Liefde voor het lot

 

58086710-red-luchtballon-zweven-over-misty-mountain-in-vang-vieng-laos

Afgelopen zaterdag stond ik met mijn vader beneden in de hal van het gebouw waar hij een appartement heeft.  ‘Waarom kom je niet even boven?’, vroeg hij. Ik legde het weer uit, over dat nare virus dat rondwaart, zo besmettelijk, en waarom dat hij dat echt niet moet krijgen.

Mijn vader is 89 jaar en we zijn heel voorzichtig met hem. We hebben zelf het virus niet, maar zijn wel in contact geweest met mensen die Corona hebben (of hebben gehad) en dat levert dat ‘grijze gebied’ op, waar we weinig over weten wat daar besmettelijk aan is. Niet meer bezoeken of ophalen voor een uitje, geen knuffels, wel iedere dag bellen, pakketjes met favoriete dingen sturen, en de boodschappen tot aan de voordeur. Nodig, maar jeetje wat is dat kaal en eenzaam.

We bleven even staan praten, daar in de hal, met anderhalve meter en een boodschappentas tussen ons in. ‘Hoe gaat het papa, lastig he?’ ‘Nou het gaat wel hoor, niet alles kan meer nee.’ Hij keek me rustig aan. En zei toen: ‘Het doet me een beetje denken aan de oorlogstijd, toen kon ook niet alles. Je kon niet reizen, en als je al op pad ging, had je hooguit een fiets. Dan was je blij. Je zette houten banden op je fiets, anders pakte de Duitsers ‘m af.’ Ik ken het verhaal maar vind het altijd weer bijzonder als hij erover spreekt. ‘En als er dan gebombardeerd werd, want dat gebeurde veel bij ons in Wassenaar, wist je dat je direct in de berm moest gaan liggen. Binnen blijven was natuurlijk beter. Maman (mijn oma) kreeg nog een keer een scherf in haar gezicht.’ Lees verder

Winterkerstpuzzel

IMG_4033

‘Mag ik een puzzel voor kerst?’ Deze onverwachtse vraag kwam er binnen op mijn mobiel, van onze 22-jarige dochter. Mijn hart sprong op: natuurlijk! En ineens doemde het puzzeltafeltje op van mijn oma, waar ze met regelmaat langsliep om even een ‘stukje te leggen.’ Ik kreeg grote drang om ook zo’n puzzeltafeltje te maken voor de kerstperiode, liefst met een authentieke Jumbopuzzel met Zwitsers winterlandschap. Waar vind je die? Bij de kringloopwinkel. Dus daar gingen we heen.

Ik keek mijn ogen uit; wat een grote kringloophal in Alkmaar! Zoveel spullen. Er was bijna niemand. Mijn man ging richting het meubelgedeelte, ik naar de speelgoedhoek. Onderweg zag ik rijen vazen, pannen, apparaten, enorm veel boeken, een kastje met kristal, een hele hoek met kleding, glitter galajurken ook, laarzen, schoenen, tassen, en zomaar door. Alles nog prima in orde.
En terwijl ik daar zo ronddwaalde, bekroop me een treurig gevoel. Wat hebben we veel, en wat is er veel over! In de verte klonk ‘Driving home for Christmas’. Lees verder

Laten we troosten

toevlucht-kl

Onlangs is oma kleur overleden. Zo noemden de kinderen haar omdat ze een atelier in huis had waar ze altijd mochten verven of tekenen, als ze daar zin in hadden.
Ze was de tweede vrouw van opa. Een aparte vrouw, waar we veel bij voelde maar die we op een bepaalde manier ook niet echt leerde kennen. Een kunstenares en een boerendochter. Een mengeling van ongrijpbaar in haar eigen wereld vertoeven, en dan weer heel aards van aanpakken en doorzetten. Lief en onbaatzuchtig ook.
En ineens was daar die dodelijke diagnose: alvleesklierkanker. Na een paar weken is ze gestorven, 77 jaar. Zo snel, geen enkele vooraankondiging, geen vermoeden. Ook dus bij iemand zo sterk, nooit ziek, vol van leven, van creatieve plannen. Wat een schok.

Een week eerder vertelde mijn man over het verdriet van een hockeyteamgenoot van hem: zijn vrouw, 32 jaar oud, heeft gehoord dat ze niet lang meer te leven heeft. Lymfeklierkanker. Twee jonge kinderen. Het is niet te bevatten, niet te verwerken.
Dat is misschien wel het meest schokkende: dat het ontdaan is van iedere logica, van ieder rechtvaardheidsgevoel. De dood dendert het leven in op willekeurige plekken en momenten. En daar staan we, kwetsbaar en onthutst.

De kinderen hebben afscheid van haar kunnen nemen toen ze nog redelijk goed was, en het mooie was dat ze als vanzelf met haar naar haar atelier gingen. Later hoorden we dat ze daar alledrie nog iets tegen haar gezegd hebben. De jongste voorop: ‘Waar denkt u dat u heengaat als u doodgaat? Zal opa daar ook zijn?” Er hing een bijzondere sfeer om hen heen toen ze terugkwamen.

Terug in de auto merkten we dat we nog niet door konden. De oudste kinderen wilden niet meteen op de trein, terug naar hun studentenleven, en wij nog even niet naar de dagelijkse gang in ons dorp. We besloten dat we naar mijn ouderlijk huis gingen rijden, het was vlakbij en ik had ze die plek nog nooit laten zien.
En zo wandelden we samen door het buurtje van mijn jeugd, ik vertelde, zij vroegen van alles, we waren blij verrast (ik ook, met terugwerkende kracht): wat een apart uniek huis en wat een leuke plek!
De drie kinderen liepen vooruit. Ik voelde dankbaarheid voor het feit dat ze er waren. En tegelijk een grote kwetsbaarheid. Ik pakte de hand van mijn man, en dacht: laten we genieten van elke minuut. En laten we troosten.

“Kleur is de kern van mijn kunst. Dagelijkse gebeurtenissen, verhalen, muziek, ik beleef ze in kleur. Kleuren roepen beelden op en maken gevoelens los. Mijn werk komt tot stand door nuances aan te brengen, door vlakken te verbinden of ze van elkaar te scheiden. Door eindeloos te schaven en te schrappen. Het schilderij is af is als het iets met me doet. Als het me uitdaagt te communiceren en in actie laat komen.”
Greetje Hubers

 

Marthe van der Noordaa

Rutger Bregman gevoel

IMG_3610.JPG.M.detalis

Het is dinsdagavond. Ik loop tevreden door het Vondelpark in Amsterdam, terug naar mijn auto. Ik heb net gegeten met een lieve collega van het ITIP, waarbij we allerlei communicatie dingen hebben besproken. Ontspannen, samen, prettig. Daarvoor hadden we een interview gehad met de mannen van Blendle, Alexander Klöpping en Rick Pastoor (waarschijnlijk ken je ze wel van die digitale nieuwskiosk waar je losse artikelen kunt aanschaffen). Ook dat was een verrassend prettig gesprek geweest, grondig en openhartig. Ik was geraakt door hun openheid, en hun drijfveer om het goede in mensen te stimuleren.

Dus ik mijmerde nog wat na in mijn auto terwijl ik met een Rutger Bregman gevoel de stad uitreed: inderdaad ja, de mensen deugen. En zoals wel vaker in Amsterdam (doorlopend in verbouwing) werd ik omgeleid en belandde ik op een voor mij onbekende route. Het was even zoeken. Op een goed moment aarzelde ik, linksaf de snelweg op of juist rechts aanhouden?

Achter me hoorde ik toeteren, ik remde af. En toen werd ik van rechts ingehaald door een busje, die me afsneed. En niet een beetje, hij ging volledig overdwars voor me staan, waardoor ik niet meer verder kon rijden. Vervolgens kwam er een grote man uit het busje, met een flinke zaklamp in zijn hand. In een flits dacht ik: shit, waar zit eigenlijk de deurvergrendeling in deze Tesla?! Als je niet technisch bent (zoals ik) is het sowieso best ingewikkeld zo’n Tesla, niks geen knopjes, hendeltjes, wijzertjes, alles zit in die ene IPad.

Maar goed, die man dus. Hij stevende op me af en begon met de zaklamp op mijn raam te tikken. Het leek erop dat hij mij de auto uit ging sleuren… Maar mogelijk had hij last van hetzelfde als ik: de deurknop aan de buitenkant is erg hightechdesign weggewerkt, dus niet zo snel open? Hij begon tegen me te schelden in een taal die ik niet verstond en het enige wat ik uit kon brengen was: ‘Ik ben de weg kwijt! Kan jij me misschien helpen?’
Dat had hij niet zien aankomen, geloof ik, want hij stond even helemaal stil. Wat nu? Zijn buskruit leek weg te lopen. Wat bleef is dat hij met de zaklamp vol in mijn gezicht bleef schijnen, en ik daar zat als een blind konijn met mijn armen omhoog.
Toen riep hij nog iets wat ik niet verstond, maar ik vermoed dat het iets anders was dan ‘o sorry, nou fijne avond nog’, en ging terug naar zijn busje. Hij scheurde weg. Achter ons een aardige file (geen hulp van die kant overigens).

Bibberend reed ik door, de snelweg op, de verkeerde afslag bleek, maar het kon me niks schelen. Ik had wel even een paar rondjes nodig om bij te komen.
Er ging van alles door me heen. En er doemde een scenario op wat ik zo goed ken: wat leven er toch een idioten op de wereld die ik niet kan volgen?! Eigenbelang, woede, ongeduld. Niet de liefde, schoonheid, onze aarde koesteren, nee plunderen, macht, geld. En voor ik het weet komt die idiote president van Amerika weer voorbij, en onze politici, die zoveel beslissingen voor ons nemen, hoe integer zijn hun motieven? Het zal wel weer tegenvallen die Miljoenennota, veel geld naar defensie en wegen en niet naar wat er echt toe doet: onderwijs, de zorg, het klimaat? Ik was aardig op weg in deze negatieve lus, toen ik dacht: nee, ik ga me het positieve gevoel van deze avond niet af laten nemen door een gek met een zaklamp.

Het was een innerlijk besluit en ik begon zachtjes te zingen. Dat helpt mij om terug te keren naar wat van waarde is voor me. De mensen die me raken. Die net als ik, zoekend, uit willen gaan van het beste. Miljoenen andere mensen zijn dat, ongewapend, met een groot hart. De meeste mensen deugen.

 

Marthe van der Noordaa

Voor ongelukkigen, pessimisten en sombere vogels

img_4473

Tijdens de kerstvakantie kwamen er allerlei artikelen en prachtige teksten van verstokte pessimisten op mijn pad, die mij inspireerden deze blogtekst te schrijven. Daar komt bij dat de lauwe grijze januarimaand mij aanzet tot somberen, en ook merk ik door de gesprekken met mensen om me heen (en in mijn praktijk), dat we doorgaans veel somberder zijn dan we tonen.
Schrijver en dichter Levi Weemoedt verwoordt dit mooi: “Deze tijd heeft iets manisch positiefs. Iedereen doet blij en vrolijk, maar dat is vals geschetter. Ik merk dat mensen daarachter een verlangen naar ernst hebben. (-) Als je het gejubel afleert, gaan inhoud en vorm weer een beetje rijmen.”

Herkenbaar, manisch positivisme als kwaal van deze tijd. Het moet alsmaar geslaagd zijn, en geluk en groei uitstralen. En als het al tegenzit, dan wordt dat vooral gezien als een uitdaging om er beter uit te komen dan daarvoor. Onder het mom ‘het kan altijd beter en mooier en spannender’ blijven we expanderen. Het voldoet niet, terwijl we allang genoeg hebben. Dat is het manische eraan.

Ook las ik een artikel over het fenomeen ‘microdoseren’, dat onder jongeren steeds populairder wordt. Dat is het doorgaand gebruiken van een hele lage dosis lsd of paddo’s, om onder andere minder te hoeven voelen of om minder prestatiedruk te hoeven voelen, zeggen de jongeren die gebruiken. “Sinds ik microdoseer, laat mijn zelfkritische geest minder luid van zich horen, alsof mijn innerlijke criticus mag uitrusten van zijn constante slavendrijverij.” Iemand anders zegt: “Ik ben neerslachtig, daar heb ik nu minder last van.”

Welk voorbeeld geven we onze jongeren dat ze zo’n prestatiedruk voelen? En dat ze neerslachtigheid ervaren als iets dat verdoofd moet worden?
Kunnen we openlijk accepteren dat we soms ongelukkig zijn, verward, verloren, afgedwaald, teleurgesteld of nutteloos zijn? Iedereen zal voor zichzelf beamen dat het er gewoon bijhoort, omdat iedereen weet dat je niet doorgaand blij, actief, stralend en succesvol kunt zijn.
Vlakheid, neerslachtigheid, matigheid, een gevoel van druk of falen.. het zijn geen uitzonderingen, het zijn geen buien die wel overwaaien, lastige momenten die gefikst moeten worden, gevoelens die verdoofd moeten worden. Het is niet iets dat weg moet want het is onderdeel van wie we zijn. Logisch dat we in de ontkenning hiervan onrustig worden, een gevoel hebben van tekortschieten, alsof we niet voldoen. We miskennen een belangrijk deel van onszelf.

“Als je het gejubel afleert, gaan inhoud en vorm weer een beetje rijmen”, zegt Weemoedt. We vallen weer samen met wie we zijn. We zijn het licht en de duisternis, we zijn scheppend maar ook zoekend, we zijn wetend en we weten heel veel niet. We zijn tot van alles in staat en we staan met lege handen. Er is niks op te houden, alleen toe te laten.

Dus laten we openlijk huilen en klagen, onmacht tonen, somberte en pijn. Want dan kunnen we troosten, voelen, stilvallen en ontspannen (want wat een krachtsinspanning is dat, de hele tijd iets ophouden en ‘aanstaan’). Maar vooral kunnen we elkaar dan weer ontmoeten. Het onderscheid valt weg, we worstelen allemaal.
Als we daar oog voor krijgen en ruimte aan geven, ontstaat er vanzelf meer oog en compassie voor elkaar. En voor onze jongeren, hoop ik! Juist voor hen lijkt me het openlijk tonen en voorleven belangrijk. En uitnodigen, vanachter dat scherm vandaan, of achter die joint. Zonder oordeel in gesprek gaan: ‘Wat leeft er echt in je? Vertel.’

Dat is mijn nieuwjaarswens. Geen gelukkig nieuwjaar, maar een jaar vol ontmoeting.

Marthe van der Noordaa

Relaties zijn ingewikkeld

liefdesslotjes-spanje

‘Relaties zijn ingewikkeld en het is heel logisch dat jullie hier zijn’, zeg ik vaak bij een eerste kennismaking in mijn coachingspraktijk. Gelukkig is er inmiddels wel wat veranderd rondom relatiecoaching. Je hoeft niet meer heel erg in crisis te zitten om in coaching te gaan samen. Mag, maar hoeft niet.

Relaties zijn ingewikkeld omdat je beide een rugzak draagt met persoonlijke inhoud van levensjaren voornamelijk gevuld in de tijd voor de relatie. Een rugzak vol mooie ervaringen en herinneringen maar ook met strubbelingen, pijn, teleurstellingen, kwetsuren, frustraties en terugkerende persoonlijke thema’s.
Onderdeel van deze levensbiografie is onze ‘liefdesbiografie’. Met al onze mooie, lelijke, pijnlijke, allesverslindende of teleurstellende ervaringen in de liefde. En dat begint al heel vroeg: hoe er thuis wel of geen liefde was, hoe het werd geuit, of er aanraking of koestering was, het gemis, of juist de verstikking. Vervolgens het al dan niet aangaan van de eerste vriendjes, vriendinnetjes, hopeloos verliefd, afgewezen, vol erin of juist niet gedurfd. En daarna dat de verschillende relaties of huwelijken zo anders uitpakten dan je had gehoopt etc.

Al die ervaringen uit onze liefdesbiografie leiden tot bepaalde denkbeelden en conclusies: ‘Als ik me zus of zo gedraag krijg ik liefde.’ Of: ‘Ik ga me niet nog eens zo openstellen’ Of: ‘Sleur hoort erbij’ ‘Seks en liefde gaan niet samen’ of: De ware liefde is niet voor mij weggelegd’ etc. Vanuit die denkbeelden geven we richting aan ons leven; vanuit een bepaalde angst, achterdocht, teleurstelling, overtuiging kijken we naar de liefde, naar een geliefde, en daar hoort bepaald gedrag bij. En dat onvrije gedrag komt regelmatig in de relatie terecht, met alle gevolgen van dien. Heel logisch dat dat gebeurt.

En dan kom ik in het vizier, meestal met goed nieuws: ‘Het goede nieuws is dat jullie probleem niks met jullie relatie te maken heeft en niks met de liefde, maar met jullie persoonlijke rugzak.Veroordeel niet waar jullie in zitten, en vooral: geef elkaar niet de schuld, maar richt je blik op je rugzak.En dan pakken we voor een deel de rugzakken uit, zodat helder wordt wat bij wie ligt, en er weer ruimte komt in het midden voor de liefde.

Bovendien komt er, in het zichtbaar maken van ieders diepere levensthema, meer ontroering vrij voor elkaar. Meer mededogen voor de pijn en de worsteling van de ander. En dat is van belang want dat wordt nog wel eens vergeten: dat je partner ook worstelt en lijdt aan zijn of haar persoonlijke thema’s. We zijn vaak niet zo lief voor onszelf (en de ander) op dat gebied. Lief voor de kwetsuren en de kwetsbaarheid.
Vooral het succes en het slagen staan in de etalage. Het vergelijken en moeten voldoen aan hoge verwachtingen leidt tot een bepaalde verharding. Als de worsteling en de kwetsbaarheid niet worden veroordeeld, maar er openlijk bij mogen horen in een relatie, wordt het zachter.

En dan ga je merken dat je meer gaat houden van wat er wel is. Niet steeds gericht op wat er nog ontbreekt, wat tekortschiet of erbij zou moeten, maar op wat er wel is.
Daar bloeit de liefde van op.

 

Waar was ik toen je me nodig had?
doof in mijzelf gewikkeld
blind voor de wereld
wat op me afkwam
stootte ik af
in hart en navel dacht ik
IK

En nu jij die binnenkomt
ik open als een bloem
een oester een deur
word van ik tot wij

Remco Campert

 

relatiecoaching

De juiste dag om te beminnen

beach-2377025_960_720

We dachten: laten we het doen en niet te lang nadenken, gewoon gaan. De boel pakken en de oversteek maken. De oversteek naar zee. Zo voelt dat, als je in het oosten van Nederland woont en naar de zee rijdt. Een oversteek dwars door het land naar de andere kant. Met de kilometer komt er dan bij mij meer lucht en ruimte, om die eeuwig loerende allergie heen die alles versmalt. Dit was in oktober, nu is het maart en hebben we onze boerderij verkocht, een nieuw huis gevonden en verbouwd en gaan we in mei aan zee wonen. Zo snel is het gegaan!

En toen ineens kwamen de beren, de angsten en de tranen. Een soort ontreddering kwam er over me, na 18 jaar op de boerderij, waar onze kinderen zijn opgegroeid. Bij het loslaten van het vertrouwde Zutphen, met die fijne mensen. Maar vooral: na 24 jaar met onze lieve buurtjes/zielsgenoten, komt er nu een einde aan onze samenwoonmissie.
Alles kwam op losse schroeven. Regelmatig lag ik wakker in de nacht en voelde ik m’n lijf schudden, of was het mijn geest die rammelde en riep: ‘ik wil blijven, blijven bij wat ik heb, en al die jaren heb opgebouwd, bij wat ik ken en weet dat goed is!’
Een keer ben ik in de nacht mijn bed uit geslopen en op Funda gaan kijken naar huizen in Zutphen (en natuurlijk een superleuk huis gezien, waar niets aan hoefde te gebeuren). Om mezelf te sussen met een tussenfase; wel weg maar toch dichtbij.
En toen viel mijn oog op een tekst van de Dalai Lama, die me hielp bij mijn ontreddering.

Er zijn slechts twee dagen in het jaar dat er niets kan worden gedaan. De ene heet ‘gisteren’ en de andere ‘morgen’. Vandaag is het de juiste dag om te beminnen, te geloven, te doen en vooral om te leven.

Het willen vastklampen aan wat ik ken en weet dat goed is, is net zozeer aan verandering onderhevig als ik mezelf dat zou toestaan. Ik weet dat, maar o wat heeft dat verleden een vertrouwde en koesterende werking.
De angst voor dat we geen idee hebben waar we in gaan belanden, is toekomst. Ook dat is eigenlijk doorlopend aan de hand in mijn leven, ook als ik nu weer zie hoeveel veranderingen er gaande zijn in mijn werk. Maar ook in huis, sinds de oudste twee kinderen op kamers zijn gaan wonen, is mijn leven ook weer gaan schudden.
Het is niet vast te pakken, het is niet te continueren.
Wel is het loslaten en afscheid nemen een heus gevoel, en vloeien de tranen echt.

Wat blijft: vandaag. Steeds weer hier blijven, vandaag beleven. De dag om te geloven, dromen te volgen, voluit te leven en te beminnen. Als ik het met iemand wil, deze oversteek, dan is het met mijn lief.

Tot de volgende keer allemaal, vanuit Bergen