Dromers, dwarsliggers en twijfelaars

nieuw_begin

Onlangs las ik een interview met Wilfried de Jong in dagblad Trouw met de aanlokkelijke titel ‘Mijn grootste kwaliteit is twijfelen.’
Een paar dagen later viel er een brief op de mat van de VPRO die 90 jaar bestaat: ‘Onze programma’s willen urgentie uitstralen, discussie uitlokken met tegenstanders, openstaan voor het onbekende. Ze wil een creatieve broedplaats zijn, we geven de vloer aan nieuwsgierigen, dromers, voortrekkers, dwarsliggers, einzelgänger, durvers en doeners. We moeten leverancier zijn van programma’s die helpen de wereld te veranderen.’
Een omroep naar mijn hart! En niet toevallig waren twee van mijn favoriete programma’s van Wilfried eraan verbonden: ‘24 uur met’ en Zomergasten.

In het interview zegt Wilfried: ‘Eigenlijk staan mijn poriën altijd wel open, geur, smaak, toon, tekst; ik moet het allemaal in me opnemen. (-) Een mening hebben is niet mijn grootste kwaliteit, mijn grootste kwaliteit is twijfelen. Ik weet het allemaal niet zo goed. Een mening is een soort artikel geworden dat je kunt aanschaffen, wat je ziet in al die talkshows. Maar kijk eens uit het raam. Ik tel zo’n 14 ruiten aan de overkant, waar allemaal verschillende mensen wonen, met allemaal een eigen verhaal. Weet jij wat er gebeurt? Een groot deel van mijn werk is gebaseerd op twijfel.’

Mooi vind ik dat en herkenbaar. Het niet weten zet aan tot dingen. Tot zoeken en proberen, tot struikelen en weer wat anders proberen, er zit leven in. Plus dat het ruimte geeft, het zet je zintuigen open: kijken, ruiken en proeven aan wat er nog meer is. Het zeker weten bakent af, het twijfelen opent, maakt je ontvankelijk voor nieuw perspectief.

In mijn boek ‘Een Zucht van verlichting’ schrijf ik: Vaak worden we voortgedreven door onze ambities en onze wil. Onze vastomlijnde plannen geven duidelijkheid en zekerheid en zo stippelen we onze toekomst uit. Die zekerheid is tijdelijk prettig, want al snel verliezen we de vrijheid om eerder gemaakt plannen om te gooien en onderweg verrast te worden. Hoe vaak is het niet zo dat we toch maar doorgaan met plannen die zijn ‘leeggelopen?’ Met plannen die niet meer gevuld zijn met werkelijk verlangen, met noodzaak?’ (pag.19)

Het loslaten van je vastomlijnde plannen en zekerheden vraagt een bepaalde moed. De moed om jezelf en je overtuigingen van tijd tot tijd ter discussie te stellen. Zo fijn vind ik dat als mensen dat openlijk doen. Het heeft ook wel met humor te maken, dat je relativering en zelfspot kunt hebben. Vaak wordt twijfelen geassocieerd met niet kunnen kiezen en een gebrek aan zelfvertrouwen. Wat mij betreft getuigt het juist van vertrouwen om te durven twijfelen en open te staan voor invloeden en inspiratie, voor verhalen van anderen, voor wat zich aandient.

De combinatie van twijfelen en benieuwd zijn, vind ik een sterke brandstof. Naast dat het voortstuwt en aanzet tot ontwikkeling, geeft het vrijheid. De vrijheid om de bakens te verzetten en onderweg verrast worden; om open te staan voor het onbekende. En dan kan je zomaar belanden op een, zoals de VPRO dat noemt, broedplaats met nieuwsgierigen, dromers, durvers, dwarsliggers en twijfelaars.
Ik zie jullie graag ergens daar onderweg!


Twijfel is het begin van wijsheid

Descartes

Advertenties

Geen wonder dat we zoveel kaarsjes branden

De dagen zijn donker. Als je ’s ochtends opstaat is er nog geen streepje licht en om half vijf begint het al te schemeren. De dagen zijn korter, maar het werk gaat volop door. Ziektekiemen waren rond, bewegen gaat niet echt van harte. Alleen al het omkleden om te gaan sporten roept bij mij weerstand op, net als die rauwe salade die in de zomer nog zo lekker smaakte. Liever met een wijntje, chips en romige kaasjes op de bank. Het kost allemaal meer moeite in deze tijd van het jaar; het licht is verder te zoeken. Geen wonder dat we zoveel lichtjes en kaarsjes branden.

Wat kan je doen om toch glimpen van licht te ervaren?
Ikzelf richt me erop om toch naar buiten te gaan en te bewegen, een aangepast winterprogramma, dat wel. Om wel dat wijntje te nemen, maar niet die chips. Om een paar fijne boeken op tafel te leggen, en die regelmatig open te slaan omdat ze me herinneren aan het licht. Om goede films te kijken, maar zeker ook mooie muziek te luisteren. Vooral ’s ochtends bij het opstaan helpt mooie muziek me de dag in.
Om geen grote beslissingen te nemen in deze tijd, als er iets nieuws op me afkomt, geen ja en geen nee te zeggen, maar ‘ik kom erop terug in het nieuwe jaar.’ Om bewuster lief te hebben: om bij irritatie en onbegrip even een paar keer diep te ademen in plaats van me af te wenden of kribbig te worden, omdat ik weet dat iedereen in een donkere tijd zit.

Om te genieten van het inkeren, het inhuizig zijn en het teruggeworpen zijn op mezelf. Om het donkere in mezelf te ervaren en mijn (fysieke) beperkingen niet weg te wensen, maar er met mijn aandacht bij te blijven. En dan vindt er een omkering plaats: op het moment dat ik de zwaarte en beperking in mezelf toelaat, heb ik minder last van de donkerte buiten me. Er komt ruimte in me, waardoor ik de donkerte buiten me beter kan hebben. Dat ervaar ik als lichtende momenten. Het kaarsje dat ik in mezelf kan doen branden.

Ik wens je een hele fijne wintertijd en alle goeds voor het nieuwe jaar

Voor de liefhebbers een paar ‘donkere dagenboeken-muziek-wijntips’
Het boek van de schoonheid en de troost– Wim Kayzer
Alsof het voorbij is – Julian Barnes
Een Zucht van verlichting – M. van der Noordaa
 (beetje raar is mijn eigen boek, maar helpt echt in donkere tijden)
Niets weerstaat de nacht – Delphine de Vigan

Goede rode wijn: Révélation, Cabernet-Merlot
Lekkere witte wijn: Le Jade, Pays D’oc, Chardonnay

Cello concerten van Luigi Boccherini
OBOE greatest works, verzamel hobomuziek van Bach, Mozart, Haydn
Down the way – Angus & Julia Stone
All the little lights – Passenger

 

Schatkamer

Onlangs is het manuscript van mijn nieuwe boek naar de tekstredacteur gegaan. En dat is best een belangrijk moment voor me.
Ik ben de laatste weken dag in dag uit met mijn boek bezig geweest en ik kon eigenlijk nergens anders meer aan denken. Ik deed wel andere dingen, maar had steeds een doorgaand lijntje met het schrijven, en het schuren en schaven aan de tekst.
Nu ik voor het eerst contact heb met de redacteur, voelt het alsof ik uit een diepe grot kom. En dat is eigenlijk niet zo gek want het boek gaat over de verschillende schatten van de liefdesrelatie.. het voelt alsof ik ze eigenhandig heb opgespoord, uitgehakt en een mooi plekje heb gegeven, de laatste maanden.
Ik zie bleek, heb stramme handen, slaap slecht, maar ben volkomen wakker en helder. Regelmatig word ik middenin de nacht wakker en weet ik ineens hoe ik een overgang wil maken of welk citaat ik waar wil gebruiken, en dan sluip ik m’n bed uit naar de gang waar door de tijd heen steeds meer afgekloven briefjes liggen met nachtelijke krabbels.
Ik drink teveel koffie, eet teveel pure chocola en kan ’s avonds alleen nog maar Donald Ducks lezen. Terwijl ik zo van lezen houd! Het lukt me niet.. er kan geen andere input meer bij. Net als ik ergens in de verte, als door matglas, flarden van wedstrijden van een heel belangrijk WK zie? Dus ik ben wel toe aan een volgende fase. En het duurt niet lang meer.

Het leukste van alles vind ik dat het boek zo anders wordt dan mijn vorige: ‘Een Zucht van verlichting’. Dat was ook onderdeel van mijn tocht, op zoek naar een andere toon. Een ander onderwerp vraagt een andere stijl. Het wordt dikker, smeuïger en iets meer uitpakken in de vormgeving.
Er heeft zich al een team gevormd dat aan de slag gaat met die vormgeving: Erna Kuik gaat zwart-wit foto’s maken, Suzan van Lieshout doet de vormgeving en de cover en Angelique Kleijne is er voor de opmaak en het zetwerk.
Ik voel me zo gesteund hierdoor, we hebben net onze eerste bijeenkomst gehad bij mij op de boederij en het zinderde van de ideeën. Wat een prachtig team van creatieve vrouwen!
Het wordt mooi.
En dat moet ook wel want het boek gaat over de schoonheid en mystiek van de liefdesrelatie. Over hoezeer je relatie je leven glans kan geven en doen schitteren.
Ik ben er wel aan toe. Hopelijk jullie ook.

Tot snel, ik hou jullie op de hoogte.

‘Onder de alledaagse samenlevingsvorm ligt een schatkamer te wachten, waarmee je de relatie tot volle bloei kunt brengen. En de liefde weer kunt gaan ervaren als belangrijkste bron van geluk en contact met de ander. In die schatkamer zijn drie wezenlijke schatten te vinden: de schat van de eerste ontmoeting, de leerweg van de liefdesrelatie en het mysterie van de liefde.’

8 november is de boekpresentatie tijdens een Itip conferentie over de LIEFDE

Het hekje en de leegte

Vorige week gaf ik een lezing in Deventer met als titel: Meditatie als levenshouding.
Het was een hele prettige avond. De mensen waren aandachtig aanwezig en er werden na de pauze inspirerende en persoonlijke vragen gesteld.
De avond ging met name over de kracht van de leegte. Hoe de leegte een oplaadplek kan zijn, maar ook een ruimte waarin je thuiskomt. In de leegte ervaar je weer waar je bent en waar je naar verlangt. Onze grootste valkuil is dat we steeds in de vormenwereld blijven, dat de ene actie de volgende actie oproept en we van vorm naar vorm gaan. In plaats van dat we tussentijds, als de actie of vorm volbracht is, terugkeren naar de leegte.
Door continu in de actie te blijven, ontstaat een ongenoegen, een onvervuld gevoel omdat we geleefd worden. We hebben niet meer het idee dat we zelf de regie in handen hebben: we verliezen onze vrijheid.

Ik vertelde over het hekje uit mijn jeugd, waar ik mijn boek Een Zucht van verlichting, mee open. Het houten hekje naast de groenteboer waar ik als kind vaak op zat, een beetje te kijken en te wiebelen. Er was van alles te zien in de straat, soms kwam een vriendinnetje en dan gingen we elastieken of een vriendje om verstoppertje te spelen. Maar heel vaak gebeurde er amper iets en zat ik op het hekje, te niksen.
In mijn latere drukke leven heb ik nog vaak naar mijn hekje verlangd en inmiddels heb ik een plek in mijn kamer gemaakt, met een non-functionele stoel: mijn hekje. Een stoel weg van mijn buro, weg van mijn computer, mijn telefoon. En dicht bij fijne boekjes en een raam met een stil uitzicht. Deze plek brengt me bij de leegte.

Ik heb de mensen tijdens mijn lezing gevraagd wat hun hekje zou kunnen zijn in hun leven. Hier zijn enkele voorbeelden:

“Mijn hekje is een heerlijke stoel in mijn zonnige serre op het zuid-westen.”

“Het dagelijkse rondje in licht of in het donker, door het bos. Doordat het steeds hetzelfde rondje is en ik niet afgeleid wordt door nieuwigheden omdat elke boom me inmiddels vertrouwd is, werkt dit als een hekje voor mij.”

“Mijn hekje is op mijn balkon op een stuk boom zitten en kijken naar de planten en de lucht.”

“Ik heb een plekje gemaakt op mijn slaapkamer: een schapevachtje met een kussentje en wat mooie dingen, een kaarsje en inspirerende boeken. Daar begin ik de dag en eindig ik hem. Maar ik merk dat het niet genoeg is, tussendoor wil ik ook graag de ruimte en die rust blijven voelen. Waar ik ook ben of wat ik ook doe, tijdens het werk, in de stad, met de was ophangen of helpen met huiswerk, maakt niet uit, dan haal ik even diep adem tot ik me van binnen bij de berg voel staan, en de bomen in me voel. En dan weet ik het weer: de ruimte, de stilte, het is er altijd.”

“Mijn hekje is een stoel voor mijn raam met zicht op de vogel voederplaats in mijn tuin. Het af en aan vliegen van de vogels, daar kan ik uren naar kijken. Het meest fijne daarvan is dat de vogels niet van mij zijn, dat ze gewoon mijn gasten zijn en weer gaan. Dat iets niet  hebben, zo gelukkig maakt.”

…Dan zat ik daar. Te niksen. Tot het ging schemeren en ik werd geroepen: Eetuh!