Klein groot geluk

Het dorpsplein is niet groot maar toch lijkt het alsof alles er is; het wordt omringd door een bakker, een slager, een café, een postkantoor, een fietsverhuur, en aan de randen staan kramen met groente en fruit, met kazen, met oesters en een met wapperende zomerjurken. In het midden van het plein staat een draaimolen met ornamenten en beesten, zo’n ouderwetse versierde molen, vol met kindjes. Ik zit op het kleine terras van het café aan mijn ochtendkoffie, met een croissant zoals je ze alleen in Frankrijk kunt krijgen.

Er klinkt een bel, de draaimolen stopt. Nieuwe ronde, nieuwe kindjes. Ze klimmen op de draaimolen, vol enthousiasme rennen ze op een dier af en dan de lichte paniek: wil ik wel op het paard? Of kies ik de zwaan, nee de giraf! Of toch de helikopter, die op en neer gaat als je op het stuur drukt? De bel klinkt weer, nu toch echt gaan zitten, en daar gaan ze. Eromheen zitten moeders met boodschappentassen op plastic witte stoelen. De kinderen zwaaien, steeds opnieuw na een rondje als ze hun moeders weer zien.

Naast me zijn twee vrouwen in gesprek, ze praten onophoudelijk. Zo snel als dat kan gaan in het Frans, de woorden buitelen over elkaar heen. Ze drinken eerst een petit café, dan pastis. De geur van de perziken op de fruitkraam vlakbij is heerlijk, ze zijn overrijp. De rij voor de slager wordt steeds langer, er mogen maar twee mensen tegelijk naar binnen in de kleine winkel, de meesten willen ‘poulet roti’ die staan te draaien buiten voor het raam, ook die zijn te ruiken op afstand. En uit het bakkertje komt iedereen naar buiten met een of twee baguettes onder de arm. Ik geloof niet dat ze het hier kennen, een glutenvrij dieet.
Ik geniet van wat ik zie. Mensen staan stil, maken een praatje, kopen tomaten, artisjokken, oesters. Ik bestel nog een koffie. 

Dan ineens klinkt er een claxon. Er komt een man met een hoed het plein op gefietst. Hij knijpt in de claxon op zijn stuur, maar heeft ook een bel in zijn hand die hij luid laat rinkelen. We kunnen niet om hem heen: een grote zwarte punthoed, een glimmende blauwe jas met achterpanden en een luide stem: “Bonjour mesdames et messieurs!” Hij stapt af en in een handomdraai heeft hij een mini podium gemaakt: kratje uitgeklapt, fluwelen kleedje erover, hij stapt erop en begint een… tja, wat eigenlijk? 

Met een prachtige diepe stem schalt hij over het plein, er komt een jongetje aangerend, hij gaat recht tegenover hem op de grond zitten. De man haalt uit de binnenzak van zijn blauwe jas een paar briefjes en leest die voor. Het lijken een soort advertenties of krantenberichtjes? Soms ineens schatert het jongetje. De man heeft één persoon publiek (eigenlijk twee, incluis mij), maar zijn enthousiasme is er niet minder om, hij gaat stug door. Soms springt het jongetje op en klapt in z’n handen, er is iets opwindends gezegd! Langzaamaan staan er meer passanten even stil, ze luisteren. Eerst twee, dan drie, dan vijf, en dan wordt het een kring van mensen om de hoedenman heen. Er wordt intensief geluisterd, er wordt gelachen. Ik versta het niet goed, het gaat te snel, maar het maakt niet uit, het is prachtig: zijn dragende stem, de eenvoud, de concentratie van de mensen, het samenzijn. Een oervorm van theater.

En dan ineens is het klaar. De man steekt zijn briefjes in de binnenzak van zijn glimjas, tilt zijn hoed op, maakt een lichte buiging. Het jongetje klapt, de andere klappen mee en binnen een paar minuten is zijn kratje en kleedje opgeruimd, stapt hij op zijn fiets, klinkt de claxon drie keer en “Au revoir!”
De mensen lopen door, het jongetje zoekt zijn moeder en de pleingeluiden nemen het weer over. ‘Ting Ting’, de draaimolen draait de volgende ronde. 

Ik blijf nog even zitten. Getuige van klein groot geluk.

Marthe van der Noordaa

Het verfoeide 2020

“De beste wensen voor 2021, eindelijk kunnen we dit ellendige jaar achter ons laten.”
“Dat we 2020 maar snel mogen vergeten.” Dat soort nieuwjaarswensen hoorde ik om me heen. Vergeten? dacht ik dan, laten we juist vol stilstaan bij dit jaar. Laten we het onderzoeken, doorgronden, binnenstebuiten keren en van leren. Want wat een waardevolle informatie zit er in dit unieke verfoeide jaar! Dat is mijn nieuwjaarswens.

Om een paar dingen van 2020 te noemen die ik van waarde vind: dat we weer hebben ervaren hoe kwetsbaar we zijn, en niet onfeilbaar. Want dat was al die tijd al een illusie, en dan komt de dood rauwer dan rauw op ons dak. Zo is gebleken. Vele dierbaren zijn begraven.
Dat we zijn stilgezet en daardoor zijn gaan herwaarderen wat heel dichtbij ligt. 
Dat we weer weten wat de vitale beroepen zijn. Dat we de mensen weer zien die we niet kunnen missen. De beroepen die de maatschappij draaiende houden.
Dat alleen de winkels met basisbehoeften nog open mochten blijven. We staan weer eens stil bij wat onze basisbehoeften eigenlijk zijn. Het zoveelste paar schoenen? Onderbroeken, pastasaus, bloemen, boeken, keukenspullen, paracetamol, Hema rookworsten, chips. De muur van chips was ineens helemaal leeg bij onze supermarkt tijdens de lockdown, kennelijk een hele belangrijke basisbehoefte. Er zijn 7 merken chips verkrijgbaar en ieder merk heeft wel 5 smaken: keuze uit 35 soorten chips. Waarom eigenlijk? En wat mis je nou het meest als het erop aan komt? Dat soort vragen hebben zich aangediend. 

Ook kwam in de spotlight hoe we zijn doorgeslagen in onze omgang met dieren, of het nou in megastallen is in de Achterhoek, in veel te kleine kooitjes op fokkerijen in Brabant of op illegale markten in Wuhan. We vangen ze, fokken ze, vergassen en vermalen ze, hakken staarten, slagtanden en schubben af om te verwerken in tassen of medicijnen, dat soort rare dingen doen we met dieren. En dan is daar ineens het dodelijke virus dat via dier op mens wordt overgedragen. Niet de eerste keer. Ebola werd overgedragen via vleermuizen, SARS via civetkatten en de Pest, waaraan ooit een derde deel van alle Europeanen is gestorven, via ratten, via de vlooien op ratten. De ratten (met hun dodelijke gast in de pels) brachten het virus via het ruim van de handelsschepen wereldwijd onder de mensen. Nu gebeurt de verspreiding veel sneller, want we vliegen.
Zouden wij mensen door deze pandemie anders gaan kijken naar reizen? Naar het onbeperkte vliegen dat we zijn gaan doen? Voor €48 euro vliegen naar Istanbul, we weten allemaal dat het niet klopt en dat we daar op een andere manier hoge prijzen voor betalen.

Zo waardevol vond ik het om tijdens de eerste lockdown te zien te zien hoe snel de natuur herstelt als wij mensen binnen blijven! Als wij ruimte geven aan de natuurlijke gang en ons er niet mee bemoeien. Hoe snel dat herstel gaat is heel hoopgevend en heel hard nodig natuurlijk. Dat weet iedereen. De noodklok luidt. 2020 vertelt ons dat er geen enkele reden meer is om te ontkennen, weg te kijken, om te wachten. Klimaat en natuurbehoud hoog op de agenda in 2021.

‘Hopelijk kunnen we zo snel mogelijk weer terug naar normaal’, zag ik regelmatig voorbijkomen op social media. Wat is normaal? Zijn het de excessen waar we de afgelopen jaren aan gewend zijn geraakt? Het normaal is de waan geworden. In de waan moet het comfortabel en leuk blijven. En daarbij denken we dat we veel meer nodig hebben en worden we afhankelijk van omstandigheden en prikkels. Terwijl we met zoveel minder toe kunnen, is gebleken uit afgelopen periode. 
Dus laten we vooral niet teruggaan naar ‘normaal’, zou ik zeggen.
Mijn wens is om elkaar juist niet te betoveren met de waan, niet te doen alsof we dit achter ons kunnen laten en kunnen fixen. Dan blijft de ontreddering en de kwetsbaarheid. Want het volgende virus ligt alweer op de loer. 

Laten we ernaar kijken, naar 2020
als een mijlpaal, een leerschool, een keerpunt.

Laten we onderzoeken en onderscheiden.
De waan van de werkelijkheid scheiden. 
Niet doorschakelen en controle herpakken,
maar verliezen. Kiezen en verliezen. 
Het overbodige loslaten: 
de zaken die ons niet dienen,
die ons betoveren, zoet houden,
verslaven en versplinteren,
maar niet bijdragen.

Dan kan er werkelijk iets veranderen.
Verandering kan niet zonder verlies.
En natuurlijk vraagt dat offers en doet dat ook pijn.
Maar liever de pijn
dan de illusie.
Liever de weerbarstigheid
dan de waan.

Ik toost op de weerbarstigheid en de zoektocht 
naar een oprecht antwoord op 2020.

Marthe van der Noordaa


Denk eraan dat alle wonderlijks dat je bestudeert
het collectieve werk van vele generaties is
waaraan allen hun geestdrift en inzet hebben gewijd.
Dat erfdeel berust nu in je handen die het in eerbied ontvangen,
verder ontwikkelen en straks aan je nageslacht toevertrouwen.
Daarin zijn we onsterfelijk:
samen scheppen we een oeuvre dat ons overleeft.

Albert Einstein (1879-1955)

Relaxte slordige mannen

Soms ben ik wel eens jaloers op mannen. Als ik het kameraadschappelijk samenzijn zie onder mannen, waarbij iedereen vanzelfsprekend onderdeel is van de groep. Of als ik hoor over het gemak waarmee ze elkaar na een ruzie met twee zinnen en een schouderklop kunnen vergeven, waar vrouwen soms wel twee maanden en tien gesprekken voor nodig hebben. Bij vrouwen kan het nog wel eens ingewikkeld worden, met onderling gedoe, rivaliteit, geroddel, een kritische blik. Ik zei een keer tegen een vrouw die voor me stond in een rij – ze had een opvallende gekleurde jas aan en een hoedje op – ‘wat zie je er leuk uit’. Het was alsof de hemel openging, ze klaarde helemaal op. We raakten aan de praat en zij zei dat ze eigenlijk nooit complimenten kreeg van vrouwen. Gek eigenlijk. 

Het zou te maken kunnen hebben met de kritische houding van vrouwen, vooral ten opzichte van zichzelf. Er wordt veel over geschreven: dat vrouwen een grote interne twijfel kunnen hebben over wat ze kunnen, en als ze iets goed gedaan hebben, het al snel bagatelliseren en eerder toeschrijven aan externe factoren dan aan zichzelf. Op dit gebied een wankel zelfvertrouwen. Uit onderzoek blijkt dat mannen zichzelf in 30% van de gevallen juist overschatten, ze bluffen sneller en durven meer. En het blijkt te werken: hoe meer je gelooft dat je bepaalde functies aankunt, hoe meer anderen het je toevertrouwen. Bij een vacature zijn vrouwen van mening dat ze aan alle eisen moeten voldoen, mannen denken dat 60% voldoende is. We kunnen hierin nog van elkaar leren.
Vanuit die interne twijfel schijnen vrouwen zich veel te vergelijken met hun omgeving. Ze weten vaak feilloos waarin de ander mooier of geslaagder is. Concurrentie ligt op de loer. Terwijl we elkaars steun juist zo nodig hebben. En complimenten zijn ook heel welkom.  

Ik moet ook wel denken aan het verschil tussen mannen en vrouwen als ze met elkaar op stap zijn geweest, naar de kroeg, uit eten. Hoe het kan gaan met afrekenen. Bij vrouwen wordt vaak heel precies uitgerekend wie wat heeft gehad -eerlijk maar ingewikkeld- bij mannen tikken ze de rekening hoofdelijk om en klaar, een stuk relaxter.
Dat relaxte is ook wel iets wat me fascineert, vooral in het dagelijks leven en de huishouding. Zoals mijn man volkomen zorgeloos uit zijn vieze broek stapt en die ter plekke op de grond laat liggen, en er de dagen erna zonder problemen omheen blijft lopen, alsof de kous daarmee af is. Sterker nog, gerust op een ander plekje nog een shirt of pyjamabroek laat liggen en in de hal zijn riekende sportkleren in een hoekje op de grond. En daar heel ontspannen in blijft, dat vooral! Hoe doet ie dat toch? denk ik dan. Hij zit er echt niet mee dat er overal door het huis hoopjes op de grond liggen. Ik kan daar na twee hoopjes al niet meer tegen. Vervolgens is hij overigens ook niet verbaasd als die kleren op een goed moment gewassen en wel weer in zijn klerenkast liggen. Alsof die kleren dat zelf gedaan hebben en een eigen leven leiden.
Een boterham smeren en dan het vieze mes met de boter eraan op het aanrecht laten liggen, ook zoiets, het boterkuipje nog open, de kaas uit het papiertje, net naast de ijskast en dan eerst gaan lunchen. Vervolgens gebeurt er van alles en blijft dit de rest van de dag op het aanrecht liggen. Hij loopt er heus een paar keer langs, ziet het volgens mij wel, maar ziet het niet als een probleem! Natuurlijk erger ik me er ook aan, maar als ik heel eerlijk ben, is het dit soort onthechte losheid bij alledaagse dingen waar ik jaloers op kan zijn.

Ik kan me uiteraard voorstellen dat er ook andere mannen zijn wat dit betreft. Maar daar val ik niet op kennelijk, want ik heb altijd ‘slordige mannen’ gehad. Ook slordige zoons trouwens, maar dat is vast de schuld van het DNA. Ooit kochten we een keer een cadeau voor een man die vijftig werd, een grote vuurkorf voor buiten, en die man vroeg na het feestje of hij ‘m misschien kon ruilen? ‘O jee, is er iets mis mee’, vroeg ik? ‘Nee hoor, hij is prachtig maar ik heb liever iets anders, het geeft zo’n rommel in de tuin, zo’n vuurkorf.’ Kijk, zo’n man laat denk ik niet zijn vieze broek op de grond liggen, of een beboterd mes op het aanrecht. Je hebt ook mannen die heel netjes zijn op hun kleding, en er tiptop en hip uitzien, ik heb er nooit mee in bed gelegen. Mijn vriendjes hadden meestal van die afgekloven V-truien en broeken waarvan je je kunt afvragen: ‘is dat ooit mode geweest?’ Mannen die nooit in etalages van winkels kijken, laat staan enig besef van mode hebben. 

Wat ik al zei: we kunnen veel van elkaar leren. Ik in dit geval rondom loslaten en ontspannen. Mijn liefde voor slordige mannen zegt veel over mezelf; als antwoord op de blinde paniek die soms toeslaat als ik me verbind met de weerbarstige werkelijkheid, klamp ik me vast aan de paar vierkanten meters in mijn eigen leventje: opruimen, schoonmaken, de was doen, ijskast vullen. Rust, reinheid en regelmaat. Ooit in het leven geroepen voor jonge kindjes, maar net zozeer voor deze moeder. En als ik daarin doorsla, laaf ik me aan de slordigheid van mijn man, die me helpt herinneren aan mijn verlangen naar onthechte losheid. Gewoon maar wat doen. De boel de boel. Soms oefen ik, dan doe ik een week de was niet (gaat niet vanzelf). ‘Geen schone onderbroeken meer in de kast? Goh, misschien liggen ze ergens op de grond.’ Heel bevrijdend.


Marthe van der Noordaa

Kunst koesteren

In deze tijd van het jaar vindt altijd de Kunst10daagse plaats in Bergen. Tien dagen lang kunst van ruim tweehonderd kunstenaars op honderzestig locaties; in ateliers, in tuinen, in het bos, bij mensen thuis, in cafés, rond de kerk. Een groots event in het kleine dorp Bergen, waar tijdens die 10 dagen soms wel 30.000 mensen op af komen. Maar helaas: het gaat niet door! Vanwege aangescherpte corona maatregelen, is net besloten. Wat een strop, voor de kunstenaars uiteraard, maar ook voor de bezoekers, voor ons mensen. 
Want wat is een leven zonder kunst? 

Die vraag dringt zich steeds vaker aan me op nu zoveel theaters sluiten, muziekfestivals worden geannuleerd, orkesten worden opgebroken, exposities amper worden bezocht. Zoveel kunstenaars niet gezien, niet gehoord. Je zou kunnen denken: kunst is een extraatje, een soort luxe, geen belangrijke levensbehoefte. Dus ja, jammer als het niet doorgaat maar geen ramp. Het is ook geen ramp, maar wel een groot gemis. Kunst brengt iets wat voorbij het logische denken gaat, voorbij kosten en baten, voorbij ‘nuttig’. En daarmee is het juist zo waardevol.
Het tilt ons naar een ander niveau, voorbij de alledaagse sores en platheid, naar het niveau waar we geraakt worden zonder te begrijpen, waar we getroost worden door onbekenden, waar tragiek toegankelijk en behapbaar wordt, waar we kunnen worden herinnerd aan wat wezenlijk is, of waardoor we simpelweg opgetogen en verfrist huiswaarts kunnen keren.
Kunst als balsem voor de ziel. 

En dat lijkt me juist in deze tijd geen overbodige luxe, maar noodzaak. De vervreemding waar we meer en meer in terecht komen, door alle maatregelen, maar ook door de enorme vlucht die de digitale ontwikkeling heeft genomen in de afgelopen decennia. Steeds meer mensen raken in een isolement, zijn eenzaam, somber, ontheemd. De expansiedrift heeft ons veel welvaart gebracht, zeker, maar op een ander vlak zijn we veel armer geworden. Op het eenvoudige menselijke vlak, van direct contact, zorgdragen voor elkaar en afstand overbruggen. Op het vlak van iets doen, niet omdat je er beter van wordt, maar omdat je hart ernaar uitgaat. Kunst ontstaat vaak vanuit deze passie. In die zin is kunst, net als de liefde, om niet. 

Ik moet in dit kader denken aan een citaat van Charles Eisenstein een Amerikaanse schrijver en activist, die pleit voor een nieuwe kijk op de wereld van ‘separation’ naar ‘interbeing’.
Laat het duidelijk zijn dat dit de revolutie is: liefde voor alles dat leeft om wat het is en niet vanwege de waarde ervan. Als we ons daarvoor openstellen, zal niet alleen onze verhouding tot de natuur veranderen. Het zal ook leiden tot een transformatie van ons economisch systeem, dat juist gebaseerd is op het uit winstoogmerk uitbuiten van mensen.

‘Liefde voor alles dat leeft om wat het is en niet vanwege de waarde ervan.’ Zo mooi. En revolutionair omdat we daar zo ver vanaf zijn geraakt. Gewend als we zijn om keuzes te maken vanuit: wat levert het op? Het is een rigoureuze beslissing om ons daarop te richten, te midden van de pandemie: om de liefde lijdend te laten zijn. Menselijk dichtbij. 

‘Blijf dansen, lachen, luisteren, voelen’, staat boven de agenda van het Internationaal theater Amsterdam. Laten we de theaters bezoeken, de muzikanten uitnodigen, musea binnenwandelen, filmhuizen steunen. Laten we de kunst koesteren als een noodzakelijk kostbaar goed.

Marthe van der Noordaa

Liefde voor het lot

 

58086710-red-luchtballon-zweven-over-misty-mountain-in-vang-vieng-laos

Afgelopen zaterdag stond ik met mijn vader beneden in de hal van het gebouw waar hij een appartement heeft.  ‘Waarom kom je niet even boven?’, vroeg hij. Ik legde het weer uit, over dat nare virus dat rondwaart, zo besmettelijk, en waarom dat hij dat echt niet moet krijgen.

Mijn vader is 89 jaar en we zijn heel voorzichtig met hem. We hebben zelf het virus niet, maar zijn wel in contact geweest met mensen die Corona hebben (of hebben gehad) en dat levert dat ‘grijze gebied’ op, waar we weinig over weten wat daar besmettelijk aan is. Niet meer bezoeken of ophalen voor een uitje, geen knuffels, wel iedere dag bellen, pakketjes met favoriete dingen sturen, en de boodschappen tot aan de voordeur. Nodig, maar jeetje wat is dat kaal en eenzaam.

We bleven even staan praten, daar in de hal, met anderhalve meter en een boodschappentas tussen ons in. ‘Hoe gaat het papa, lastig he?’ ‘Nou het gaat wel hoor, niet alles kan meer nee.’ Hij keek me rustig aan. En zei toen: ‘Het doet me een beetje denken aan de oorlogstijd, toen kon ook niet alles. Je kon niet reizen, en als je al op pad ging, had je hooguit een fiets. Dan was je blij. Je zette houten banden op je fiets, anders pakte de Duitsers ‘m af.’ Ik ken het verhaal maar vind het altijd weer bijzonder als hij erover spreekt. ‘En als er dan gebombardeerd werd, want dat gebeurde veel bij ons in Wassenaar, wist je dat je direct in de berm moest gaan liggen. Binnen blijven was natuurlijk beter. Maman (mijn oma) kreeg nog een keer een scherf in haar gezicht.’ Lees verder

Winterkerstpuzzel

IMG_4033

‘Mag ik een puzzel voor kerst?’ Deze onverwachtse vraag kwam er binnen op mijn mobiel, van onze 22-jarige dochter. Mijn hart sprong op: natuurlijk! En ineens doemde het puzzeltafeltje op van mijn oma, waar ze met regelmaat langsliep om even een ‘stukje te leggen.’ Ik kreeg grote drang om ook zo’n puzzeltafeltje te maken voor de kerstperiode, liefst met een authentieke Jumbopuzzel met Zwitsers winterlandschap. Waar vind je die? Bij de kringloopwinkel. Dus daar gingen we heen.

Ik keek mijn ogen uit; wat een grote kringloophal in Alkmaar! Zoveel spullen. Er was bijna niemand. Mijn man ging richting het meubelgedeelte, ik naar de speelgoedhoek. Onderweg zag ik rijen vazen, pannen, apparaten, enorm veel boeken, een kastje met kristal, een hele hoek met kleding, glitter galajurken ook, laarzen, schoenen, tassen, en zomaar door. Alles nog prima in orde.
En terwijl ik daar zo ronddwaalde, bekroop me een treurig gevoel. Wat hebben we veel, en wat is er veel over! In de verte klonk ‘Driving home for Christmas’. Lees verder

Laten we troosten

toevlucht-kl

Onlangs is oma kleur overleden. Zo noemden de kinderen haar omdat ze een atelier in huis had waar ze altijd mochten verven of tekenen, als ze daar zin in hadden.
Ze was de tweede vrouw van opa. Een aparte vrouw, waar we veel bij voelde maar die we op een bepaalde manier ook niet echt leerde kennen. Een kunstenares en een boerendochter. Een mengeling van ongrijpbaar in haar eigen wereld vertoeven, en dan weer heel aards van aanpakken en doorzetten. Lief en onbaatzuchtig ook.
En ineens was daar die dodelijke diagnose: alvleesklierkanker. Na een paar weken is ze gestorven, 77 jaar. Zo snel, geen enkele vooraankondiging, geen vermoeden. Ook dus bij iemand zo sterk, nooit ziek, vol van leven, van creatieve plannen. Wat een schok.

Een week eerder vertelde mijn man over het verdriet van een hockeyteamgenoot van hem: zijn vrouw, 32 jaar oud, heeft gehoord dat ze niet lang meer te leven heeft. Lymfeklierkanker. Twee jonge kinderen. Het is niet te bevatten, niet te verwerken.
Dat is misschien wel het meest schokkende: dat het ontdaan is van iedere logica, van ieder rechtvaardheidsgevoel. De dood dendert het leven in op willekeurige plekken en momenten. En daar staan we, kwetsbaar en onthutst.

De kinderen hebben afscheid van haar kunnen nemen toen ze nog redelijk goed was, en het mooie was dat ze als vanzelf met haar naar haar atelier gingen. Later hoorden we dat ze daar alledrie nog iets tegen haar gezegd hebben. De jongste voorop: ‘Waar denkt u dat u heengaat als u doodgaat? Zal opa daar ook zijn?” Er hing een bijzondere sfeer om hen heen toen ze terugkwamen.

Terug in de auto merkten we dat we nog niet door konden. De oudste kinderen wilden niet meteen op de trein, terug naar hun studentenleven, en wij nog even niet naar de dagelijkse gang in ons dorp. We besloten dat we naar mijn ouderlijk huis gingen rijden, het was vlakbij en ik had ze die plek nog nooit laten zien.
En zo wandelden we samen door het buurtje van mijn jeugd, ik vertelde, zij vroegen van alles, we waren blij verrast (ik ook, met terugwerkende kracht): wat een apart uniek huis en wat een leuke plek!
De drie kinderen liepen vooruit. Ik voelde dankbaarheid voor het feit dat ze er waren. En tegelijk een grote kwetsbaarheid. Ik pakte de hand van mijn man, en dacht: laten we genieten van elke minuut. En laten we troosten.

“Kleur is de kern van mijn kunst. Dagelijkse gebeurtenissen, verhalen, muziek, ik beleef ze in kleur. Kleuren roepen beelden op en maken gevoelens los. Mijn werk komt tot stand door nuances aan te brengen, door vlakken te verbinden of ze van elkaar te scheiden. Door eindeloos te schaven en te schrappen. Het schilderij is af is als het iets met me doet. Als het me uitdaagt te communiceren en in actie laat komen.”
Greetje Hubers

 

Marthe van der Noordaa

Rutger Bregman gevoel

IMG_3610.JPG.M.detalis

Het is dinsdagavond. Ik loop tevreden door het Vondelpark in Amsterdam, terug naar mijn auto. Ik heb net gegeten met een lieve collega van het ITIP, waarbij we allerlei communicatie dingen hebben besproken. Ontspannen, samen, prettig. Daarvoor hadden we een interview gehad met de mannen van Blendle, Alexander Klöpping en Rick Pastoor (waarschijnlijk ken je ze wel van die digitale nieuwskiosk waar je losse artikelen kunt aanschaffen). Ook dat was een verrassend prettig gesprek geweest, grondig en openhartig. Ik was geraakt door hun openheid, en hun drijfveer om het goede in mensen te stimuleren.

Dus ik mijmerde nog wat na in mijn auto terwijl ik met een Rutger Bregman gevoel de stad uitreed: inderdaad ja, de mensen deugen. En zoals wel vaker in Amsterdam (doorlopend in verbouwing) werd ik omgeleid en belandde ik op een voor mij onbekende route. Het was even zoeken. Op een goed moment aarzelde ik, linksaf de snelweg op of juist rechts aanhouden?

Achter me hoorde ik toeteren, ik remde af. En toen werd ik van rechts ingehaald door een busje, die me afsneed. En niet een beetje, hij ging volledig overdwars voor me staan, waardoor ik niet meer verder kon rijden. Vervolgens kwam er een grote man uit het busje, met een flinke zaklamp in zijn hand. In een flits dacht ik: shit, waar zit eigenlijk de deurvergrendeling in deze Tesla?! Als je niet technisch bent (zoals ik) is het sowieso best ingewikkeld zo’n Tesla, niks geen knopjes, hendeltjes, wijzertjes, alles zit in die ene IPad.

Maar goed, die man dus. Hij stevende op me af en begon met de zaklamp op mijn raam te tikken. Het leek erop dat hij mij de auto uit ging sleuren… Maar mogelijk had hij last van hetzelfde als ik: de deurknop aan de buitenkant is erg hightechdesign weggewerkt, dus niet zo snel open? Hij begon tegen me te schelden in een taal die ik niet verstond en het enige wat ik uit kon brengen was: ‘Ik ben de weg kwijt! Kan jij me misschien helpen?’
Dat had hij niet zien aankomen, geloof ik, want hij stond even helemaal stil. Wat nu? Zijn buskruit leek weg te lopen. Wat bleef is dat hij met de zaklamp vol in mijn gezicht bleef schijnen, en ik daar zat als een blind konijn met mijn armen omhoog.
Toen riep hij nog iets wat ik niet verstond, maar ik vermoed dat het iets anders was dan ‘o sorry, nou fijne avond nog’, en ging terug naar zijn busje. Hij scheurde weg. Achter ons een aardige file (geen hulp van die kant overigens).

Bibberend reed ik door, de snelweg op, de verkeerde afslag bleek, maar het kon me niks schelen. Ik had wel even een paar rondjes nodig om bij te komen.
Er ging van alles door me heen. En er doemde een scenario op wat ik zo goed ken: wat leven er toch een idioten op de wereld die ik niet kan volgen?! Eigenbelang, woede, ongeduld. Niet de liefde, schoonheid, onze aarde koesteren, nee plunderen, macht, geld. En voor ik het weet komt die idiote president van Amerika weer voorbij, en onze politici, die zoveel beslissingen voor ons nemen, hoe integer zijn hun motieven? Het zal wel weer tegenvallen die Miljoenennota, veel geld naar defensie en wegen en niet naar wat er echt toe doet: onderwijs, de zorg, het klimaat? Ik was aardig op weg in deze negatieve lus, toen ik dacht: nee, ik ga me het positieve gevoel van deze avond niet af laten nemen door een gek met een zaklamp.

Het was een innerlijk besluit en ik begon zachtjes te zingen. Dat helpt mij om terug te keren naar wat van waarde is voor me. De mensen die me raken. Die net als ik, zoekend, uit willen gaan van het beste. Miljoenen andere mensen zijn dat, ongewapend, met een groot hart. De meeste mensen deugen.

 

Marthe van der Noordaa

Voor ongelukkigen, pessimisten en sombere vogels

img_4473

Tijdens de kerstvakantie kwamen er allerlei artikelen en prachtige teksten van verstokte pessimisten op mijn pad, die mij inspireerden deze blogtekst te schrijven. Daar komt bij dat de lauwe grijze januarimaand mij aanzet tot somberen, en ook merk ik door de gesprekken met mensen om me heen (en in mijn praktijk), dat we doorgaans veel somberder zijn dan we tonen.
Schrijver en dichter Levi Weemoedt verwoordt dit mooi: “Deze tijd heeft iets manisch positiefs. Iedereen doet blij en vrolijk, maar dat is vals geschetter. Ik merk dat mensen daarachter een verlangen naar ernst hebben. (-) Als je het gejubel afleert, gaan inhoud en vorm weer een beetje rijmen.”

Herkenbaar, manisch positivisme als kwaal van deze tijd. Het moet alsmaar geslaagd zijn, en geluk en groei uitstralen. En als het al tegenzit, dan wordt dat vooral gezien als een uitdaging om er beter uit te komen dan daarvoor. Onder het mom ‘het kan altijd beter en mooier en spannender’ blijven we expanderen. Het voldoet niet, terwijl we allang genoeg hebben. Dat is het manische eraan.

Ook las ik een artikel over het fenomeen ‘microdoseren’, dat onder jongeren steeds populairder wordt. Dat is het doorgaand gebruiken van een hele lage dosis lsd of paddo’s, om onder andere minder te hoeven voelen of om minder prestatiedruk te hoeven voelen, zeggen de jongeren die gebruiken. “Sinds ik microdoseer, laat mijn zelfkritische geest minder luid van zich horen, alsof mijn innerlijke criticus mag uitrusten van zijn constante slavendrijverij.” Iemand anders zegt: “Ik ben neerslachtig, daar heb ik nu minder last van.”

Welk voorbeeld geven we onze jongeren dat ze zo’n prestatiedruk voelen? En dat ze neerslachtigheid ervaren als iets dat verdoofd moet worden?
Kunnen we openlijk accepteren dat we soms ongelukkig zijn, verward, verloren, afgedwaald, teleurgesteld of nutteloos zijn? Iedereen zal voor zichzelf beamen dat het er gewoon bijhoort, omdat iedereen weet dat je niet doorgaand blij, actief, stralend en succesvol kunt zijn.
Vlakheid, neerslachtigheid, matigheid, een gevoel van druk of falen.. het zijn geen uitzonderingen, het zijn geen buien die wel overwaaien, lastige momenten die gefikst moeten worden, gevoelens die verdoofd moeten worden. Het is niet iets dat weg moet want het is onderdeel van wie we zijn. Logisch dat we in de ontkenning hiervan onrustig worden, een gevoel hebben van tekortschieten, alsof we niet voldoen. We miskennen een belangrijk deel van onszelf.

“Als je het gejubel afleert, gaan inhoud en vorm weer een beetje rijmen”, zegt Weemoedt. We vallen weer samen met wie we zijn. We zijn het licht en de duisternis, we zijn scheppend maar ook zoekend, we zijn wetend en we weten heel veel niet. We zijn tot van alles in staat en we staan met lege handen. Er is niks op te houden, alleen toe te laten.

Dus laten we openlijk huilen en klagen, onmacht tonen, somberte en pijn. Want dan kunnen we troosten, voelen, stilvallen en ontspannen (want wat een krachtsinspanning is dat, de hele tijd iets ophouden en ‘aanstaan’). Maar vooral kunnen we elkaar dan weer ontmoeten. Het onderscheid valt weg, we worstelen allemaal.
Als we daar oog voor krijgen en ruimte aan geven, ontstaat er vanzelf meer oog en compassie voor elkaar. En voor onze jongeren, hoop ik! Juist voor hen lijkt me het openlijk tonen en voorleven belangrijk. En uitnodigen, vanachter dat scherm vandaan, of achter die joint. Zonder oordeel in gesprek gaan: ‘Wat leeft er echt in je? Vertel.’

Dat is mijn nieuwjaarswens. Geen gelukkig nieuwjaar, maar een jaar vol ontmoeting.

Marthe van der Noordaa

Relaties zijn ingewikkeld

liefdesslotjes-spanje

‘Relaties zijn ingewikkeld en het is heel logisch dat jullie hier zijn’, zeg ik vaak bij een eerste kennismaking in mijn coachingspraktijk. Gelukkig is er inmiddels wel wat veranderd rondom relatiecoaching. Je hoeft niet meer heel erg in crisis te zitten om in coaching te gaan samen. Mag, maar hoeft niet.

Relaties zijn ingewikkeld omdat je beide een rugzak draagt met persoonlijke inhoud van levensjaren voornamelijk gevuld in de tijd voor de relatie. Een rugzak vol mooie ervaringen en herinneringen maar ook met strubbelingen, pijn, teleurstellingen, kwetsuren, frustraties en terugkerende persoonlijke thema’s.
Onderdeel van deze levensbiografie is onze ‘liefdesbiografie’. Met al onze mooie, lelijke, pijnlijke, allesverslindende of teleurstellende ervaringen in de liefde. En dat begint al heel vroeg: hoe er thuis wel of geen liefde was, hoe het werd geuit, of er aanraking of koestering was, het gemis, of juist de verstikking. Vervolgens het al dan niet aangaan van de eerste vriendjes, vriendinnetjes, hopeloos verliefd, afgewezen, vol erin of juist niet gedurfd. En daarna dat de verschillende relaties of huwelijken zo anders uitpakten dan je had gehoopt etc.

Al die ervaringen uit onze liefdesbiografie leiden tot bepaalde denkbeelden en conclusies: ‘Als ik me zus of zo gedraag krijg ik liefde.’ Of: ‘Ik ga me niet nog eens zo openstellen’ Of: ‘Sleur hoort erbij’ ‘Seks en liefde gaan niet samen’ of: De ware liefde is niet voor mij weggelegd’ etc. Vanuit die denkbeelden geven we richting aan ons leven; vanuit een bepaalde angst, achterdocht, teleurstelling, overtuiging kijken we naar de liefde, naar een geliefde, en daar hoort bepaald gedrag bij. En dat onvrije gedrag komt regelmatig in de relatie terecht, met alle gevolgen van dien. Heel logisch dat dat gebeurt.

En dan kom ik in het vizier, meestal met goed nieuws: ‘Het goede nieuws is dat jullie probleem niks met jullie relatie te maken heeft en niks met de liefde, maar met jullie persoonlijke rugzak.Veroordeel niet waar jullie in zitten, en vooral: geef elkaar niet de schuld, maar richt je blik op je rugzak.En dan pakken we voor een deel de rugzakken uit, zodat helder wordt wat bij wie ligt, en er weer ruimte komt in het midden voor de liefde.

Bovendien komt er, in het zichtbaar maken van ieders diepere levensthema, meer ontroering vrij voor elkaar. Meer mededogen voor de pijn en de worsteling van de ander. En dat is van belang want dat wordt nog wel eens vergeten: dat je partner ook worstelt en lijdt aan zijn of haar persoonlijke thema’s. We zijn vaak niet zo lief voor onszelf (en de ander) op dat gebied. Lief voor de kwetsuren en de kwetsbaarheid.
Vooral het succes en het slagen staan in de etalage. Het vergelijken en moeten voldoen aan hoge verwachtingen leidt tot een bepaalde verharding. Als de worsteling en de kwetsbaarheid niet worden veroordeeld, maar er openlijk bij mogen horen in een relatie, wordt het zachter.

En dan ga je merken dat je meer gaat houden van wat er wel is. Niet steeds gericht op wat er nog ontbreekt, wat tekortschiet of erbij zou moeten, maar op wat er wel is.
Daar bloeit de liefde van op.

 

Waar was ik toen je me nodig had?
doof in mijzelf gewikkeld
blind voor de wereld
wat op me afkwam
stootte ik af
in hart en navel dacht ik
IK

En nu jij die binnenkomt
ik open als een bloem
een oester een deur
word van ik tot wij

Remco Campert

 

relatiecoaching