Het strand van mijn jeugd

IMG_0808

De westkust van Frankrijk was het geworden. We hadden voor drie weken een mobile home gehuurd op een camping. Niet eerder bleven we zo lang op een plek, een experiment… Het was een lieflijk plaatsje, vlakbij het strand, waar ik als meisje vroeger veel geweest ben. Na een week werd duidelijk dat ik slecht sliep op de bedjes in de stacaravan die hard, synthetisch en smal waren. En na nog meer slapeloze nachten begon mijn ontsteking in mijn schouder weer op te spelen en toen gebeurde het: ik gleed af en zag met de dag meer wat er niet deugde. Het weer was wisselend, de camping was klein en benauwd, we hadden geen zicht en de voorzieningen waren uit een andere eeuw. De mensen waren erg frans, lees: afstandelijk en gereserveerd en er was eigenlijk maar een strandje waar we naar toe konden, de rest was zeer toeristisch. Emotioneel belandde ik in iets wat op regressie leek: in stukjes van mijn jeugd. Ik kon me niet voorstellen dat ik het drie weken ging volhouden hier. Tot ik op een dag op de veranda van de caravan in een boek van Pema Chödrön iets las wat mij daaruit tikte.

Ieder moment kunnen we kiezen voor toenemende helderheid en geluk, of voor verwarring en pijn. Waar wens je je op te richten? Welke gedachtes voed je?
Alles wat tegenzit of tegenvalt, werd me op slag duidelijk. De ene tegenvaller roept de andere op en de lijst wordt makkelijk alsmaar langer.

Hoe kunnen we onze aangeboren intelligentie aanspreken om te zien wat hulp biedt en wat schaadt, wat agressie aanwakkert en wat onze ruimhartigheid naar boven brengt? Dit pad onthult drie menselijke kwaliteiten: aangeboren intelligentie, aangeboren ruimhartigheid en aangeboren openheid.
Intelligentie: als we niet verstrikt raken in hoop en angst, weten we intuïtief wat juist is.
Ruimhartigheid is ieders vermogen om lief te hebben en mededogend te zijn: de kwaliteiten van het hart. En openheid: de oneindige ruimte van onze geest die open is en onbegrensd.
Onderbreek je bezigheden voor enkele seconden en haal drie keer heel bewust adem. Dan ervaar je dat er een keuzemoment is.

Dat deed ik, ter plekke. En ik merkte direct dat er ruimte kwam, de ruimte om vrij te kiezen. Ondanks mijn moeheid en pijn, nog steeds vrij om te kiezen: om de gedachten te blijven voeden die me in de vernauwing hadden gebracht of me te richten op mijn intelligentie en open geest. Er klapte daar op de veranda iets open, mijn blik werd verruimd. Wat ik vervolgens zag, was dat we op een volstrekt authentieke plek waren: bij het strand waar sinds mijn jeugd amper iets veranderd was. Er waren alleen Fransen, we hebben geen andere taal gehoord. De camping was klein maar zeer persoonlijk met vaste bewoners die zo verbaasd waren dat we er stonden, dat ze ons amper aan durfden te spreken. Het strandje, op loopafstand, lag mooi tussen de rotsen, en omdat er weinig parkeerplekken waren, was het lang niet zo toeristisch als de omliggende stranden. Iedere ochtend konden we een duik nemen en hadden we de zee voor onszelf.
En de bedjes in de caravan? Ja, die waren echt hard en sliepen beroerd. Dat bleef een feit. Ik vind het fascinerend dat het mogelijk is om binnen een paar minuten twee totaal verschillende versies te zien van een zelfde situatie.

We zijn drie weken gebleven. Bij vertrek kwam de meest zwijgzame buurvrouw vanachter haar rozen en kabouters vandaan en zei: “C’est dommage que vous partez, voilà un cadeau pour vous.” Ze had al die dagen zwijgend zitten haken op haar veranda en gaf ons een wit kanten kleedje. Zo lief. Ik omhelsde haar, enigszins tot haar schrik.

Het is heel verleidelijk om de bekende afslag te nemen en de lijst te voeden met tegenvallende of negatieve zaken uit ons leven. Het is zo gebeurd. Maar ook zo doorbroken, dat vind ik het goede nieuws. Door te beseffen dat je op een bekende afslag beland bent, dan drie keer diep te ademen en je aandacht te richten op de hoofdweg: het pad van helderheid, intuïtie, en openheid. Waar overigens drie keer het woord aangeboren voor staat: we kunnen dat dus van nature! Heel geruststellend, vind ik.

Ik verheug me op de toepassing. Het begon gisteren al toen ik een collega tegenkwam: ik wou bijna zeggen dat ik op zag tegen het nieuwe seizoen vanwege de drukte. In een flits zag ik de afslag voor me: een beetje vooraf klagen en voeding geven aan de clichés van een volle mailbox en te korte zomers. ‘Ik heb zin om aan de slag te gaan en iedereen weer te zien’, zei ik. En nu zit ik achter mijn buro, te doen wat ik het liefste doe: het seizoen openen met het schrijven van een stukje tekst.

Tot snel, ik hoop je ergens te ontmoeten.

Advertenties

Net dat ene zetje

crocus8

Te midden van de reuring van de verkiezingen en formaties, zit ik voor het eerst buiten op een bankje in de voorjaarszon. De tuin is nog in slaap, groepjes sneeuwklokjes en krokusjes daar gelaten. Krokusjes zijn mijn favoriete bollen, klein, guitig en samen kunnen ze zo’n schitterend fel paars tapijt vormen. Ik ben verward over alles wat er op me afkomt: niet alleen in Nederland, maar ook in Europa en Amerika. Wat is er gaande, waar gaat het heen, in wat voor een land woon ik? Geert Wilders is niet de grootste geworden met zijn beweging (ik vind het meer een beweging dan een partij). Maar wel de 2e van ons land met 20 zetels. Een heel groot deel van de Nederlanders heeft op hem gestemd. Dat is een teken aan de wand, daar moet een antwoord op gevonden worden. Maar welk antwoord? Dat soort vragen gonst door mijn hoofd. En voor ik het weet verlies ik mezelf te midden van de reuring en stemmingmakerij.

Dan heb ik het nodig om zo te zitten, in de voorjaarszon, kijkend naar de krokusjes.
Langzaam wordt het stiller. En dan herinner ik me dat ik in de bijlage van de krant van zaterdag een kop voorbij had zien komen: ‘Dat ene zetje heeft iedereen nodig.’ Ik pak het artikel er nog eens bij. Het is een interview met schrijver en regisseur Eric de Vroedt.
Hij zegt: ‘Ik denk dat migrantenjongeren te weinig mensen om zich heen hebben voor gesprekken waarbij iemand je net dat ene zetje geeft. Dat vind ik de grote tragiek van jongens uit buurten als de Schilderswijk: wel heel veel kritiek over je heen krijgen, maar net niet die ene leraar treffen die je matst bij een mondeling omdat hij vertrouwen in je heeft. Wij denken te vaak dat we het succes aan onszelf te danken hebben, maar dat is niet waar, want wij hebben in ons leven continu zetjes gekregen. En het is te makkelijk om te zeggen: je moet het op eigen kracht kunnen.’

Ik krijg een flashback van een moment op de middelbare school, dat we een vrij opstel voor Nederlands moesten inleveren. Ik weet nog dat ik eindeloos aan het wikken en wegen was waar ik over zou schrijven. De vrijheid blokkeerde me, er was zoveel mogelijk en ik wilde het goed doen. Nederlands was mijn favoriete vak. En toen ineens was het de avond voordat het moest worden ingeleverd, paniek. Wat ik toen heb gedaan is een verhaal gepakt uit de National Geographic (naast Elsevier het enige tijdschrift bij ons in huis) over een vrachtwagenchauffeur die verongelukte, en daar een eigen draai aan gegeven.
Na een week kregen we allemaal onze opstellen beoordeeld terug, behalve ik, de leraar vroeg me even te blijven na de les. Ik schrok. ‘Ik ben erbij’, dacht ik, en mijn hart bonkte in mijn keel. Maar het liep anders. Hij prees me en zei dat het een opmerkelijk goed verhaal was, hoe was ik erop gekomen om daarover te schrijven? Ik schaamde me en bekende dat het niet van mij was maar uit de National Geographic. Er viel een ongemakkelijke stilte, dat herinner ik me nog goed. En toen vroeg hij me of ik het artikel mee wilde nemen naar school, hij wilde het lezen. Dat deed ik.
Een week later kwam hij nogmaals naar me toe, met mijn opstel, er stond een 9 boven. Ik was stomverbaasd. Hij zei: ‘Je hebt heel goed werk geleverd. Je hebt een lastig leesbaar Engels artikel als spin-off gebruikt en daar op een originele manier je eigen draai aan gegeven. Dat doen schrijvers. Ga zo door.’

Ik herinner me dit moment nog als de dag van gisteren; waar in de gang van onze school we stonden, hoe ik me voelde en de pijp die mijn leraar in en uit zijn mond haalde terwijl hij met me sprak (toen rookte sommige leraren kennelijk nog een pijp?). Ik vermoed dat het komt omdat dit een belangrijk en stimulerend moment is geweest in mijn leven: dat ene zetje dat maakte dat ik net genoeg vertrouwen kreeg om door te gaan met schrijven, op mijn manier.

Wij denken te vaak dat we het succes aan onszelf te danken hebben, maar dat is niet waar, want wij hebben in ons leven continu zetjes gekregen. Zittend op het terras ontvouwt zich voor mijn geestesoog een ketting aan ‘zinnige zetjes’ in mijn leven van heel uiteenlopende mensen. Dankbaar ben ik daarvoor.
Ik vind het heel waardevol dat Eric de Vroedt juist dit element er uitlicht in deze tijd: als we wat vaker met die blik om ons heen zouden kijken: wie in mijn omgeving zie ik teveel op eigen kracht worstelen? Wie kan er wel een zetje gebruiken? En daar dan naar handelen. Wie weet wat voor een leefklimaat daaruit voortkomt, en het fijne is: dat kunnen we zelf, daar hebben we geen politici voor nodig.

Een nieuw jaar

hemelsblauw1

De kerstvakantie is voorbij, de spullen zijn opgeruimd, de boom is verbrand of terug in de grond, de extra lichtjes zijn gedoofd… Het lijkt wat ongezellig en kaal ineens, maar ook wel fijn want er is weer ruimte. Ruimte voor een heel nieuw jaar dat voor ons ligt.
Een leeg jaar. Open, maagdelijk.

Het is een lege bladzijde waarop alles nog mogelijk is, het oude is afgeworpen, het nieuwe moet nog vorm krijgen. Ik ervaar het als een prachtig moment: onbelast en vol belofte.
En dan is het de kunst om dat niet direct te vullen met voorspelbare zaken, met lijstjes, zorgen, vaste ideeën, met moeten.

Op de eerste lege bladzijdes van het jaar ben je vrij, als vlak na het ontwaken in de frisse morgen. Je kunt kiezen hoe je de dag, het jaar wenst in te gaan, met welke instelling. Je kunt gaan tekenen met frisse streken, met jouw unieke handschrift.

Ik wens je veel plezier daarmee en dat de onbekommerde vrijheid in het nieuwe jaar mag blijven duren.


Schrijvend met de zon op mijn hand


ademend tussen blote woorden
op de strandwei van het papier
zie ik een kind door de regels lopen
zorgeloos, met ogen die alles
drinken tot op de bodem. Alles.

Als ik het roep bij mijn eigen naam
blijft het even tussen twee zinnen

wachten, kijkt mij verwachtend aan,
ledigt mij en laat mij achter:

dorstend boven een zee van taal.

-Bert voeten-

Begrijpen met mijn hart

0448cc57cd507243770011d95b768482_500x500_fit

Op de drempel van het nieuwe seizoen heb ik meer dan andere jaren ambivalente gevoelens. Ik heb veel zin om weer te beginnen, maar ik ben ook aangeslagen en ongerust over wat zich afspeelt in de wereld. Via allerlei nieuwswegen komt het binnen: de schok als er opnieuw een aanslag is gepleegd en het besef dat het nog lang niet voorbij is, maar ook het ongeloof dat een karikatuur als Donald Trump in aanmerking kan komen voor het presidentschap van de VS. En dan de onderdrukking van vrouwen en toenemende homohaat alsof we een eeuw terug zijn in de tijd, de overstromingen wereldwijd en nog steeds geen regering die de nodige rigoureuze maatregelen neemt, en ga zo maar door…
Verbijstering en onmacht voel ik. Ik kan er niet bij met mijn verstand.
Een tijd geleden zei ik in een interview voor Dagblad Trouw iets dat hierbij aansluit.

“Ik vind wat er in de wereld gebeurt bij vlagen overweldigend en onverteerbaar en om dat het hoofd te kunnen bieden, lees ik boeken. En schrijf ik.
Om te begrijpen, niet conceptueel, maar met m’n gevoel, met m’n hart. Boeken doen een appèl op mijn gevoelswereld: door de vertelvorm kunnen ze de meest gruwelijke thema’s verteerbaar maken, vind ik. Dat is het verschil met kranten, met de kale feiten. Het is de taak van de journalist om zelf zoveel mogelijk buiten schot te blijven en daarmee wordt het abstracter en moeilijker toe te laten. Boeken vinden een weg naar binnen, het krijgt makkelijker een plek, er vindt een verbinding plaats.”

Dat helpt me in deze tijd: lezen om tot inzicht te komen, om te begrijpen met mijn hart zodat er een verbinding kan plaatsvinden. Want dat is wat ik wens, te midden van alle heftigheid toch in contact blijven. Ik las deze zomer onder andere ‘Het wetende hart’ van Kabir Helminsky, over de weg van de soefi. Fijn boek, troostrijk ook.

‘We kunnen onze geïsoleerde wil verenigen met de wil van de liefde. (-) Als het individu tot een staat van bewuste integratie komt en uiteindelijk tot actieve overgave, waarbij hij of zij zich direct laat leiden door zijn of haar gelouterde hart.’

Helminsky roept hier op tot actieve overgave. Onze geïsoleerde wil verenigen met de wil van de liefde. Wat apart staat is bedreigend, daar lijden we aan. Uit het hoofd, van het willen bevatten, naar het hart. En je daardoor laten leiden. Dan ontstaat er weer verbinding. Met de liefde, met een ander, welke ander dan ook. In de grond zijn we verbonden. Hier kan ik me op richten, actieve overgave met mijn hart erbij, aan de liefde. Aan de mensen om me heen en dat wat me lief is. En dan verdwijnt iets van de onmacht.

En daar hoort ook het steentje bij dat ik kan bijdragen dit seizoen:
Een schat aan Liefde, een traject rond de liefde in Amsterdam, samen met mijn man Bas Klinkhamer
Twee lezingen op verzoek: Van zelfkritiek naar mededogen
Ik zal dit najaar vaker aanwezig zijn in mijn praktijk in Amsterdam voor individuele coaching en relatiecoaching
Begeleiding in De ITIP Opleiding, een krachtige en diepgaande opleiding op het gebied van persoonlijke ontwikkeling
En tot slot iets heel anders: ik heb vlak voor de zomer een verhaal gehouden op een huwelijksceremonie in een kerk, bij een stel dat op hun huwelijksdag graag een inhoudelijke bijdrage wilde over de liefde. Dat was erg leuk en fijn om te doen! Dus daar sta ik voor open, mocht mijn agenda het toelaten.

In de grond verbonden, een warme groet…

Dromers, dwarsliggers en twijfelaars

nieuw_begin

Onlangs las ik een interview met Wilfried de Jong in dagblad Trouw met de aanlokkelijke titel ‘Mijn grootste kwaliteit is twijfelen.’
Een paar dagen later viel er een brief op de mat van de VPRO die 90 jaar bestaat: ‘Onze programma’s willen urgentie uitstralen, discussie uitlokken met tegenstanders, openstaan voor het onbekende. Ze wil een creatieve broedplaats zijn, we geven de vloer aan nieuwsgierigen, dromers, voortrekkers, dwarsliggers, einzelgänger, durvers en doeners. We moeten leverancier zijn van programma’s die helpen de wereld te veranderen.’
Een omroep naar mijn hart! En niet toevallig waren twee van mijn favoriete programma’s van Wilfried eraan verbonden: ‘24 uur met’ en Zomergasten.

In het interview zegt Wilfried: ‘Eigenlijk staan mijn poriën altijd wel open, geur, smaak, toon, tekst; ik moet het allemaal in me opnemen. (-) Een mening hebben is niet mijn grootste kwaliteit, mijn grootste kwaliteit is twijfelen. Ik weet het allemaal niet zo goed. Een mening is een soort artikel geworden dat je kunt aanschaffen, wat je ziet in al die talkshows. Maar kijk eens uit het raam. Ik tel zo’n 14 ruiten aan de overkant, waar allemaal verschillende mensen wonen, met allemaal een eigen verhaal. Weet jij wat er gebeurt? Een groot deel van mijn werk is gebaseerd op twijfel.’

Mooi vind ik dat en herkenbaar. Het niet weten zet aan tot dingen. Tot zoeken en proberen, tot struikelen en weer wat anders proberen, er zit leven in. Plus dat het ruimte geeft, het zet je zintuigen open: kijken, ruiken en proeven aan wat er nog meer is. Het zeker weten bakent af, het twijfelen opent, maakt je ontvankelijk voor nieuw perspectief.

In mijn boek ‘Een Zucht van verlichting’ schrijf ik: Vaak worden we voortgedreven door onze ambities en onze wil. Onze vastomlijnde plannen geven duidelijkheid en zekerheid en zo stippelen we onze toekomst uit. Die zekerheid is tijdelijk prettig, want al snel verliezen we de vrijheid om eerder gemaakt plannen om te gooien en onderweg verrast te worden. Hoe vaak is het niet zo dat we toch maar doorgaan met plannen die zijn ‘leeggelopen?’ Met plannen die niet meer gevuld zijn met werkelijk verlangen, met noodzaak?’ (pag.19)

Het loslaten van je vastomlijnde plannen en zekerheden vraagt een bepaalde moed. De moed om jezelf en je overtuigingen van tijd tot tijd ter discussie te stellen. Zo fijn vind ik dat als mensen dat openlijk doen. Het heeft ook wel met humor te maken, dat je relativering en zelfspot kunt hebben. Vaak wordt twijfelen geassocieerd met niet kunnen kiezen en een gebrek aan zelfvertrouwen. Wat mij betreft getuigt het juist van vertrouwen om te durven twijfelen en open te staan voor invloeden en inspiratie, voor verhalen van anderen, voor wat zich aandient.

De combinatie van twijfelen en benieuwd zijn, vind ik een sterke brandstof. Naast dat het voortstuwt en aanzet tot ontwikkeling, geeft het vrijheid. De vrijheid om de bakens te verzetten en onderweg verrast worden; om open te staan voor het onbekende. En dan kan je zomaar belanden op een, zoals de VPRO dat noemt, broedplaats met nieuwsgierigen, dromers, durvers, dwarsliggers en twijfelaars.
Ik zie jullie graag ergens daar onderweg!


Twijfel is het begin van wijsheid

Descartes

Ruimte voor toeval

Onlangs las ik een interview met Petra Stienen (Midden-Oosten deskundige en publicist) in dagblad Trouw en afgezien van dat ik het een heel inspirerend gesprek vond, ging me ineens een licht op door wat ze zei.

Ik wil alleen nog maar samenwerken met mensen die anderen succes en applaus gunnen en er ook van kunnen genieten. Ik haal ze er zo uit. Je merkt het aan de open blik, het gebrek aan reserve. Het zijn mensen die in overvloed denken; er is genoeg voor iedereen. (-) Als je denkt in overvloed vertrouw je erop dat het goede op je pad komt. Je staat meer open voor wat je toevalt. De Nederlandse cultuur is zo plannerig. Ik kan altijd vandaag, morgen of overmorgen afspreken. Ik laat ruimte voor het toeval, anders zie je die knipoog van de kosmos niet. Je mist ontmoetingen. Natuurlijk hoort planning bij het werkende leven, maar privé laat ik ruimte voor het onverwachte. Spontaniteit maakt het leven echt fijner.

De afgelopen maanden heb ik heel hard gewerkt; naast het in de wereld brengen van mijn boek, met alle interviews en lezingen, zijn mijn andere werkzaamheden ook gewoon doorgegaan. Na een intensieve schrijfperiode, waar je laag na laag afpelt om bij het juiste verhaal en schone taal te komen, wil je je het liefst terugtrekken en indolent op de bank of in een hangmatje liggen. Maar niets van dat alles, er begon direct een geheel nieuwe fase van naar buiten treden. Nu begin ik te merken dat ik door mijn reserves heen was en aan het schrapen ben gegaan uit een leeg vaatje. De moeheid komt niet alleen voort uit de veelheid aan dingen, maar door iets belangrijkers, besef ik door deze quote van Petra Stienen.

Er was de afgelopen maanden geen ruimte meer voor het toeval. Het was zo vol van activiteiten, maar ook in mijn hoofd, dat er geen ruimte meer was voor iets dat me toe kon vallen. En dat is nou juist wat me oplaadt. De lege momenten in de dag, het mijmeren waardoor er een goeie gedachte opkomt, het oningevulde waaruit vanzelf oprijst waar ik zin in heb, het improviseren in het moment. Dat zijn de dingen waar ik zo van hou en waar mijn batterij van oplaadt.

Maar het kan ook zo weer terugkomen, als je niet plant, merkte ik afgelopen zaterdag. Ik ging naar Zutphen, de markt op, en ik liep te zingen. Niet dat ik dat door had, maar ineens kwam er een man in een rolstoel naast me lopen (rijden dus) en die zei: ‘Wat een vrolijkheid!’ Ik keek hem verbaasd aan. ‘Dat u zo loopt te zingen.’ O ja, zei ik. ‘Dat komt natuurlijk door de zon’, zei hij. ‘Nou’, zei ik, ‘ik ben zo blij dat ik er weer ben’. Het floepte er zo uit. Ik was aangekomen in tijd en ruimte. Het was het genieten van de tijd aan mijn zijde en geen lijstje bij me, gewoon zo de markt op en maar zien. En dan heb je dus onverwachte ontmoetingen..

De dag daarna zat ik voor het eerst sinds tijden weer ’s ochtends op een luie stoel bij het raam, mijn favoriete mijmerplek, met uitzicht op het vogelbad. Ik zag allerlei vogels komen en gaan en ineens viel mijn oog op een dikke duif die recht op de schuur afvloog, en onder de dakrand verdween. Toen ik goed keek, zag ik dat hij (of zij waarschijnlijk) een dakpan van het dak had gewipt en daaronder een nestje had gemaakt voor haar kindjes. Sterker nog: de kindjes waren er al! Zo lang had ik dus niet op mijn mijmerplek gezeten, dat moeder duif een dakpan had weten te dumpen, een heel nest had gemaakt van allerlei takjes en ook nog een duivenfamilie had gebaard. De tranen liepen over mijn wangen.

Ik laat ruimte voor het toeval, anders zie je die knipoog van de kosmos niet. Dankje Petra Stienen. En dag vogels, dag marktkoopman, dag allemaal. Ik heb voorlopig geen plannen.

Schaarste doet hunkeren

Sinds een jaar ongeveer doe ik geen boodschappen meer bij Albert Heijn maar bij de Lidl. Ik had jullie nooit lastig gevallen met deze huishoudelijke kwestie, ware het niet dat ik er een apart soort geluk aan beleef. Aanleiding voor dit alles was dat mijn AH een AH-XL werd. En extra Large werd het zeker. Een overkill aan producten waar ik me eerst nog (met het nieuwe extra grote karretje) dapper doorheen worstelde, langs extra personeel met kartonnen mutsjes dat net opgewarmde beenham liet proeven met aspergepuntjes… Ik was doodop na een rondje winkelen en nog maar te zwijgen over de keuzestress. Onlangs las ik dat je in een gemiddelde supermarkt 20.000 producten kunt kopen, in de jaren ’60 waren dat er 500!
Daar kwam bij dat ik geen zin meer had om een te volle kar (verleid als ware ik bij de Ikea) voor te veel geld af te rekenen. Zo’n grote verbouwing en zoveel enthousiaste beenhambakkers moeten natuurlijk ergens door betaald worden. Toen was de overstap naar de Lidl snel gemaakt: goeie groente en fruitafdeling en een overzichtelijk aanbod met een klein assortiment. (Waarbij ik wel moet aantekenen dat ik er geen vlees en melkproducten koop, omdat ze er geen biologisch hebben).

En dan nu het geluksmoment: soms is iets uitverkocht! Dan zijn bijvoorbeeld de tomaten op. Heerlijk vind ik dat. Wanneer maak je dat nog mee, dat de tomaten of de sperziebonen op zijn, en dat je dan een bloemkool neemt? Zo jaren ’60! En aan de andere kant: ineens ligt er iets wat je al heel lang niet gezien hebt en waar je dan als een kind zo blij mee bent, zoals een doosje blauwe bessen!
Geen keuzestress en bij de kassa is het ook heel anders. De meeste mensen die daar boodschappen doen, hebben een klein mandje met een paar producten voor het avondeten van die dag. En aangezien ik altijd voor de hele week boodschappen doe, zeg ik steeds ‘ga maar even voor hoor.’ Alleen maar dankbare gezichten en korte leuke praatjes komen daaruit voort. Boodschappen doen is weer leuk.

Bovendien merk ik dat schaarste hongerig maakt. Schaarste doet verlangen. Je kunt dit merken bij het boodschappen doen, maar ook als je bijvoorbeeld een jaar niet buiten de deur eet: des te zoeter smaakt het eerstvolgende gerecht dat door een ander wordt bereid. Een week niet drinken, maakt het glas wijn in het weekend erg lekker. Vier dagen zonder je geliefde, zo fijn om hem of haar dan weer in je armen te houden? Een weekje alleen weg, doet je hunkeren naar het samenzijn en maakt de verhalen zoveel rijker. Schaarste is een groot goed, dat zou eigenlijk de slogan van de Lidl moeten zijn…
Fijne paasdagen!