Geen wonder dat we zoveel kaarsjes branden

De dagen zijn donker. Als je ’s ochtends opstaat is er nog geen streepje licht en om half vijf begint het al te schemeren. De dagen zijn korter, maar het werk gaat volop door. Ziektekiemen waren rond, bewegen gaat niet echt van harte. Alleen al het omkleden om te gaan sporten roept bij mij weerstand op, net als die rauwe salade die in de zomer nog zo lekker smaakte. Liever met een wijntje, chips en romige kaasjes op de bank. Het kost allemaal meer moeite in deze tijd van het jaar; het licht is verder te zoeken. Geen wonder dat we zoveel lichtjes en kaarsjes branden.

Wat kan je doen om toch glimpen van licht te ervaren?
Ikzelf richt me erop om toch naar buiten te gaan en te bewegen, een aangepast winterprogramma, dat wel. Om wel dat wijntje te nemen, maar niet die chips. Om een paar fijne boeken op tafel te leggen, en die regelmatig open te slaan omdat ze me herinneren aan het licht. Om goede films te kijken, maar zeker ook mooie muziek te luisteren. Vooral ’s ochtends bij het opstaan helpt mooie muziek me de dag in.
Om geen grote beslissingen te nemen in deze tijd, als er iets nieuws op me afkomt, geen ja en geen nee te zeggen, maar ‘ik kom erop terug in het nieuwe jaar.’ Om bewuster lief te hebben: om bij irritatie en onbegrip even een paar keer diep te ademen in plaats van me af te wenden of kribbig te worden, omdat ik weet dat iedereen in een donkere tijd zit.

Om te genieten van het inkeren, het inhuizig zijn en het teruggeworpen zijn op mezelf. Om het donkere in mezelf te ervaren en mijn (fysieke) beperkingen niet weg te wensen, maar er met mijn aandacht bij te blijven. En dan vindt er een omkering plaats: op het moment dat ik de zwaarte en beperking in mezelf toelaat, heb ik minder last van de donkerte buiten me. Er komt ruimte in me, waardoor ik de donkerte buiten me beter kan hebben. Dat ervaar ik als lichtende momenten. Het kaarsje dat ik in mezelf kan doen branden.

Ik wens je een hele fijne wintertijd en alle goeds voor het nieuwe jaar

Voor de liefhebbers een paar ‘donkere dagenboeken-muziek-wijntips’
Het boek van de schoonheid en de troost– Wim Kayzer
Alsof het voorbij is – Julian Barnes
Een Zucht van verlichting – M. van der Noordaa
 (beetje raar is mijn eigen boek, maar helpt echt in donkere tijden)
Niets weerstaat de nacht – Delphine de Vigan

Goede rode wijn: Révélation, Cabernet-Merlot
Lekkere witte wijn: Le Jade, Pays D’oc, Chardonnay

Cello concerten van Luigi Boccherini
OBOE greatest works, verzamel hobomuziek van Bach, Mozart, Haydn
Down the way – Angus & Julia Stone
All the little lights – Passenger

 

Advertenties

Verdriet duurt een nacht

Het is eerder donker, de dagen worden korter, de nachten langer. De herfst neemt het over. Ik hou van de herfst, met haar prachtige bladerenkleurenspel, de sterke geuren, woeste luchten en het inkeren naar binnen, vuur aan, met een boekje op de bank.
Maar ook breekt met de herfst een zware tijd aan voor me. Mijn allergie speelt het meest op in deze tijd, de Ambrosia bloeit met haar heftige pollen en binnen is de huismijt actief. Daar komt bij dat ik een nekblessure heb, beide kwalen zorgen ervoor dat ik slecht slaap. En dan begint het wakker liggen. Zo anders is de donkere nacht in de herfst.

Ik merk het ook in mijn coachingspraktijk, meer mensen kampen met slaapproblemen in deze tijd. Ik adviseer dan om te beginnen dat het om acceptatie gaat. Bij zoiets ongemakkelijks als wakker liggen, willen we in eerste instantie dat het ophoudt, wat maakt dat we vervolgens opgefokt kunnen raken over het feit dat we wakker liggen. We denken dan: ik moet slapen, wat kan ik doen om in slaap te vallen? En juist dat denken houdt wakker.

Acceptatie leidt tot ontspanning. Ontspan in het wakker liggen. Gewoon liggen. Dan is de kans groot dat er iets oprijst: een probleem, een vraag, pijn, een zorg. Kijk ernaar, niet wegkijken, dat is de kortste route (geloof me, ik deal hier nachtelijks mee). Al ligt er wel een volgende afslag op de loer: dat wat je ziet wordt opgeblazen, het wordt alras problematischer, zorgelijker, pijnlijker. In de smalle koker van de nacht wordt waar je mee zit al snel buitenproportioneel groot, omdat er geen relativerende contekst is. Er komt letterlijk geen licht bij.

Ook dan helpt ontspanning. Adem bewust, breng rust, zodat het nachtelijke fantoom niet onnodig groter wordt. Wat blijft is wat er is. Wat niet betekent dat dat makkelijk is. Niet zelden lig ik dan even stilletjes te huilen. ‘Houdt het dan nooit op?’ gonst door me heen. ‘Zal het altijd zo zijn in de nachten van september en oktober?’ Maar ik weet dat daar geen antwoord op is, want het is geen echte vraag, het is een smeekbede dat het ophoudt.

De laatste tijd denk ik vaak in de nacht even aan andere mensen die wakker liggen. Voor jullie deze troostende woorden van Imme Dros:
‘Verdriet duurt een nacht, maar vreugde komt in de morgen.’

Tot in de morgen.

Wonderwinterlandschap

In de aanloop naar kerst moet ik altijd denken aan mijn oma en opa in Den Haag. Mijn opa kon mooi tekenen en schilderen en had voor de kersttijd een speciaal tableau gemaakt: een schildering met een winterlandschap, die de hele wand met ramen bedekte van hun flat. Ieder jaar werd die tevoorschijn gehaald uit de berging en opgehangen door mijn opa.
Mijn opa was een grote stille man, die soms ineens spraakzaam werd over zijn tijd in het Jappenkamp, waar hij ternauwernood ontsnapte aan een executie. Aan het schokken van zijn lijf en grote handen kon je opmaken dat hij daar meer gruwelijks had meegemaakt. Maar mijn oma suste hem dan en zei: ‘Sssh niet op kerstavond, James.’

Diezelfde grote handen hadden dus dat prachtige verfijnde sneeuwlandschap geschilderd, met witte bergen, een dorp en een stoet mensen dat bij het schemeren uitliep naar een kerkje in de verte. Er was zoveel te zien, dat ik alle gangen van het urendurende kerstdiner vertoefde in dat wonderwinterlandschap.
Tussen alle mensen zag ik een grote man met een klein meisje aan de hand, en dat was ik samen met mijn opa op weg naar de kerk. Ik werd atheïstisch opgevoed en mocht niet naar zondagsschool, dus de kerk had een grote aantrekkingskracht op me. Een magische plek, met prachtige miniatuur glas-in-loodraampjes, warm licht en een stralende ster erboven. In mijn hoofd bedacht ik ieder jaar weer een ander verhaal, wat er gebeurde onderweg en vooral in de kerk; meestal was ik het meisje, en soms de engel die kon zingen en arme mensen redden.

Het is misschien daarom wel dat ik zo hou van het verhaal ‘Het verlangen om mens te worden’, over een trol die mens wilde worden. Het is een trol die met zijn glibberige trollenvrienden diep in de koude bossen woont, maar zich sterk aangetrokken voelt tot de mensenwereld. Vooral de klokken van de kerk die hij heel in de verte hoort klinken, trekken hem enorm aan. En dan begint zijn barre tocht uit het bos naar een ander winterlandschap en legt hij bijna het loodje omdat hij niet meer bij de trollen hoort, maar ook niet bij de mensen. Gelukkig is er een mensenmeisje, dat niet bang voor hem is en op kerstavond tegen de ramen van de kerk blaast met haar adem, zodat de trol kan zien waar hij heen moet.
Een mooi oud Zweeds sprookje uit 1932 van Jeanna Oterdahl, dat ik ooit bewerkt heb tot kerstspel voor kinderen om op te voeren op school en in het buurthuis.

Als je het leuk vindt om dit kerstspel te lezen of te spelen met je kinderen: dit is de link naar het trollenverhaal-kerst.

Het wonderwinterlandschap van mijn opa heb ik na zijn dood helaas niet meer kunnen vinden, maar in mijn fantasie kan ik het zo weer oproepen en draag ik het nog altijd bij me. Dankbaar voor de rijke wereld die hij speciaal voor zijn kleinkinderen had geschapen met zijn potloden en kwast.
Hele fijne kerstdagen.

Tobben in de nacht

Het nieuwe seizoen is begonnen: de kinderen weer in het schoolritme, openingsdag van het Itip, mijn praktijk weer open, de mailbox vol en het begin van de slechtste tijd met mijn allergie. De grasmaanden aug en sept heb ik het meest last. Slechte timing.
Door de benauwdheid word ik een aantal keren per nacht wakker, niets voor mij ik ben zo’n slaapkop, ik ben dol op slapen. Maar in deze tijd begint rond 03.00 uur het wakker liggen, gevolgd door het tobben in de nacht.

Ik merk het ook in mijn praktijk, dat veel mensen met slaapproblemen kampen in deze periode. Los van de meest voor de hand liggende oorzaken als spanning en stress dat alles weer begint en de druk van het moeten, rijst de vraag die me fascineert: Hoe komt het toch dat alles erger, zorgelijker en angstiger wordt in de nacht?
Je ligt stil, er is geen afleiding, je komt uit bij jezelf en er is geen ontkomen meer aan..zou je kunnen zeggen. Maar van die ervaring word ik persoonlijk niet zo tobberig. Wat dan? Ik had het er met mijn man (Bas Klinkhamer) over, die lezingen geeft over de noodzaak van de nacht en net een Dromendvd heeft gemaakt.

Hij zei: ‘Het is donker en je ziet niets om je heen. Dit activeert het verdedigingssysteem. Omdat je niets ziet, valt er een controlemechanisme weg en zoekt het ego een andere manier om de controle te houden; de controle van je mind gaat in de overdrive. Je kunt het vergelijken met lopen in een donker bos; je hoort geluiden en omdat je niets kunt zien geeft dat een angstig gevoel. Je kunt het niet in de gaten houden, maar je moet het wel in de gaten houden. Dan ga je voorstellingen maken die een controlemechanisme in zich dragen. Kleine geluiden of schaduwen worden dan opgeblazen tot grote wezens.
Zo vergaat het je ook in bed. Maar nu doe je het met je gedachten. Je scoop versmalt en vernauwt je aandacht. Je ervaart dan veel intenser wat er in je is, alsof er een vergrootglas op wordt gelegd.’

En dat is precies wat ik ervaar in de nacht; mijn zorgelijke geneigdheid wordt ineens overbezorgd en voor ik het weet voltrekken zich in de nacht allerlei rampscenario’s voor mijn geestesoog. Wat te doen? Veel dingen helpen: mediteren voor het slapen gaan, ontspanningsoefeningen doen, mijn gedachtes sturen, geleide fantasieën opwekken. Maar wat me de laatste tijd het meest direct heeft geholpen is het prevelen of zingen van deze Hindoeïstische mantra:
Om na maha Shiva
Om na maha Shiva
Om na maha Shivaya
Om na maha Shiva
Shivaya om na maha

De tekst betekent: ‘Ik eer het Zelf (licht) dat in mij huist’. En dat is wat er gebeurt; het wordt tijdens het zingen steeds een beetje lichter in me. Ik blijf het herhalen en dan, na een tijdje, verdrijven de woorden en de klank mijn zorgen.

Voor alle tobbers in de nacht: zo klinkt de mantra.
Slaap lekker!