Eiland van aanwezigheid

Vorige week liep ik op bergschoenen en een muts op door de besneeuwde duinen naar het Vogelmeer, waar werd geschaatst. Nu zit ik hier, aan de rand van de sloot en de vijver die grenst aan onze tuin, zonder jas aan, in de schuchtere zon. De eerste zon op mijn wangen. Het overvalt me, deze plotselinge warmte eind februari.

Ik kijk naar de vijf ganzenjongen die geluidloos zijn neergestreken in de ruime vijver. Ze zijn terug. Het lijkt nog maar zo kort geleden dat ik ze als kuikens heb zien rondscharrelen, zien groeien en overleven, altijd poezen of een vos op de loer. Een wonder dat ze het alle vijf gered hebben. Niet meer jong nu, volwassen volle ganzen.

Hoe hebben zij de weg teruggevonden? Een ander wonder. Ze leggen vanuit het koude noorden misschien wel meer dan vierduizend kilometer af. Het schijnt dat ze hun vluchtrichting bepalen aan de hand van het zonlicht en in de nacht laten ze zich leiden door de positie van de sterren en de maan. Ik kan me nog voorstellen dat ze op die manier de weg vinden naar een land, Nederland in dit geval (vind ik al heel knap hoor), maar dan: hoe vinden ze de weg naar dit specifieke vijvertje achter een huis in dit doodlopende straatje in Bergen? Dat is toch ongelofelijk? Het heeft met erfelijke overdacht te maken en ze prenten iets van de kennis van de omgeving in, tijdens hun verblijf in hun broedgebied.
Het wonder is er niet minder om.

In de verte klinken meeuwen. Een nieuw geluid in mijn leven. Het gekrijs van meeuwen.
Een geluid dat direct iets bij me oproept zoals krekels dat van vochtige warmte, zo roepen meeuwen zout water op, havens, eilanden, uitgestrekt water, broodje haring…
Wonen aan de kust.

Mijn oude vader at net soep bij ons. Zijn bezoek op zondag. Een lieve opa die als vanzelf invoegt. Een krant leest in de serre, of kruiswoordpuzzelt. We praten steeds minder, begrijpen steeds meer, de stiltes zijn vertrouwd. Een natuurlijke nabijheid, ik ben een vaders kind, al zo lang een onveranderlijk onderdeel van mijn leven en tegelijkertijd is het afscheid ingezet. Ik voel het in mijn hart. 90 jaar nu.

Een frisse lach verstoort mijn mijmering. De buurmeisjes komen buiten. Ze duikelen en springen op de trampoline, uitgelaten. Eindelijk weer buiten spelen zonder jas. De jongste lacht onbedaarlijk, er is iets heel erg grappig, daar aan de andere kant van de schutting. En het gaat maar door, zonder reserve. Aanstekelijk. Ik lach stilletjes mee.

De eenden in de vijver krijgen door dat er nieuwe gasten zijn. Grote nieuwe gasten en ze zijn met veel. Gesnater. Ze zwemmen om elkaar heen, tasten af. Wiens territorium wordt het? De meerkoetjes zouden het wel tegen ze op kunnen nemen, ik heb ze vorig jaar met z’n tweeën de ganzen zien wegjagen bij hun nest, dat ging er fel aan toe. Nu zwemt het nog in alle rust om elkaar heen, op deze zondag.

Ik voel de zon op mijn wangen, heel intens nu. Niet omdat de zon fel is, maar omdat mijn poriën zich weer voor het eerst lijken te openen. Alles lijkt intenser, de voorjaarswarmte op mijn huid, de geluiden die ik hoor, wat ik zie, de details. Zo zit ik aan de waterkant, een beetje te zitten. Op iedere uitademing voel ik de spanning en moeheid van mijn lichaam langzaam wegtrekken. Er komt een heldere ontspanning, op mijn eiland van aanwezigheid. De pandemie drijft af, ik raak los van de dreiging, van maatregelen en van moeten. Van consequenties van maatregelen. Van uitstel en beperking. Er komt ruimte. 

In deze zintuigelijke aanwezigheid klapt er iets open van de onmetelijke ruimtelijkheid. De tijd valt even weg. Het herinnert me aan wat ik onlangs las in ‘Het ongelofelijk geluk van wat is’ van Jon Bernie:

Hier zijn is niet het resultaat van je inspanning. Het is eerder wat er overblijft, wanneer inspanning wegvalt. Kijk nu! Stop en luister naar dit moment. Voel dit moment. Merk elke onrust, rusteloosheid, afkeer, of worsteling in je geest op. 
Doe nu een stap terug en let op de kwaliteit van aandacht die je net op je ervaring hebt gericht. Wanneer je op die manier naar jezelf kijkt, komt er gevoel van aanwezigheid, gerichtheid en levendigheid op. Dat betekent hier zijn. 

Het is voor ons mensen heel makkelijk om het gevoel voor de zin van het leven te verliezen, om ons vervreemd, onbetrokken, of niet vertegenwoordigd te voelen, vooral met betrekking tot alles wat verkeerd aanvoelt in de wereld. Maar wanneer je dit begrip, dit gevoel van gerichte aanwezigheid leert kennen, zul je een vervulling ontdekken die ontspannen en moeiteloos is, en die zal geleidelijk je toevlucht, je rustplaats worden – de echte thuisbasis van zijn. 

Laat dus je ideeën wegvallen, laat je controle los, en sta jezelf eenvoudigweg toe dit gewaarzijn te zijn, waarin alles wat je ziet tevoorschijn komt. Misschien word je omgeving opeens levendiger: kleuren, gewaarwordingen, we ontwaken tot de schittering van dit moment. Loods jezelf steeds terug naar hier zijn.’ 

Loods jezelf steeds terug naar hier zijn. Dat neem ik met me mee, de komende tijd, waarin weer van alles staat te gebeuren.

Voor nu, een zachte voorjaarsgroet,

Marthe van der Noordaa

Het verfoeide 2020

“De beste wensen voor 2021, eindelijk kunnen we dit ellendige jaar achter ons laten.”
“Dat we 2020 maar snel mogen vergeten.” Dat soort nieuwjaarswensen hoorde ik om me heen. Vergeten? dacht ik dan, laten we juist vol stilstaan bij dit jaar. Laten we het onderzoeken, doorgronden, binnenstebuiten keren en van leren. Want wat een waardevolle informatie zit er in dit unieke verfoeide jaar! Dat is mijn nieuwjaarswens.

Om een paar dingen van 2020 te noemen die ik van waarde vind: dat we weer hebben ervaren hoe kwetsbaar we zijn, en niet onfeilbaar. Want dat was al die tijd al een illusie, en dan komt de dood rauwer dan rauw op ons dak. Zo is gebleken. Vele dierbaren zijn begraven.
Dat we zijn stilgezet en daardoor zijn gaan herwaarderen wat heel dichtbij ligt. 
Dat we weer weten wat de vitale beroepen zijn. Dat we de mensen weer zien die we niet kunnen missen. De beroepen die de maatschappij draaiende houden.
Dat alleen de winkels met basisbehoeften nog open mochten blijven. We staan weer eens stil bij wat onze basisbehoeften eigenlijk zijn. Het zoveelste paar schoenen? Onderbroeken, pastasaus, bloemen, boeken, keukenspullen, paracetamol, Hema rookworsten, chips. De muur van chips was ineens helemaal leeg bij onze supermarkt tijdens de lockdown, kennelijk een hele belangrijke basisbehoefte. Er zijn 7 merken chips verkrijgbaar en ieder merk heeft wel 5 smaken: keuze uit 35 soorten chips. Waarom eigenlijk? En wat mis je nou het meest als het erop aan komt? Dat soort vragen hebben zich aangediend. 

Ook kwam in de spotlight hoe we zijn doorgeslagen in onze omgang met dieren, of het nou in megastallen is in de Achterhoek, in veel te kleine kooitjes op fokkerijen in Brabant of op illegale markten in Wuhan. We vangen ze, fokken ze, vergassen en vermalen ze, hakken staarten, slagtanden en schubben af om te verwerken in tassen of medicijnen, dat soort rare dingen doen we met dieren. En dan is daar ineens het dodelijke virus dat via dier op mens wordt overgedragen. Niet de eerste keer. Ebola werd overgedragen via vleermuizen, SARS via civetkatten en de Pest, waaraan ooit een derde deel van alle Europeanen is gestorven, via ratten, via de vlooien op ratten. De ratten (met hun dodelijke gast in de pels) brachten het virus via het ruim van de handelsschepen wereldwijd onder de mensen. Nu gebeurt de verspreiding veel sneller, want we vliegen.
Zouden wij mensen door deze pandemie anders gaan kijken naar reizen? Naar het onbeperkte vliegen dat we zijn gaan doen? Voor €48 euro vliegen naar Istanbul, we weten allemaal dat het niet klopt en dat we daar op een andere manier hoge prijzen voor betalen.

Zo waardevol vond ik het om tijdens de eerste lockdown te zien te zien hoe snel de natuur herstelt als wij mensen binnen blijven! Als wij ruimte geven aan de natuurlijke gang en ons er niet mee bemoeien. Hoe snel dat herstel gaat is heel hoopgevend en heel hard nodig natuurlijk. Dat weet iedereen. De noodklok luidt. 2020 vertelt ons dat er geen enkele reden meer is om te ontkennen, weg te kijken, om te wachten. Klimaat en natuurbehoud hoog op de agenda in 2021.

‘Hopelijk kunnen we zo snel mogelijk weer terug naar normaal’, zag ik regelmatig voorbijkomen op social media. Wat is normaal? Zijn het de excessen waar we de afgelopen jaren aan gewend zijn geraakt? Het normaal is de waan geworden. In de waan moet het comfortabel en leuk blijven. En daarbij denken we dat we veel meer nodig hebben en worden we afhankelijk van omstandigheden en prikkels. Terwijl we met zoveel minder toe kunnen, is gebleken uit afgelopen periode. 
Dus laten we vooral niet teruggaan naar ‘normaal’, zou ik zeggen.
Mijn wens is om elkaar juist niet te betoveren met de waan, niet te doen alsof we dit achter ons kunnen laten en kunnen fixen. Dan blijft de ontreddering en de kwetsbaarheid. Want het volgende virus ligt alweer op de loer. 

Laten we ernaar kijken, naar 2020
als een mijlpaal, een leerschool, een keerpunt.

Laten we onderzoeken en onderscheiden.
De waan van de werkelijkheid scheiden. 
Niet doorschakelen en controle herpakken,
maar verliezen. Kiezen en verliezen. 
Het overbodige loslaten: 
de zaken die ons niet dienen,
die ons betoveren, zoet houden,
verslaven en versplinteren,
maar niet bijdragen.

Dan kan er werkelijk iets veranderen.
Verandering kan niet zonder verlies.
En natuurlijk vraagt dat offers en doet dat ook pijn.
Maar liever de pijn
dan de illusie.
Liever de weerbarstigheid
dan de waan.

Ik toost op de weerbarstigheid en de zoektocht 
naar een oprecht antwoord op 2020.

Marthe van der Noordaa


Denk eraan dat alle wonderlijks dat je bestudeert
het collectieve werk van vele generaties is
waaraan allen hun geestdrift en inzet hebben gewijd.
Dat erfdeel berust nu in je handen die het in eerbied ontvangen,
verder ontwikkelen en straks aan je nageslacht toevertrouwen.
Daarin zijn we onsterfelijk:
samen scheppen we een oeuvre dat ons overleeft.

Albert Einstein (1879-1955)

Relaxte slordige mannen

Soms ben ik wel eens jaloers op mannen. Als ik het kameraadschappelijk samenzijn zie onder mannen, waarbij iedereen vanzelfsprekend onderdeel is van de groep. Of als ik hoor over het gemak waarmee ze elkaar na een ruzie met twee zinnen en een schouderklop kunnen vergeven, waar vrouwen soms wel twee maanden en tien gesprekken voor nodig hebben. Bij vrouwen kan het nog wel eens ingewikkeld worden, met onderling gedoe, rivaliteit, geroddel, een kritische blik. Ik zei een keer tegen een vrouw die voor me stond in een rij – ze had een opvallende gekleurde jas aan en een hoedje op – ‘wat zie je er leuk uit’. Het was alsof de hemel openging, ze klaarde helemaal op. We raakten aan de praat en zij zei dat ze eigenlijk nooit complimenten kreeg van vrouwen. Gek eigenlijk. 

Het zou te maken kunnen hebben met de kritische houding van vrouwen, vooral ten opzichte van zichzelf. Er wordt veel over geschreven: dat vrouwen een grote interne twijfel kunnen hebben over wat ze kunnen, en als ze iets goed gedaan hebben, het al snel bagatelliseren en eerder toeschrijven aan externe factoren dan aan zichzelf. Op dit gebied een wankel zelfvertrouwen. Uit onderzoek blijkt dat mannen zichzelf in 30% van de gevallen juist overschatten, ze bluffen sneller en durven meer. En het blijkt te werken: hoe meer je gelooft dat je bepaalde functies aankunt, hoe meer anderen het je toevertrouwen. Bij een vacature zijn vrouwen van mening dat ze aan alle eisen moeten voldoen, mannen denken dat 60% voldoende is. We kunnen hierin nog van elkaar leren.
Vanuit die interne twijfel schijnen vrouwen zich veel te vergelijken met hun omgeving. Ze weten vaak feilloos waarin de ander mooier of geslaagder is. Concurrentie ligt op de loer. Terwijl we elkaars steun juist zo nodig hebben. En complimenten zijn ook heel welkom.  

Ik moet ook wel denken aan het verschil tussen mannen en vrouwen als ze met elkaar op stap zijn geweest, naar de kroeg, uit eten. Hoe het kan gaan met afrekenen. Bij vrouwen wordt vaak heel precies uitgerekend wie wat heeft gehad -eerlijk maar ingewikkeld- bij mannen tikken ze de rekening hoofdelijk om en klaar, een stuk relaxter.
Dat relaxte is ook wel iets wat me fascineert, vooral in het dagelijks leven en de huishouding. Zoals mijn man volkomen zorgeloos uit zijn vieze broek stapt en die ter plekke op de grond laat liggen, en er de dagen erna zonder problemen omheen blijft lopen, alsof de kous daarmee af is. Sterker nog, gerust op een ander plekje nog een shirt of pyjamabroek laat liggen en in de hal zijn riekende sportkleren in een hoekje op de grond. En daar heel ontspannen in blijft, dat vooral! Hoe doet ie dat toch? denk ik dan. Hij zit er echt niet mee dat er overal door het huis hoopjes op de grond liggen. Ik kan daar na twee hoopjes al niet meer tegen. Vervolgens is hij overigens ook niet verbaasd als die kleren op een goed moment gewassen en wel weer in zijn klerenkast liggen. Alsof die kleren dat zelf gedaan hebben en een eigen leven leiden.
Een boterham smeren en dan het vieze mes met de boter eraan op het aanrecht laten liggen, ook zoiets, het boterkuipje nog open, de kaas uit het papiertje, net naast de ijskast en dan eerst gaan lunchen. Vervolgens gebeurt er van alles en blijft dit de rest van de dag op het aanrecht liggen. Hij loopt er heus een paar keer langs, ziet het volgens mij wel, maar ziet het niet als een probleem! Natuurlijk erger ik me er ook aan, maar als ik heel eerlijk ben, is het dit soort onthechte losheid bij alledaagse dingen waar ik jaloers op kan zijn.

Ik kan me uiteraard voorstellen dat er ook andere mannen zijn wat dit betreft. Maar daar val ik niet op kennelijk, want ik heb altijd ‘slordige mannen’ gehad. Ook slordige zoons trouwens, maar dat is vast de schuld van het DNA. Ooit kochten we een keer een cadeau voor een man die vijftig werd, een grote vuurkorf voor buiten, en die man vroeg na het feestje of hij ‘m misschien kon ruilen? ‘O jee, is er iets mis mee’, vroeg ik? ‘Nee hoor, hij is prachtig maar ik heb liever iets anders, het geeft zo’n rommel in de tuin, zo’n vuurkorf.’ Kijk, zo’n man laat denk ik niet zijn vieze broek op de grond liggen, of een beboterd mes op het aanrecht. Je hebt ook mannen die heel netjes zijn op hun kleding, en er tiptop en hip uitzien, ik heb er nooit mee in bed gelegen. Mijn vriendjes hadden meestal van die afgekloven V-truien en broeken waarvan je je kunt afvragen: ‘is dat ooit mode geweest?’ Mannen die nooit in etalages van winkels kijken, laat staan enig besef van mode hebben. 

Wat ik al zei: we kunnen veel van elkaar leren. Ik in dit geval rondom loslaten en ontspannen. Mijn liefde voor slordige mannen zegt veel over mezelf; als antwoord op de blinde paniek die soms toeslaat als ik me verbind met de weerbarstige werkelijkheid, klamp ik me vast aan de paar vierkanten meters in mijn eigen leventje: opruimen, schoonmaken, de was doen, ijskast vullen. Rust, reinheid en regelmaat. Ooit in het leven geroepen voor jonge kindjes, maar net zozeer voor deze moeder. En als ik daarin doorsla, laaf ik me aan de slordigheid van mijn man, die me helpt herinneren aan mijn verlangen naar onthechte losheid. Gewoon maar wat doen. De boel de boel. Soms oefen ik, dan doe ik een week de was niet (gaat niet vanzelf). ‘Geen schone onderbroeken meer in de kast? Goh, misschien liggen ze ergens op de grond.’ Heel bevrijdend.


Marthe van der Noordaa

Kunst koesteren

In deze tijd van het jaar vindt altijd de Kunst10daagse plaats in Bergen. Tien dagen lang kunst van ruim tweehonderd kunstenaars op honderzestig locaties; in ateliers, in tuinen, in het bos, bij mensen thuis, in cafés, rond de kerk. Een groots event in het kleine dorp Bergen, waar tijdens die 10 dagen soms wel 30.000 mensen op af komen. Maar helaas: het gaat niet door! Vanwege aangescherpte corona maatregelen, is net besloten. Wat een strop, voor de kunstenaars uiteraard, maar ook voor de bezoekers, voor ons mensen. 
Want wat is een leven zonder kunst? 

Die vraag dringt zich steeds vaker aan me op nu zoveel theaters sluiten, muziekfestivals worden geannuleerd, orkesten worden opgebroken, exposities amper worden bezocht. Zoveel kunstenaars niet gezien, niet gehoord. Je zou kunnen denken: kunst is een extraatje, een soort luxe, geen belangrijke levensbehoefte. Dus ja, jammer als het niet doorgaat maar geen ramp. Het is ook geen ramp, maar wel een groot gemis. Kunst brengt iets wat voorbij het logische denken gaat, voorbij kosten en baten, voorbij ‘nuttig’. En daarmee is het juist zo waardevol.
Het tilt ons naar een ander niveau, voorbij de alledaagse sores en platheid, naar het niveau waar we geraakt worden zonder te begrijpen, waar we getroost worden door onbekenden, waar tragiek toegankelijk en behapbaar wordt, waar we kunnen worden herinnerd aan wat wezenlijk is, of waardoor we simpelweg opgetogen en verfrist huiswaarts kunnen keren.
Kunst als balsem voor de ziel. 

En dat lijkt me juist in deze tijd geen overbodige luxe, maar noodzaak. De vervreemding waar we meer en meer in terecht komen, door alle maatregelen, maar ook door de enorme vlucht die de digitale ontwikkeling heeft genomen in de afgelopen decennia. Steeds meer mensen raken in een isolement, zijn eenzaam, somber, ontheemd. De expansiedrift heeft ons veel welvaart gebracht, zeker, maar op een ander vlak zijn we veel armer geworden. Op het eenvoudige menselijke vlak, van direct contact, zorgdragen voor elkaar en afstand overbruggen. Op het vlak van iets doen, niet omdat je er beter van wordt, maar omdat je hart ernaar uitgaat. Kunst ontstaat vaak vanuit deze passie. In die zin is kunst, net als de liefde, om niet. 

Ik moet in dit kader denken aan een citaat van Charles Eisenstein een Amerikaanse schrijver en activist, die pleit voor een nieuwe kijk op de wereld van ‘separation’ naar ‘interbeing’.
Laat het duidelijk zijn dat dit de revolutie is: liefde voor alles dat leeft om wat het is en niet vanwege de waarde ervan. Als we ons daarvoor openstellen, zal niet alleen onze verhouding tot de natuur veranderen. Het zal ook leiden tot een transformatie van ons economisch systeem, dat juist gebaseerd is op het uit winstoogmerk uitbuiten van mensen.

‘Liefde voor alles dat leeft om wat het is en niet vanwege de waarde ervan.’ Zo mooi. En revolutionair omdat we daar zo ver vanaf zijn geraakt. Gewend als we zijn om keuzes te maken vanuit: wat levert het op? Het is een rigoureuze beslissing om ons daarop te richten, te midden van de pandemie: om de liefde lijdend te laten zijn. Menselijk dichtbij. 

‘Blijf dansen, lachen, luisteren, voelen’, staat boven de agenda van het Internationaal theater Amsterdam. Laten we de theaters bezoeken, de muzikanten uitnodigen, musea binnenwandelen, filmhuizen steunen. Laten we de kunst koesteren als een noodzakelijk kostbaar goed.

Marthe van der Noordaa

Liefde en lezen

Diykq-LXcAA4QzW

Om met de deur in huis te vallen, de afgelopen maanden zijn er twee boeien geweest die ik heb vastgepakt: liefde en lezen.

Lezen maakt me rustig en brengt me bij wat er echt toe doet. Het is voor mij, net als de liefde, een intieme aangelegenheid. Een goed boek ervaar ik als een onthulling, kwetsbaar, je wordt toegelaten in iemands persoonlijke verhaal. Je mag mee in hun zoektocht, en wordt daardoor deelgenoot van hun diepere vragen die blijken te raken aan de mijne. En dan ineens die zin of zinnen waarvan je denkt, had ik die maar geschreven. Taal kan zo schoon zijn. Soms is een boek zo raak dat ik daarna even een tijdje niet meer kan lezen. Ken je dat? Dat je niet zomaar weer ruimte hebt voor een ander boek, alsof je direct na aankomst over zou stappen in de volgende bus naar een verre bestemming. Die ervaring had ik na het lezen van de nieuwe roman van Thomas Verbogt, Hij heeft me met zijn ‘Als je de stilte ziet’ de afgelopen tijd geraakt en opgetild. Het trilde nog lang na.

Een tijd eerder kwam dit pareltje op mijn pad: ‘Een bijna volmaakte vriendschap’ van Milena Michiko Flasar.
‘Dat meisje daar, ze roert zonder ophouden met haar vinger in de plas. Maakt alleen maar tekeningen die vervloeien. Het is een zinloos en toch gelukkig spel. Het meisje lacht voortdurend. Ik vraag me af waarom wij dat niet meer kunnen, zinloos gelukkig zijn. Waarom we, als we groter worden, in nauwe en lage ruimten zitten, waar we ons ook bevinden, hooguit van de ene ruimte naar de andere gaan, terwijl we als kind toch in een ruimte zonder muren waren. Want zo herinner ik het me: toen ik klein was, was mijn onderdak mijn hier en nu. Noch het verleden noch de toekomst kon me iets maken, en hoe mooi zou het zijn als dat vandaag nog zo was. Als we bijvoorbeeld niet voor het resultaat zouden werken, maar uit overgave, zonder inspanning.’

Zoveel moois in deze passage. Mijn onderdak mijn hier en nu. Zinloos gelukkig zijn. Iets doen, niet met een reden, een resultaat, maar puur omdat je het graag doet. Geen inspanning maar overgave. Voor mij zit dat in spontane ontmoetingen die raken, zomaar op straat, thuis aan tafel met dierbaren, theater, schoonheid, muziek, de moeder gans die hier in de sloot voorbij zwemt met haar vijf jongen. Het zijn ook juist die dingen waar we in alle drukte zo snel aan voorbijgaan.
En de liefde. Ik heb de afgelopen tijd zo goed gevoeld wie me lief is. Door de opgelegde afstand kwam juist het besef wie echt nabij zijn. Ook mijn eigen geliefde heb ik opnieuw leren kennen, zo op elkaars lip, onder elkaars huid, de verschillen pregnanter, de behoefte elkaar opnieuw te ontdekken en lief te hebben groter.

Niet alleen wie, maar ook wat ook me lief is, werd helder. Dat bleken geen grote dingen en het lag heel dichtbij huis, wat een fijne ontdekking.
Veel mensen die ik heb gesproken in mijn coachingspraktijk en op straat (zoveel meer contact gehad met mijn buurtjes in de straat en in de supermarkt) vonden het fijn om de afgelopen maanden zo dichtbij huis te blijven. De eenvoud die het brengt, als alle overtollige onrust en afleiding wegvalt. Zelfs jongeren en studenten heb ik horen zeggen dat het best fijn was, even geen afspraken, geen evenementen, niet doorlopend ‘aan’ staan, het wegvallen van de FOMO, fear of missing out. Bizar toch, dat je meedoet niet omdat je er zin in hebt, maar uit sociale angst iets te missen?

Het is dichtbij vaak veel fijner dan we denken. Rommelen in huis, of in de tuin, een praatje met de buren, wandelen langs een slootje, lekker koken, boodschappen doen voor iemand die het nodig heeft. Het is echt waar: klein geluk ligt op de stoep.
Daarom stuit het misschien ook wel op zoveel weerstand dat de overheid nu als prioriteit heeft om de KLM te redden. Waarom eigenlijk? Als ik mensen vroeg: wat heb je gemist de afgelopen tijd? heb ik zelden iemand gehoord die zei: ‘dat ik niet meer kon vliegen.’ Het blijkt geen primaire menselijke behoefte, maar een maatschappelijke financiële kwestie. De stem van de macht en het geld die spreekt en besluit. En voor we het weten, wordt dat weer normaal en volgen we deze maatschappelijke norm.

Maar we zijn geen volgers, we zijn medescheppers. En we hebben de keuze, ook nu alles langzaamaan weer ‘open’ gaat. Laten we vanuit vrijheid kiezen en dichtbij blijven.
Bij wat we hervonden hebben. Bij onszelf en bij elkaar.

 

Ps mooie boekentips zijn hier te vinden, in mijn digitale bibliotheek

 

 

Liefde voor het lot

 

58086710-red-luchtballon-zweven-over-misty-mountain-in-vang-vieng-laos

Afgelopen zaterdag stond ik met mijn vader beneden in de hal van het gebouw waar hij een appartement heeft.  ‘Waarom kom je niet even boven?’, vroeg hij. Ik legde het weer uit, over dat nare virus dat rondwaart, zo besmettelijk, en waarom dat hij dat echt niet moet krijgen.

Mijn vader is 89 jaar en we zijn heel voorzichtig met hem. We hebben zelf het virus niet, maar zijn wel in contact geweest met mensen die Corona hebben (of hebben gehad) en dat levert dat ‘grijze gebied’ op, waar we weinig over weten wat daar besmettelijk aan is. Niet meer bezoeken of ophalen voor een uitje, geen knuffels, wel iedere dag bellen, pakketjes met favoriete dingen sturen, en de boodschappen tot aan de voordeur. Nodig, maar jeetje wat is dat kaal en eenzaam.

We bleven even staan praten, daar in de hal, met anderhalve meter en een boodschappentas tussen ons in. ‘Hoe gaat het papa, lastig he?’ ‘Nou het gaat wel hoor, niet alles kan meer nee.’ Hij keek me rustig aan. En zei toen: ‘Het doet me een beetje denken aan de oorlogstijd, toen kon ook niet alles. Je kon niet reizen, en als je al op pad ging, had je hooguit een fiets. Dan was je blij. Je zette houten banden op je fiets, anders pakte de Duitsers ‘m af.’ Ik ken het verhaal maar vind het altijd weer bijzonder als hij erover spreekt. ‘En als er dan gebombardeerd werd, want dat gebeurde veel bij ons in Wassenaar, wist je dat je direct in de berm moest gaan liggen. Binnen blijven was natuurlijk beter. Maman (mijn oma) kreeg nog een keer een scherf in haar gezicht.’ Lees verder

Ik heb je lief, maar nu even niet

flowers-1405662_960_720

Vrouw A is verdrietig, ze huilt.
Man B ziet het en komt naar haar toe.
B: ‘Lieverd, wat is er?’
A prevelt iets over dat ze bang is.
B: ‘Maar dat hoeft toch helemaal niet?’
A kijkt hem verward aan. Dan somt ze door haar tranen heen op
waar ze bang voor is.
B: ‘Maar lieverd, daar is toch niks aan te doen?’
Vrouw A huilt harder.
B valt even stil. Dan probeert hij een oplossing aan te reiken,
wat ze zou kunnen doen.
A kijkt hem wezenloos aan, dan kijkt ze naar buiten.
B probeert nog een andere optie.
A huilt zachtjes door.
B gaat even wat anders doen.

Misschien een herkenbare scène. De vrouw is verdrietig en bang, de man doet zijn best, en reikt allemaal dingen aan die hij als behulpzaam ziet, zoals ‘het valt toch wel mee, daar is toch niks aan te doen’, en tot slot een oplossing. Het werkt niet. Het ademt goede bedoeling, onbegrip, en twee werelden die nu niet gaan samenkomen. De man voelt zich machteloos en tekortschieten, de vrouw voelt zich niet erkend in haar verdriet.

Een van de vele vormen van miscommunicatie die ik tegenkom in mijn praktijk voor relatiecoaching. Het verrast me iedere keer weer hoeveel onbegrip en conflicten er voortkomen uit miscommunicatie. Het ligt niet aan onwil of slechte bedoeling, of aan een gebrek aan liefde. Bovenstaande man en vrouw kunnen veel van elkaar houden en toch op zo’n cruciaal moment niet samenkomen. Lastig, maar niet ernstig. Dat is vaak mijn eerste boodschap. Het ligt niet aan de liefde, maar aan de communicatie, of het gebrek aan communicatie. En daar is heel goed wat aan te doen.

Daar wil ik voor pleiten in deze tijd, waar gelukkig zijn, het fijn willen hebben en geslaagd zijn zo voorop staan. Tijdens deze dagen in de aanloop naar Valentijn zou ik willen zeggen: relaties zijn ingewikkeld, communicatie tussen geliefden is ingewikkeld en het is heel logisch dat je elkaar bij vlagen totaal niet begrijpt of aanvoelt. Dan is er geen ramp, maar werk aan de winkel. ‘Ik heb je lief, maar nu even niet.’

Kom vooral langs. Naast mijn praktijk in Bergen, heb ik sinds kort ook een werkplek in de stad die me lief is: Amsterdam.

Je bent

Je bent gewoon je bent
gewoon een mens dat is
een warm en onontwarbaar wezen
en toch kun je gebeuren als een wonder

want ik heb je geroepen in mijn slaap
ik riep je liefde

door eigen honger
in de eigen stem ontwaakt
zag ik: ik heb je niet gedroomd
hier ben je je bestaat

ik heb je liefgehad
dit is de nacht

ik heb je lief
ik heb je niet bedacht.

– Ellen Warmond

 

Marthe van der Noordaa

Winterkerstpuzzel

IMG_4033

‘Mag ik een puzzel voor kerst?’ Deze onverwachtse vraag kwam er binnen op mijn mobiel, van onze 22-jarige dochter. Mijn hart sprong op: natuurlijk! En ineens doemde het puzzeltafeltje op van mijn oma, waar ze met regelmaat langsliep om even een ‘stukje te leggen.’ Ik kreeg grote drang om ook zo’n puzzeltafeltje te maken voor de kerstperiode, liefst met een authentieke Jumbopuzzel met Zwitsers winterlandschap. Waar vind je die? Bij de kringloopwinkel. Dus daar gingen we heen.

Ik keek mijn ogen uit; wat een grote kringloophal in Alkmaar! Zoveel spullen. Er was bijna niemand. Mijn man ging richting het meubelgedeelte, ik naar de speelgoedhoek. Onderweg zag ik rijen vazen, pannen, apparaten, enorm veel boeken, een kastje met kristal, een hele hoek met kleding, glitter galajurken ook, laarzen, schoenen, tassen, en zomaar door. Alles nog prima in orde.
En terwijl ik daar zo ronddwaalde, bekroop me een treurig gevoel. Wat hebben we veel, en wat is er veel over! In de verte klonk ‘Driving home for Christmas’. Lees verder

Laten we troosten

toevlucht-kl

Onlangs is oma kleur overleden. Zo noemden de kinderen haar omdat ze een atelier in huis had waar ze altijd mochten verven of tekenen, als ze daar zin in hadden.
Ze was de tweede vrouw van opa. Een aparte vrouw, waar we veel bij voelde maar die we op een bepaalde manier ook niet echt leerde kennen. Een kunstenares en een boerendochter. Een mengeling van ongrijpbaar in haar eigen wereld vertoeven, en dan weer heel aards van aanpakken en doorzetten. Lief en onbaatzuchtig ook.
En ineens was daar die dodelijke diagnose: alvleesklierkanker. Na een paar weken is ze gestorven, 77 jaar. Zo snel, geen enkele vooraankondiging, geen vermoeden. Ook dus bij iemand zo sterk, nooit ziek, vol van leven, van creatieve plannen. Wat een schok.

Een week eerder vertelde mijn man over het verdriet van een hockeyteamgenoot van hem: zijn vrouw, 32 jaar oud, heeft gehoord dat ze niet lang meer te leven heeft. Lymfeklierkanker. Twee jonge kinderen. Het is niet te bevatten, niet te verwerken.
Dat is misschien wel het meest schokkende: dat het ontdaan is van iedere logica, van ieder rechtvaardheidsgevoel. De dood dendert het leven in op willekeurige plekken en momenten. En daar staan we, kwetsbaar en onthutst.

De kinderen hebben afscheid van haar kunnen nemen toen ze nog redelijk goed was, en het mooie was dat ze als vanzelf met haar naar haar atelier gingen. Later hoorden we dat ze daar alledrie nog iets tegen haar gezegd hebben. De jongste voorop: ‘Waar denkt u dat u heengaat als u doodgaat? Zal opa daar ook zijn?” Er hing een bijzondere sfeer om hen heen toen ze terugkwamen.

Terug in de auto merkten we dat we nog niet door konden. De oudste kinderen wilden niet meteen op de trein, terug naar hun studentenleven, en wij nog even niet naar de dagelijkse gang in ons dorp. We besloten dat we naar mijn ouderlijk huis gingen rijden, het was vlakbij en ik had ze die plek nog nooit laten zien.
En zo wandelden we samen door het buurtje van mijn jeugd, ik vertelde, zij vroegen van alles, we waren blij verrast (ik ook, met terugwerkende kracht): wat een apart uniek huis en wat een leuke plek!
De drie kinderen liepen vooruit. Ik voelde dankbaarheid voor het feit dat ze er waren. En tegelijk een grote kwetsbaarheid. Ik pakte de hand van mijn man, en dacht: laten we genieten van elke minuut. En laten we troosten.

“Kleur is de kern van mijn kunst. Dagelijkse gebeurtenissen, verhalen, muziek, ik beleef ze in kleur. Kleuren roepen beelden op en maken gevoelens los. Mijn werk komt tot stand door nuances aan te brengen, door vlakken te verbinden of ze van elkaar te scheiden. Door eindeloos te schaven en te schrappen. Het schilderij is af is als het iets met me doet. Als het me uitdaagt te communiceren en in actie laat komen.”
Greetje Hubers

 

Marthe van der Noordaa

Rutger Bregman gevoel

IMG_3610.JPG.M.detalis

Het is dinsdagavond. Ik loop tevreden door het Vondelpark in Amsterdam, terug naar mijn auto. Ik heb net gegeten met een lieve collega van het ITIP, waarbij we allerlei communicatie dingen hebben besproken. Ontspannen, samen, prettig. Daarvoor hadden we een interview gehad met de mannen van Blendle, Alexander Klöpping en Rick Pastoor (waarschijnlijk ken je ze wel van die digitale nieuwskiosk waar je losse artikelen kunt aanschaffen). Ook dat was een verrassend prettig gesprek geweest, grondig en openhartig. Ik was geraakt door hun openheid, en hun drijfveer om het goede in mensen te stimuleren.

Dus ik mijmerde nog wat na in mijn auto terwijl ik met een Rutger Bregman gevoel de stad uitreed: inderdaad ja, de mensen deugen. En zoals wel vaker in Amsterdam (doorlopend in verbouwing) werd ik omgeleid en belandde ik op een voor mij onbekende route. Het was even zoeken. Op een goed moment aarzelde ik, linksaf de snelweg op of juist rechts aanhouden?

Achter me hoorde ik toeteren, ik remde af. En toen werd ik van rechts ingehaald door een busje, die me afsneed. En niet een beetje, hij ging volledig overdwars voor me staan, waardoor ik niet meer verder kon rijden. Vervolgens kwam er een grote man uit het busje, met een flinke zaklamp in zijn hand. In een flits dacht ik: shit, waar zit eigenlijk de deurvergrendeling in deze Tesla?! Als je niet technisch bent (zoals ik) is het sowieso best ingewikkeld zo’n Tesla, niks geen knopjes, hendeltjes, wijzertjes, alles zit in die ene IPad.

Maar goed, die man dus. Hij stevende op me af en begon met de zaklamp op mijn raam te tikken. Het leek erop dat hij mij de auto uit ging sleuren… Maar mogelijk had hij last van hetzelfde als ik: de deurknop aan de buitenkant is erg hightechdesign weggewerkt, dus niet zo snel open? Hij begon tegen me te schelden in een taal die ik niet verstond en het enige wat ik uit kon brengen was: ‘Ik ben de weg kwijt! Kan jij me misschien helpen?’
Dat had hij niet zien aankomen, geloof ik, want hij stond even helemaal stil. Wat nu? Zijn buskruit leek weg te lopen. Wat bleef is dat hij met de zaklamp vol in mijn gezicht bleef schijnen, en ik daar zat als een blind konijn met mijn armen omhoog.
Toen riep hij nog iets wat ik niet verstond, maar ik vermoed dat het iets anders was dan ‘o sorry, nou fijne avond nog’, en ging terug naar zijn busje. Hij scheurde weg. Achter ons een aardige file (geen hulp van die kant overigens).

Bibberend reed ik door, de snelweg op, de verkeerde afslag bleek, maar het kon me niks schelen. Ik had wel even een paar rondjes nodig om bij te komen.
Er ging van alles door me heen. En er doemde een scenario op wat ik zo goed ken: wat leven er toch een idioten op de wereld die ik niet kan volgen?! Eigenbelang, woede, ongeduld. Niet de liefde, schoonheid, onze aarde koesteren, nee plunderen, macht, geld. En voor ik het weet komt die idiote president van Amerika weer voorbij, en onze politici, die zoveel beslissingen voor ons nemen, hoe integer zijn hun motieven? Het zal wel weer tegenvallen die Miljoenennota, veel geld naar defensie en wegen en niet naar wat er echt toe doet: onderwijs, de zorg, het klimaat? Ik was aardig op weg in deze negatieve lus, toen ik dacht: nee, ik ga me het positieve gevoel van deze avond niet af laten nemen door een gek met een zaklamp.

Het was een innerlijk besluit en ik begon zachtjes te zingen. Dat helpt mij om terug te keren naar wat van waarde is voor me. De mensen die me raken. Die net als ik, zoekend, uit willen gaan van het beste. Miljoenen andere mensen zijn dat, ongewapend, met een groot hart. De meeste mensen deugen.

 

Marthe van der Noordaa