Fluistering

close-up-van-de-slak-shell-op-een-plank_1161-99

Mijn opa had een vlinderverzameling, een muntenverzameling en een in mijn ogen zeldzaam grote schelp, en ik was dan ook blij toen hij op een goede dag dichter bij ons in de buurt kwam wonen. Nu kon ik na school op mijn fiets naar hem toe, om naar de munten te kijken (de opgeprikte vlinders liever niet) en de zee in de schelp te horen. Kennelijk deed ik dat liever dan met een vriendin spelen of touwtje springen en elastieken op straat, wat ik ook echt leuk vond in die tijd. Maar dit ging voor.

Als ik binnenkwam zette mijn opa thee, ik ging dan alvast bij de kist staan en bekeek de munten die in kaarsrechte rijen waren uitgestald. Munt voor munt, ging ik ze af. De verschillende groottes, wat er opstond, en welke bij welke hoorden.
Dan dronken we zwarte thee, meestal met een blokje oude kaas erbij (ik geloof niet dat mijn opa ooit koekjes in huis had). En dan kwam het moment dat mijn opa zei: ‘pak ‘m maar.’ Ik liep naar het vitrinekastje en haalde heel voorzichtig de grote blauwwitte porseleinen schelp tevoorschijn. Mijn opa hield ‘m eerst tegen zijn eigen oor, dan knikte hij, en vervolgens hield ik ‘m tegen mijn oor. Wat vond ik dat mooi; eerst de spanning of er wel iets te horen zou zijn en dan heel in de verte het zachte geruis waar ik, hoe langer ik luisterde, de zee in herkende. En dan zei ik er iets over: dat de zee ver weg was dit keer, of juist dichtbij omdat hij wild was, soms was het de blauwe zee met de zon, soms de grijze zee in de winter… Ik kon er heel lang naar luisteren, tot mijn oor gloeide. Daarna legde ik de schelp voorzichtig terug.

We dronken nog een kop thee, en ik herinner me goed de stilte die er toen was, daar in de woonkamer van mijn opa. Zo anders dan voordat ik in de schelp had geluisterd.
En dan ging ik weer, opgetogen en gerustgesteld, terug naar de drukte in mijn straat.

Dit alles kwam in heldere penseelstreken voor mijn geestesoog door een tekst die ik tegenkwam van Julian Barnes uit ‘Het tumult van de tijd’:
De kunst is de fluistering van de geschiedenis, die boven het tumult van de tijd te horen is. (-) Wat kon er tegenover het tumult van de tijd worden gezet? Alleen de muziek die in onszelf zit –de muziek van ons wezen-, die door sommigen wordt omgezet in echte muziek. Die tientallen jaren later, als ze sterk, echt en zuiver genoeg is om het tumult van de tijd te overstemmen, wordt omgezet in de fluistering van de geschiedenis. Dat was waar hij (componist Dmitri Sjostakovitsj) aan vasthield.

Het vaste ritueel in mijn kleine leventje van het bezoek aan mijn opa was belangrijk voor me. Achteraf kan ik zeggen dat het mijn manier was om voorbij het tumult te gaan, om gehoor te geven aan een onbestemd verlangen naar iets diepers, een diepere fluistering. Opmerkelijk was dat we amper spraken bij deze terugkerende bezoekjes, net zomin als ik er met anderen over sprak. Dat verraadt voor mij ook de waarde ervan, het breekbare van zo’n fluistering, het diepere verlangen van mijn wezen.

Alleen de muziek die in onszelf zit –de muziek van ons wezen-, kan tegenover het tumult van de tijd worden gezet, zegt Barnes. Mooi vind ik dat, en zo actueel. Wat moeten we anders in deze rare tijd? De muziek van ons wezen zit in ons allemaal; het is doen waar je hart naar uitgaat, doen wat van waarde is voor je, echt en oprecht. Dwars door al het tumult heen, voorbij alle angst, ruis, geschreeuw, gelonk van de media, populistisch geroep van politici, gemanipuleer van commerciële zenders, dominant gedrag van de menigte…daaraan voorbij, luisteren naar de fluistering van iets diepers.

Dat vraagt onthechting, niet meteen reageren, niet met iedere rijdende trein mee, maar even blijven dralen op het perron. Afstemmen op een andere frequentie, om je eigen muziek te horen. Ook al is het een vaag geruis in de verte, als je erbij blijft, met aandacht, kan het een zee worden. De muziek van je wezen.

Ik wens je hele fijne feestdagen, met hopelijk weinig tumult en veel mooie muziek.

Dit vind ik zelf erg mooi: Lux Aeterna 

Advertenties

‘Min de stilte’

266px-squirrel_posing

Onlangs kocht ik een Fokke en Sukke scheurkalender. Veel te vroeg, maar ik zag hem toevallig liggen en vorig jaar was ik te laat, dus toch maar laten inpakken. Hun grappen horen inmiddels bij het opstarten van mijn dag. Toen ik ermee naar buiten liep, dacht ik: het is nog maar zo kort geleden dat ik het eerste blaadje afscheurde van 2016 en nu is ie alweer bijna op! Ik voelde ineens het verglijden van de tijd. Het vervulde me met iets weemoedigs. Extra versterkt, moet ik zeggen, doordat onze twee oudste kinderen nu echt uit huis zijn en onze jongste laatst bij het ontbijt ineens zei: ‘Mama, als ik over 7 jaar mijn diploma haal op de middelbare school, zal daar dan wel een opa of oma bij kunnen zijn? Dat weet ik niet lieverd.’ Maar de kans is groot van niet, dacht ik erachteraan.

Ik liep nog een tijd rond met die weemoedigheid en toen kwam er op facebook een boeiend interview voorbij met Dirk de Wachter, (psychiater en schrijver van o.a. Borderline Times), dat eraan raakte. Hij zegt: ‘We zijn bang voor verveling maar vooral van de stilte die dat met zich meebrengt. Die confronteert ons met de tijd, op een andere manier dan drukte doet. Waar de drukte ons de illusie oplevert dat we de tijd voorbij kunnen lopen, als we maar snel genoeg zijn, haakt de stilte ons vast aan het eindige moment.’

In de drukte lopen we aan de tijd voorbij, het is de stilte die ons de eindigheid laat ervaren. Mooi.
Meer dan ooit zat ik de afgelopen tijd ’s ochtends te mijmeren in een stoel voor het raam. Te kijken naar de almaar kaler wordende notenboom, naar de eekhoorn die noten aan ’t verstoppen is in onze tuin voor de winter. Naar het schilderij aan de muur boven de bank dat ik maar mooi blijf vinden… Ik ging niet meteen naar mijn kamer, naar het werk dat daar wachtte. Soms zat ik wel een uur. Ik besef nu dat het komt omdat er een groeiende onvrede in me was over de drukte in mijn leven, de aaneenrijging van activiteiten en het dwingende apèl van inkomend ‘verkeer’. Wat een trekkracht hebben de pingetjes van mobiel en mailbox. Er spreekt een bepaalde urgentie uit ‘lees mij’, ‘reageer op mij’. Door de snelheid waarmee een bericht kan worden verstuurd, wordt er ook een snelle reactie verwacht. Een mail, sms of app twee dagen laten liggen is ondenkbaar. Vaak beseffen we niet dat onze hersenen zeker 20 minuten nodig hebben om, nadat we zijn afgeleid, weer op hetzelfde concentratieniveau te komen als daarvoor.

De onvrede betreft vooral mezelf: waarom laat ik me zo bepalen? Ik hou niet van mezelf als ik zo slaafs wordt. Als ik me laat meevoeren, nog voor ik even heb stilgestaan. Ik word het meest meewarig van het verglijden van de tijd als ik me laat leven. Als ik een ander leven leidt dan het mijne, ook al is het maar een kort moment. Dan glipt het uit mijn handen. 
Mijn eigen ritme van leven ligt laag. Bovenaan mijn horoscoop staat met hoofdletters ‘laatbloeier’. Ik hou van dingen langzaam doen, traag en met aandacht. Van dingen laten oprijzen in plaats van bewerkstelligen. Van mijmeren.
Maar het vraagt volle inzet van me om daar te komen, en dat vervolgens af te schermen en te koesteren. De maalstroom is heel sterk, de trekkracht van bezig zijn en daar bestaansrecht aan ontlenen is groot. Dus logisch dat het ook wat vraagt om dat uit te zetten. Continu ‘aanstaan’ is de norm. Maar juist dan glijdt de tijd weg, glijden de dagen van het jaar als gescheurde blaadjes door onze vingers.

Ik kies bewust voor vertragen en voor de stilte. ‘De stilte haakt ons vast aan het eindige moment’, zegt de Wachter. En tegelijk aan het oneindige, wat mij betreft. Ik kan me echt gedragen voelen door de stilte. Opgenomen in iets groters en thuisgebracht bij mezelf.


Min de stilte in uw wezen

min de stilte die bezielt

Zij die alle stilte vrezen

hebben nooit een hart gelezen

hebben nooit geknield.

Guido Gazelle

Begrijpen met mijn hart

0448cc57cd507243770011d95b768482_500x500_fit

Op de drempel van het nieuwe seizoen heb ik meer dan andere jaren ambivalente gevoelens. Ik heb veel zin om weer te beginnen, maar ik ben ook aangeslagen en ongerust over wat zich afspeelt in de wereld. Via allerlei nieuwswegen komt het binnen: de schok als er opnieuw een aanslag is gepleegd en het besef dat het nog lang niet voorbij is, maar ook het ongeloof dat een karikatuur als Donald Trump in aanmerking kan komen voor het presidentschap van de VS. En dan de onderdrukking van vrouwen en toenemende homohaat alsof we een eeuw terug zijn in de tijd, de overstromingen wereldwijd en nog steeds geen regering die de nodige rigoureuze maatregelen neemt, en ga zo maar door…
Verbijstering en onmacht voel ik. Ik kan er niet bij met mijn verstand.
Een tijd geleden zei ik in een interview voor Dagblad Trouw iets dat hierbij aansluit.

“Ik vind wat er in de wereld gebeurt bij vlagen overweldigend en onverteerbaar en om dat het hoofd te kunnen bieden, lees ik boeken. En schrijf ik.
Om te begrijpen, niet conceptueel, maar met m’n gevoel, met m’n hart. Boeken doen een appèl op mijn gevoelswereld: door de vertelvorm kunnen ze de meest gruwelijke thema’s verteerbaar maken, vind ik. Dat is het verschil met kranten, met de kale feiten. Het is de taak van de journalist om zelf zoveel mogelijk buiten schot te blijven en daarmee wordt het abstracter en moeilijker toe te laten. Boeken vinden een weg naar binnen, het krijgt makkelijker een plek, er vindt een verbinding plaats.”

Dat helpt me in deze tijd: lezen om tot inzicht te komen, om te begrijpen met mijn hart zodat er een verbinding kan plaatsvinden. Want dat is wat ik wens, te midden van alle heftigheid toch in contact blijven. Ik las deze zomer onder andere ‘Het wetende hart’ van Kabir Helminsky, over de weg van de soefi. Fijn boek, troostrijk ook.

‘We kunnen onze geïsoleerde wil verenigen met de wil van de liefde. (-) Als het individu tot een staat van bewuste integratie komt en uiteindelijk tot actieve overgave, waarbij hij of zij zich direct laat leiden door zijn of haar gelouterde hart.’

Helminsky roept hier op tot actieve overgave. Onze geïsoleerde wil verenigen met de wil van de liefde. Wat apart staat is bedreigend, daar lijden we aan. Uit het hoofd, van het willen bevatten, naar het hart. En je daardoor laten leiden. Dan ontstaat er weer verbinding. Met de liefde, met een ander, welke ander dan ook. In de grond zijn we verbonden. Hier kan ik me op richten, actieve overgave met mijn hart erbij, aan de liefde. Aan de mensen om me heen en dat wat me lief is. En dan verdwijnt iets van de onmacht.

En daar hoort ook het steentje bij dat ik kan bijdragen dit seizoen:
Een schat aan Liefde, een traject rond de liefde in Amsterdam, samen met mijn man Bas Klinkhamer
Twee lezingen op verzoek: Van zelfkritiek naar mededogen
Ik zal dit najaar vaker aanwezig zijn in mijn praktijk in Amsterdam voor individuele coaching en relatiecoaching
Begeleiding in De ITIP Opleiding, een krachtige en diepgaande opleiding op het gebied van persoonlijke ontwikkeling
En tot slot iets heel anders: ik heb vlak voor de zomer een verhaal gehouden op een huwelijksceremonie in een kerk, bij een stel dat op hun huwelijksdag graag een inhoudelijke bijdrage wilde over de liefde. Dat was erg leuk en fijn om te doen! Dus daar sta ik voor open, mocht mijn agenda het toelaten.

In de grond verbonden, een warme groet…

Dromers, dwarsliggers en twijfelaars

nieuw_begin

Onlangs las ik een interview met Wilfried de Jong in dagblad Trouw met de aanlokkelijke titel ‘Mijn grootste kwaliteit is twijfelen.’
Een paar dagen later viel er een brief op de mat van de VPRO die 90 jaar bestaat: ‘Onze programma’s willen urgentie uitstralen, discussie uitlokken met tegenstanders, openstaan voor het onbekende. Ze wil een creatieve broedplaats zijn, we geven de vloer aan nieuwsgierigen, dromers, voortrekkers, dwarsliggers, einzelgänger, durvers en doeners. We moeten leverancier zijn van programma’s die helpen de wereld te veranderen.’
Een omroep naar mijn hart! En niet toevallig waren twee van mijn favoriete programma’s van Wilfried eraan verbonden: ‘24 uur met’ en Zomergasten.

In het interview zegt Wilfried: ‘Eigenlijk staan mijn poriën altijd wel open, geur, smaak, toon, tekst; ik moet het allemaal in me opnemen. (-) Een mening hebben is niet mijn grootste kwaliteit, mijn grootste kwaliteit is twijfelen. Ik weet het allemaal niet zo goed. Een mening is een soort artikel geworden dat je kunt aanschaffen, wat je ziet in al die talkshows. Maar kijk eens uit het raam. Ik tel zo’n 14 ruiten aan de overkant, waar allemaal verschillende mensen wonen, met allemaal een eigen verhaal. Weet jij wat er gebeurt? Een groot deel van mijn werk is gebaseerd op twijfel.’

Mooi vind ik dat en herkenbaar. Het niet weten zet aan tot dingen. Tot zoeken en proberen, tot struikelen en weer wat anders proberen, er zit leven in. Plus dat het ruimte geeft, het zet je zintuigen open: kijken, ruiken en proeven aan wat er nog meer is. Het zeker weten bakent af, het twijfelen opent, maakt je ontvankelijk voor nieuw perspectief.

In mijn boek ‘Een Zucht van verlichting’ schrijf ik: Vaak worden we voortgedreven door onze ambities en onze wil. Onze vastomlijnde plannen geven duidelijkheid en zekerheid en zo stippelen we onze toekomst uit. Die zekerheid is tijdelijk prettig, want al snel verliezen we de vrijheid om eerder gemaakt plannen om te gooien en onderweg verrast te worden. Hoe vaak is het niet zo dat we toch maar doorgaan met plannen die zijn ‘leeggelopen?’ Met plannen die niet meer gevuld zijn met werkelijk verlangen, met noodzaak?’ (pag.19)

Het loslaten van je vastomlijnde plannen en zekerheden vraagt een bepaalde moed. De moed om jezelf en je overtuigingen van tijd tot tijd ter discussie te stellen. Zo fijn vind ik dat als mensen dat openlijk doen. Het heeft ook wel met humor te maken, dat je relativering en zelfspot kunt hebben. Vaak wordt twijfelen geassocieerd met niet kunnen kiezen en een gebrek aan zelfvertrouwen. Wat mij betreft getuigt het juist van vertrouwen om te durven twijfelen en open te staan voor invloeden en inspiratie, voor verhalen van anderen, voor wat zich aandient.

De combinatie van twijfelen en benieuwd zijn, vind ik een sterke brandstof. Naast dat het voortstuwt en aanzet tot ontwikkeling, geeft het vrijheid. De vrijheid om de bakens te verzetten en onderweg verrast worden; om open te staan voor het onbekende. En dan kan je zomaar belanden op een, zoals de VPRO dat noemt, broedplaats met nieuwsgierigen, dromers, durvers, dwarsliggers en twijfelaars.
Ik zie jullie graag ergens daar onderweg!


Twijfel is het begin van wijsheid

Descartes

Het eerste geloof

longchen-rabjam-e9be99e992a6e5b7b4e5b08ae88085-40-jpg

Zolang als ik me kan herinneren ben ik gelovig. En dat heeft me altijd verbaasd, want waar had ik dat vandaan? Ik ben atheïstisch opgevoed en ik zat niet op een katholieke, protestante of antroposofische school of iets dergelijks. Ook had ik geen vriendinnen die daar mee bezig waren, of het moet dat ene vriendinnetje zijn geweest dat een netje knikkers kreeg als ze op zondag met haar moeder meeging naar de kerk. Ik wilde wel, ook zonder de beloofde knikkers, en dus ging zij ook.

Ik herinner me nog goed, de eerste keer dat ik in de kerk zat, hoe prachtig ik het vond. Het gebouw alleen al, en dan eenmaal binnen, de geur en de sfeer; het plechtige, aandachtige en stille, het samen zingen. Voor kinderen was er zondagsschool, op zolder boven een van de zijbeuken van de kerk. Daar werden verhalen verteld die ik erg mooi en ook spannend vond. Ik mocht er niet heen van mijn ouders, maar sinds dat eerste bezoek was er iets onomkeerbaars gebeurd, dus ging ik stiekem. Ik glipte de kerk binnen, pakte net als iedereen het zwart gekafte liedboek, nestelde me onopvallend achterin, en zong mijn eigen lied (ik had geen idee wat er stond). Ik zag de engelen aan het plafond, Maria in de nis, het lichtspel door de glas in loodramen en vertoefde soms zo in mijn eigen wereld dat ik vergat naar de zolder te gaan.

Maar het was al voor de zondagsschool dat ik vanzelfsprekend tot iets/iemand sprak als ik verdrietig was, bang of eenzaam. Thuis deed ik dat met mijn hoofd onder mijn kussen, onderweg lopend naar school prevelde ik voor me uit. Het was er gewoon, als vanzelf en ik sprak er met niemand over. Maar wanneer is het begonnen? Dat fascineerde me al een tijdje en toen las ik onlangs dit citaat in ‘Nora’ van Colm Tóibín (pag.370):

Om te kunnen geloven, moet je geloven. Als je eenmaal geloof hebt, kun je meer gaan geloven, maar je kunt niet geloven voordat je begint met geloven. Dat eerste geloof is een mysterie. Het is een soort geschenk. En dan is de rest logisch, of kan het zijn. Maar het kan niet bewezen worden, zei ze. Je kunt het alleen voelen. Ja, zei hij, maar het gaat niet om bewijs. Het is niet als twee plus twee, maar meer of je licht toevoegt aan water. Je moet eerst iets hebben.

Je kunt niet geloven voordat je begint met geloven. Er ging een golf van herkenning door me heen. Er is geen beginpunt, omdat het er altijd al is geweest, als een vaste waarde. Een geschenk. Alsof je licht toevoegt aan water, een helder beeld en tegelijk niet te begrijpen. En dat is misschien wel wat me er het meest in aantrekt: dat ik het niet begrijp. Ik hou van dingen (en mensen) die ik niet begrijp.

Dat er zoveel meer is dan ik kan vatten en bevroeden, stelt me gerust. Wat me binnenvalt, me ontreddert, me koestert in het holst van de nacht en wat me meetrekt naar plekken waar ik logischerwijs niet heen zou gaan, dat maakt me gelukkig. Het deel van mijn man waar ik geen vat op krijg, de invallen bij het schrijven waar ik altijd weer op hoop maar die ik niet kan bedenken, de ontmoeting met een onbekende die iets zegt wat me verrast, de teksten van de Dzogchenmeesters Padmasambhava en Longchenpa die me diep raken zonder dat ik ze echt begrijp. Het idee dat er nog zoveel meer is in het heelal dat oneindig en ongekend is.
En daarom snap ik niet dat geloof zo vaak versmald wordt tot één instituut of persoon of boek. Dat het wordt vastgepint op een kerk, een tempel of een moskee, waar slechts een belijdenis kan zijn? Dan gaat wat mij betreft het geschenk verloren. Het eerste geloof is van voor die verschijningsvormen, het is een mysterie. En dan is de rest logisch.

 

Onverschrokken liefde

Valentijnsdag is de dag waarop geliefden elkaar extra aandacht geven met bloemen, cadeautjes, of een kaartje. Op mijn lezingen wordt meestal wel duidelijk dat ik een groot voorstander ben van iedere dag Valentijnsdag; je geliefde aandacht geven..doe dat vooral dagelijks! Want wat is er fijner dan een kus, een aai, een compliment, een goeie grap, een onverwachts gebaar en oprechte aandacht van je geliefde te midden van de dagelijkse sores?

Los daarvan was ik wel benieuwd naar het hoe en waarom van Valentijn en van 14 februari? Ik kwam het volgende tegen:
In 496 riep Paus Gelasius 14 februari uit tot de dag van de heilige Valentijn. Maar er was in die tijd verder geen enkel biografisch gegeven over hem bekend. Wel deed er een legende de ronde over een jong paar dat bij bisschop Valentijn kwam met het verzoek hen te trouwen. De man was een heidense soldaat, de vrouw een christen. Valentijn vond de liefde zwaarder wegen dan de wetten van de keizer, en huwde het stel. Al gauw kwamen meer paren met hetzelfde verzoek. Hij werd aangegeven en gearresteerd. Toen hij voor de keizer moest verschijnen, probeerde hij die te bekeren. Claudius voelde zich beledigd en liet Valentijn martelen en onthoofden. Dat gebeurde op 14 februari, maar welk jaar het was, is onduidelijk. Voordat het vonnis werd uitgevoerd, zag Valentijn nog kans het dochtertje van de gevangenisbewaarder een briefje toe te stoppen: ‘Van je Valentijn’, stond erop.

Niet zo heel romantisch, 14 februari als de dag waarop Valentijn gemarteld en onthoofd werd (toegegeven: dat briefje voor de dochter dan weer wel). 
Maar wel heel mooi dat deze bisschop Valentijn de liefde zwaarder liet wegen dan de wetten, en daarvoor bleef staan, ook als dat betekende dat de dood erop volgde.

Heel in de verte herken ik daar wel iets van: op een goed moment in mijn leven was het een besluit dat ik de liefde erkende als een belangrijke levensbehoefte en niet als een prettige bijkomstigheid. Ik wilde er vol voor gaan. Vanaf toen was duidelijk dat als het niet goed ging in mijn liefdesrelatie, het niet goed ging met mij. Dan wist ik dat er werk aan de winkel was: niet denken dat het wel vanzelf overgaat maar bespreken, eerlijk zijn over mijn verlangens, niet zwichten, blijven zoeken, benieuwd ook naar zijn motieven, onthechten en onbevooroordeeld kijken en echte aandacht geven, dat soort zaken. Ik heb het bovenaan mijn lijst van ‘heel belangrijk’ gezet, wat betekent dat ik het standvastig moet uithakken in mijn dagelijkse drukke leven, waar zoveel dingen altijd weer strijden om aandacht. Een onverschrokken keuze.

Aan het slot van mijn boek ‘Een schat aan liefde’ schrijf ik: De schatkamer van je relatie is goed gevuld. De kunst is nu om die schatten te koesteren en aan te blijven spreken. En je niet te laten leiden door de waan van de dag, door de onbenullige dagelijkse gewoontes of dwingende activiteiten die strijden om voorrang. Wat kan nou belangrijker zijn dan de liefde? Ik kan niks bedenken.

Fijne Valentijnsdagen door het jaar heen! En veel plezier met het uithakken van jouw schat aan liefde.

In de maand februari krijg je een kaartenset kado bij mijn boek (om degene die je liefhebt 6 keer een kaartje te sturen).

Geen wonder dat we zoveel kaarsjes branden

De dagen zijn donker. Als je ’s ochtends opstaat is er nog geen streepje licht en om half vijf begint het al te schemeren. De dagen zijn korter, maar het werk gaat volop door. Ziektekiemen waren rond, bewegen gaat niet echt van harte. Alleen al het omkleden om te gaan sporten roept bij mij weerstand op, net als die rauwe salade die in de zomer nog zo lekker smaakte. Liever met een wijntje, chips en romige kaasjes op de bank. Het kost allemaal meer moeite in deze tijd van het jaar; het licht is verder te zoeken. Geen wonder dat we zoveel lichtjes en kaarsjes branden.

Wat kan je doen om toch glimpen van licht te ervaren?
Ikzelf richt me erop om toch naar buiten te gaan en te bewegen, een aangepast winterprogramma, dat wel. Om wel dat wijntje te nemen, maar niet die chips. Om een paar fijne boeken op tafel te leggen, en die regelmatig open te slaan omdat ze me herinneren aan het licht. Om goede films te kijken, maar zeker ook mooie muziek te luisteren. Vooral ’s ochtends bij het opstaan helpt mooie muziek me de dag in.
Om geen grote beslissingen te nemen in deze tijd, als er iets nieuws op me afkomt, geen ja en geen nee te zeggen, maar ‘ik kom erop terug in het nieuwe jaar.’ Om bewuster lief te hebben: om bij irritatie en onbegrip even een paar keer diep te ademen in plaats van me af te wenden of kribbig te worden, omdat ik weet dat iedereen in een donkere tijd zit.

Om te genieten van het inkeren, het inhuizig zijn en het teruggeworpen zijn op mezelf. Om het donkere in mezelf te ervaren en mijn (fysieke) beperkingen niet weg te wensen, maar er met mijn aandacht bij te blijven. En dan vindt er een omkering plaats: op het moment dat ik de zwaarte en beperking in mezelf toelaat, heb ik minder last van de donkerte buiten me. Er komt ruimte in me, waardoor ik de donkerte buiten me beter kan hebben. Dat ervaar ik als lichtende momenten. Het kaarsje dat ik in mezelf kan doen branden.

Ik wens je een hele fijne wintertijd en alle goeds voor het nieuwe jaar

Voor de liefhebbers een paar ‘donkere dagenboeken-muziek-wijntips’
Het boek van de schoonheid en de troost– Wim Kayzer
Alsof het voorbij is – Julian Barnes
Een Zucht van verlichting – M. van der Noordaa
 (beetje raar is mijn eigen boek, maar helpt echt in donkere tijden)
Niets weerstaat de nacht – Delphine de Vigan

Goede rode wijn: Révélation, Cabernet-Merlot
Lekkere witte wijn: Le Jade, Pays D’oc, Chardonnay

Cello concerten van Luigi Boccherini
OBOE greatest works, verzamel hobomuziek van Bach, Mozart, Haydn
Down the way – Angus & Julia Stone
All the little lights – Passenger