegooid en zijn de rapen gaar.
Woede, onbegrip, veroordeling, machtsstrijd, het kan heel nabij zijn, in huis, op je werk, met de buren (daar zijn zoveel conflicten dat je er een programma met een tv-rechter mee kunt vullen). Maar ook verder weg, in de politiek, het land, in de wereld; zoveel machtsstrijd en oorlogen.

‘Ik zat gewoon naast de gedetineerden met mijn ogen dicht. Ik gaf de vrede in mezelf aan hen’, aldus Cuong Lu. ‘In de stiltes viel de scheiding tussen mij en hen weg. De meditatielessen hielpen de gevangen om zichzelf zonder oordeel te zien, en daardoor konden ze soms voor het eerst hun eigen fouten inzien.’

Mooi. In de stilte kun je de ruimte ervaren onder de emoties, pijn, onmacht. Er klapt iets open waardoor je blikveld verruimt. En misschien nog wel belangrijker: je krijgt contact met een diepere grond waarin je samen kunt komen, zoals de wortels van twee planten die naast elkaar staan in dezelfde aarde. Boven de grond voor het oog twee totaal verschillende planten, ondergronds verbonden. De scheiding valt weg. Een logische reactie op onmacht en pijn is je terugtrekken, je afscheiden, en dat is nou net wat het lijden vergroot. Apart blijven, willen winnen.

Cuong Lu: ‘Als je gelooft dat vrede mogelijk is, zijn we allemaal vrienden.’ 

In ieder van ons zit een groter of kleiner oorlogsveld. En er zijn zoveel wegen en manieren om daarmee om te gaan. De stilte is een mooi antwoord. Niet afreageren of voeden maar er laten zijn. Zonder oordeel bezien, in stilte. Contact maken met het ruimte veld eronder, waar het onderscheid wegvalt. Waar we vrienden zijn.

 

Marthe van der Noordaa

 

 

Ik zie jou

swans-1299971_960_720
En ineens scheen de zon en was de lente begonnen. Hongerig naar deze warme stralen, ging ik op onze vlonder liggen aan de vijver en het slootje bij ons huis. Mijn melkwitte blote armen en benen heel onwennig in de felle zon, moet ik zeggen, nog maar een paar dagen geleden bedekt door dikke kleren.
Het was fijn en ontspannen, daar op de vlonder; de eendjes zwommen vlakbij en kwaakten. Ik vind het altijd zo leuk als ze kopje onder gaan, met hun staartjes in de lucht, op zoek naar eetbare plantjes op de bodem. Weinig eetbaars, nu nog.
Ik lag wat te dommelen en voor me uit te staren. Midden op de dag, een dinsdag. Voor mij een drukke werkdag waarop er van alles moet en mijn mailbox vol zit. Maar ik dacht: dat kan nog wel even wachten. Er moet altijd van alles, dat zit niet op een uurtje. En net dit uurtje in de zon, met de eendjes, laadt me op.

Ik moest denken aan een term die ik laatst gelezen had in een essay van Stine Jensen: ‘maatschappelijke aandachtsstoornis’. De filosoof Buying-Chul Han sprak in zijn boek ‘De vermoeide samenleving’ van een maatschappij die zich voortdurend laat opjagen en regelrecht afstevent op een collectieve burn-out. De technologie speelt daarin een dominante rol. Die leidt tot zowel de fixatie van het ik – waarbij alles draait om het zelf, om gezien worden – als tot een ik dat vermoeid is, omdat het niet meer goed kan rusten of zich kan concentreren. En dat maakt de liefde uiteindelijk onmogelijk, stelt Han: want de liefde draait juist om het werkelijk zien van de ander. Om aandacht.

Dat vind ik een interessante koppeling: dat de technologie leidt tot een fixatie van het ik ‘zie mij, like mij’, als tot een vermoeid ik, dat niet meer goed tot rust komt en uiteindelijk de liefde onmogelijk maakt. Ik herken dat wel, dat continu online zijn energie slurpt. Steeds impulsen die binnenkomen, doorgaand bereikbaar, het dwingende appèl daarvan. Maar ook de verleiding om op zogenaamde ‘tussenmomenten’ even je mobiel te pakken of je laptop, ter ontspanning, maar we rusten er niet van uit. Het steelt onze aandacht en doorbreekt een bepaalde concentratie en aanwezigheid.

En dat maakt de liefde uiteindelijk onmogelijk, stelt Han: want de liefde draait juist om het werkelijk zien van de ander. Om aandacht.



Daar sprak ik onlangs nog over op mijn lezing ‘Ode aan de liefde’. Hoe wezenlijk aandacht is, voor wat je doet en voor wie je lief is. En hoezeer dat steeds schaarser wordt. Er zijn zoveel begoochelingen in ons leven die ons verleiden. Onze aandacht is een kostbaar goed geworden. We hebben maar een bepaalde portie van aandacht en voor we het weten geven we die weg aan dingen die vluchtig zijn, dwingend, of verslavend. Dat geeft een gevoel van ongenoegen, uiteindelijk niet vervuld, maar vermoeid. Omdat het niet verbonden is met de verlangens van onze kern, met de liefde.

In de liefde draait het om aandacht. Een arm, een blik, een oprechte vraag, een gesprek, een aanraking, een wandeling samen, op een bankje met een glas wijn, wat het ook is, het maakt niet uit, als er maar een moment van aandacht is. Dat is iets anders dan naast elkaar naar een scherm zitten kijken. Het klinkt bijna banaal, maar het is niet meer vanzelfsprekend. Dat we mobiels uitzetten als we samenzijn, dat we ons niet laten storen. Dat we niet bezet zijn in ons hoofd, elders met onze gedachtes terwijl we in contact zijn. Voorbij de ik-fixatie. Dat we ruimte maken, al is het maar even, voor de ander. We willen allemaal graag gezien en gekend worden.

Wie zijn huwelijk goed wil houden, moet zich oefenen in aandacht geven. (Of een gemeenschappelijke vijand zoeken), vervolgt Stine Jensen.

Geestig, dat van die gemeenschappelijke vijand. Maar laten we voor de aandacht gaan. Het fijne is dat het oefenen in aandacht geven zo dichtbij ons ligt, er hoeft helemaal niets groots voor te gebeuren. Het is vooral stoppen met de begoochelingen en het onbenullige, en dichtbij kijken, naar wat ons lief is. Naar wie ons lief is en zeggen: ik zie jou.

 

Marthe van der Noordaa

Voor ongelukkigen, pessimisten en sombere vogels

img_4473

Tijdens de kerstvakantie kwamen er allerlei artikelen en prachtige teksten van verstokte pessimisten op mijn pad, die mij inspireerden deze blogtekst te schrijven. Daar komt bij dat de lauwe grijze januarimaand mij aanzet tot somberen, en ook merk ik door de gesprekken met mensen om me heen (en in mijn praktijk), dat we doorgaans veel somberder zijn dan we tonen.
Schrijver en dichter Levi Weemoedt verwoordt dit mooi: “Deze tijd heeft iets manisch positiefs. Iedereen doet blij en vrolijk, maar dat is vals geschetter. Ik merk dat mensen daarachter een verlangen naar ernst hebben. (-) Als je het gejubel afleert, gaan inhoud en vorm weer een beetje rijmen.”

Herkenbaar, manisch positivisme als kwaal van deze tijd. Het moet alsmaar geslaagd zijn, en geluk en groei uitstralen. En als het al tegenzit, dan wordt dat vooral gezien als een uitdaging om er beter uit te komen dan daarvoor. Onder het mom ‘het kan altijd beter en mooier en spannender’ blijven we expanderen. Het voldoet niet, terwijl we allang genoeg hebben. Dat is het manische eraan.

Ook las ik een artikel over het fenomeen ‘microdoseren’, dat onder jongeren steeds populairder wordt. Dat is het doorgaand gebruiken van een hele lage dosis lsd of paddo’s, om onder andere minder te hoeven voelen of om minder prestatiedruk te hoeven voelen, zeggen de jongeren die gebruiken. “Sinds ik microdoseer, laat mijn zelfkritische geest minder luid van zich horen, alsof mijn innerlijke criticus mag uitrusten van zijn constante slavendrijverij.” Iemand anders zegt: “Ik ben neerslachtig, daar heb ik nu minder last van.”

Welk voorbeeld geven we onze jongeren dat ze zo’n prestatiedruk voelen? En dat ze neerslachtigheid ervaren als iets dat verdoofd moet worden?
Kunnen we openlijk accepteren dat we soms ongelukkig zijn, verward, verloren, afgedwaald, teleurgesteld of nutteloos zijn? Iedereen zal voor zichzelf beamen dat het er gewoon bijhoort, omdat iedereen weet dat je niet doorgaand blij, actief, stralend en succesvol kunt zijn.
Vlakheid, neerslachtigheid, matigheid, een gevoel van druk of falen.. het zijn geen uitzonderingen, het zijn geen buien die wel overwaaien, lastige momenten die gefikst moeten worden, gevoelens die verdoofd moeten worden. Het is niet iets dat weg moet want het is onderdeel van wie we zijn. Logisch dat we in de ontkenning hiervan onrustig worden, een gevoel hebben van tekortschieten, alsof we niet voldoen. We miskennen een belangrijk deel van onszelf.

“Als je het gejubel afleert, gaan inhoud en vorm weer een beetje rijmen”, zegt Weemoedt. We vallen weer samen met wie we zijn. We zijn het licht en de duisternis, we zijn scheppend maar ook zoekend, we zijn wetend en we weten heel veel niet. We zijn tot van alles in staat en we staan met lege handen. Er is niks op te houden, alleen toe te laten.

Dus laten we openlijk huilen en klagen, onmacht tonen, somberte en pijn. Want dan kunnen we troosten, voelen, stilvallen en ontspannen (want wat een krachtsinspanning is dat, de hele tijd iets ophouden en ‘aanstaan’). Maar vooral kunnen we elkaar dan weer ontmoeten. Het onderscheid valt weg, we worstelen allemaal.
Als we daar oog voor krijgen en ruimte aan geven, ontstaat er vanzelf meer oog en compassie voor elkaar. En voor onze jongeren, hoop ik! Juist voor hen lijkt me het openlijk tonen en voorleven belangrijk. En uitnodigen, vanachter dat scherm vandaan, of achter die joint. Zonder oordeel in gesprek gaan: ‘Wat leeft er echt in je? Vertel.’

Dat is mijn nieuwjaarswens. Geen gelukkig nieuwjaar, maar een jaar vol ontmoeting.

Marthe van der Noordaa