Het strand van mijn jeugd

IMG_0808

De westkust van Frankrijk was het geworden. We hadden voor drie weken een mobile home gehuurd op een camping. Niet eerder bleven we zo lang op een plek, een experiment… Het was een lieflijk plaatsje, vlakbij het strand, waar ik als meisje vroeger veel geweest ben. Na een week werd duidelijk dat ik slecht sliep op de bedjes in de stacaravan die hard, synthetisch en smal waren. En na nog meer slapeloze nachten begon mijn ontsteking in mijn schouder weer op te spelen en toen gebeurde het: ik gleed af en zag met de dag meer wat er niet deugde. Het weer was wisselend, de camping was klein en benauwd, we hadden geen zicht en de voorzieningen waren uit een andere eeuw. De mensen waren erg frans, lees: afstandelijk en gereserveerd en er was eigenlijk maar een strandje waar we naar toe konden, de rest was zeer toeristisch. Emotioneel belandde ik in iets wat op regressie leek: in stukjes van mijn jeugd. Ik kon me niet voorstellen dat ik het drie weken ging volhouden hier. Tot ik op een dag op de veranda van de caravan in een boek van Pema Chödrön iets las wat mij daaruit tikte.

Ieder moment kunnen we kiezen voor toenemende helderheid en geluk, of voor verwarring en pijn. Waar wens je je op te richten? Welke gedachtes voed je?
Alles wat tegenzit of tegenvalt, werd me op slag duidelijk. De ene tegenvaller roept de andere op en de lijst wordt makkelijk alsmaar langer.

Hoe kunnen we onze aangeboren intelligentie aanspreken om te zien wat hulp biedt en wat schaadt, wat agressie aanwakkert en wat onze ruimhartigheid naar boven brengt? Dit pad onthult drie menselijke kwaliteiten: aangeboren intelligentie, aangeboren ruimhartigheid en aangeboren openheid.
Intelligentie: als we niet verstrikt raken in hoop en angst, weten we intuïtief wat juist is.
Ruimhartigheid is ieders vermogen om lief te hebben en mededogend te zijn: de kwaliteiten van het hart. En openheid: de oneindige ruimte van onze geest die open is en onbegrensd.
Onderbreek je bezigheden voor enkele seconden en haal drie keer heel bewust adem. Dan ervaar je dat er een keuzemoment is.

Dat deed ik, ter plekke. En ik merkte direct dat er ruimte kwam, de ruimte om vrij te kiezen. Ondanks mijn moeheid en pijn, nog steeds vrij om te kiezen: om de gedachten te blijven voeden die me in de vernauwing hadden gebracht of me te richten op mijn intelligentie en open geest. Er klapte daar op de veranda iets open, mijn blik werd verruimd. Wat ik vervolgens zag, was dat we op een volstrekt authentieke plek waren: bij het strand waar sinds mijn jeugd amper iets veranderd was. Er waren alleen Fransen, we hebben geen andere taal gehoord. De camping was klein maar zeer persoonlijk met vaste bewoners die zo verbaasd waren dat we er stonden, dat ze ons amper aan durfden te spreken. Het strandje, op loopafstand, lag mooi tussen de rotsen, en omdat er weinig parkeerplekken waren, was het lang niet zo toeristisch als de omliggende stranden. Iedere ochtend konden we een duik nemen en hadden we de zee voor onszelf.
En de bedjes in de caravan? Ja, die waren echt hard en sliepen beroerd. Dat bleef een feit. Ik vind het fascinerend dat het mogelijk is om binnen een paar minuten twee totaal verschillende versies te zien van een zelfde situatie.

We zijn drie weken gebleven. Bij vertrek kwam de meest zwijgzame buurvrouw vanachter haar rozen en kabouters vandaan en zei: “C’est dommage que vous partez, voilà un cadeau pour vous.” Ze had al die dagen zwijgend zitten haken op haar veranda en gaf ons een wit kanten kleedje. Zo lief. Ik omhelsde haar, enigszins tot haar schrik.

Het is heel verleidelijk om de bekende afslag te nemen en de lijst te voeden met tegenvallende of negatieve zaken uit ons leven. Het is zo gebeurd. Maar ook zo doorbroken, dat vind ik het goede nieuws. Door te beseffen dat je op een bekende afslag beland bent, dan drie keer diep te ademen en je aandacht te richten op de hoofdweg: het pad van helderheid, intuïtie, en openheid. Waar overigens drie keer het woord aangeboren voor staat: we kunnen dat dus van nature! Heel geruststellend, vind ik.

Ik verheug me op de toepassing. Het begon gisteren al toen ik een collega tegenkwam: ik wou bijna zeggen dat ik op zag tegen het nieuwe seizoen vanwege de drukte. In een flits zag ik de afslag voor me: een beetje vooraf klagen en voeding geven aan de clichés van een volle mailbox en te korte zomers. ‘Ik heb zin om aan de slag te gaan en iedereen weer te zien’, zei ik. En nu zit ik achter mijn buro, te doen wat ik het liefste doe: het seizoen openen met het schrijven van een stukje tekst.

Tot snel, ik hoop je ergens te ontmoeten.

Advertenties

Sluis naar de wereld

Afgelopen tijd werd ik getroffen door een boek van Jens Christian Grøndahl Portret van een man (mooi geschreven) en tegelijkertijd viel mijn oog op een interview met de Israëlische schrijver David Grossman in dagblad Trouw.
Grøndahl laat zijn hoofdpersonage in dit boek zeggen: “Boeken zijn voor mij een sluis naar de wereld. (-) Ik dacht dat het leven niet zo fantasieloos kon zijn, zo gespeend van intensiteit. Ik dacht dat er nog iets anders moest zijn en in het begin vond ik dat in boeken. Een andere manier van omgaan met elkaar, een andere manier om met elkaar te leven. Een droom over meer leven, meer vuur en meer betrokkenheid.”

Mooi vind ik dat, boeken als sluis naar een intensere wereld waarin we op een andere manier met elkaar omgaan, met meer vuur en betrokkenheid. Ik ervaar dat regelmatig zo als ik aan het lezen ben. Dat ik tot inzicht kom en tot meer begrip ten opzichte van anderen, maar ook dat het me inspireert en aanzet om vooral dingen te blijven ondernemen, risico’s te nemen en te creëren. Vuur dus.

Grossman zegt in het interview: “Als er iets bedreigends gebeurt, moet ik in beweging komen. De meeste van de karakters in mijn boeken zijn daarom in beweging: ze joggen, zwemmen of rennen achter een hond aan (geestig). Als een mens gaat bewegen, komt waar hij mee zit ook in beweging. Als je op weg gaat, dan blijf je niet op de plaats waar je kunt schuilen. Dan laat je je zien.”

Als je gaat bewegen, komt waar je mee zit ook in beweging. Zo waar. En is dat niet de functie van op pad gaan, van reizen? Dat we het onbekende opzoeken opdat we niet blijven schuilen op onze vaste stek, in onze vaste gewoontes, maar ons wel moeten laten zien? In een tent op die veel te drukke camping, in het te kleine bed met z’n twee in die romantische B&B, tijdens de laatste uren van die pittige wandeltocht naar de berghut, het altijd anders uitpakken ter plekke dan de voorstelling vooraf en de plaatjes thuis op internet?
Dat we onszelf daar in het onbekende heruitvinden, omdat waar we mee zitten ook in beweging komt. Er komt frisse wind bij, knopen kunnen ontwarren, de blikrichting verandert. Wat thuis nog heel complex leek of zwaar drukte, krijgt een ander gewicht en ziet er anders uit in de zon, op een boot, onder een zeiltje, op de trap van een kathedraal.
En omgekeerd ook: thuis ondergaat een herwaardering. Hoe lekker is je bed bij terugkomst, de ruimte in huis, de douche waar stromend en warm water uitkomt, de eerste boterham met Goudse kaas?

Volgens Grøndahl kan dat herwaarderen ook thuis lezend in een stoel, met een boek als sluis naar de wereld: op zoek naar het andere, naar anders leven, met meer vuur en betrokkenheid. Wat je ook gaat doen: op reis met een koffer of rugzak, of in een stapel boeken, ik wens je een hele fijne vakantie!

Boekentips zijn te vinden in mijn digitale bibliotheek

Pelgrim

Deze zomer zijn we naar de Spaanse Pyreneeën geweest en vervolgens hebben we de Noordkust, de Costa Verde, verkend. Ik vond het schitterend daar, ik kan niet anders zeggen; de natuur, de bergen, de rotsachtige kust met vlak daarachter weer de bergen, Bilbao met z’n uniek vormgegeven Guggenheim en de prachtige oude dorpjes, waar je overal en altijd de lekkerste tapas kunt eten en de geurigste café solo voor een euro, en niet te vergeten: wat zijn die Spanjaarden aardig! Soms regent het maar ja, dat maakt het juist zo mooi en groen daar, plus nog onbedorven (lees: geen massacampings aan de kust). Maar dit is geen reisblog dus ik ga geen vakantieverhalen oprakelen. Waar ik wel graag over wil schrijven is een ervaring die ik had in Santiago de Compostela, de stad waar we helemaal niet heen gingen maar waar we toch terecht zijn gekomen.

Het was een regenachtige dag, voor ons de eerste sinds we kampeerden, en er was meer regen op komst. Dus we besloten niet te gaan zitten kniezen in onze tent (ik snap niet dat er mensen zijn die dan vrolijk gaan zitten kaarten in een hele kleine natte voortent). Dus wij pakten een klein tasje in en besloten de kust verder af te struinen. We stapten her en der uit en bleven ons verbazen hoe wonderschoon die hele kustlijn is. Onderweg zagen we met regelmaat mensen wandelen over de Camino de Santiago, met rugzakken op en regencapes aan. Ook een gezin met kinderen. Ik kreeg de neiging ze een lift aan te bieden, wat heftig zo door de regen en nog zo lang te gaan! Maar ja dat is natuurlijk de grap ervan dus ik mocht het van Bas niet eens vragen.
En toen ineens werden we gegrepen door de borden Santiago.. de belofte ervan en alles wat we er ooit over gehoord hadden. Dus we besloten door te rijden -nog vier uur te gaan- en het was het heel erg waard. De sfeer in de oude stad en de prachtige kathedraal waar het allemaal om draait, die gonsde van leven.

Bijzonder om in zo’n grote kerk te zijn die zo bruisend is; het is een komen en gaan van mensen, pelgrims zitten moe maar voldaan in kerkbanken bij te komen, er wordt gebiecht in open hokjes bij priesters die er als hartelijke empathische vaders uitzien (en niet als verdroogde bleke mannen) en tussen alles door zijn er gewoon diensten die druk bezocht worden. We hebben er heel wat dankbare tijd doorgebracht. En terwijl ik daar zo’n beetje zat, dacht ik: ‘Waarom hebben wij in Nederland eigenlijk niet zo’n leuke levendige kerk? Ze staan er wel maar wat is er gebeurd dat al het leven eruit is gegaan? Er zijn bij ons toch ook vast wel mensen die behoefte hebben aan een plek om bij te komen op een bankje? Om hun verhaal te kunnen doen bij een empathische vaderfiguur die alle tijd en geduld van de wereld heeft? Om zich te laven aan mooi gezang of een preek die je niet snapt maar waarvan de stem je wel troost?’ Ik wist het niet.

Na drie dagen reden we weer de stad uit, het weer was opgeknapt. De pelgrims bleven in tegenovergestelde richting de stad in komen. Ik zag een vader met twee zoontjes, ze liepen aardig kwiek richting de poort. Een van de jongetjes verloor zijn jas, maar ze merkten het niet. Het is niet fijn om je jas te verliezen, dus we stopten, ik pakte de jas op en wilde ‘m aan een pelgrim mee geven die volgde. De man was net even gaan zitten, ik liep op hem af en toen ik dichterbij kwam zag ik hoe intens moe hij was. Hij was echt afgemat. Ik vroeg of het nog ging? ‘Yes’, zei hij met een dunne stem. ‘You’re nearly there’, zei ik. Hij had 800 km gelopen, vertelde hij me. Wauw! ‘Congratulations’.
Hij keek me aan en schoot vol. Ik ook. Wat een held.
Ik was er stil van, de hele weg terug naar de camping.

SantiagoDeCompostela1

De kwetsbare mens houdt van het leven

Over een aantal dagen zal ik een maand alleen op reis gaan. Om te schrijven en te ervaren wie ik ook weer ben los van mijn omgeving?
De grote koffer begint zich langzaamaan te vullen en wat opmerkelijk is: hij is nu voor driekwart gevuld en er zit nog geen enkel kledingstuk in. Ik heb alles er weer uitgehaald om te kijken of ik het efficiënter kon inpakken. Dat lukte niet. En toen een diepe grijns: ineens zag ik mezelf omringd met de dingen uit mijn leven waar ik het meest aan gehecht ben. Waar ik absoluut niet zonder kan als ik alleen ben.

Dat zijn dus niet mijn kleren maar wel: mijn boeken, romans en studieboeken (vult de helft van de koffer), schrijfblokken en pennen (alsof je die nergens kunt kopen), een batterij aan vitamines, poedertjes, ORS-zakjes, pleisters, jodium en homeopathische middelen (alleen ziek worden is my worst scenario), een theekoker en vier theesoorten, zwemkleren (nog geen idee of ik naar zee ga), eigen beddengoed, een klamboe en fotolijstjes van mijn gezin. Vooral dat laatste is van wezenlijk belang. Ik kan met pijn en moeite een week zonder mijn man en de kinderen dus dat wordt een staaltje loslaten.

Het fascineert me wat ik in de aanloop van het vertrek tegenkom: hoe graag ik weg wil en tegelijk het vertrouwde wil vasthouden. Niet alleen mijn geliefden, maar ook het vertrouwde ritme, het eten, het eigen bed etc. Ik wist niet dat die hechting zo sterk was. En dan borrelt de vraag op: waarom ga ik dit doen? Het voelt zo kwetsbaar…
Maar gelukkig is mijn benieuwdheid sterker: het noodzakelijke verlangen naar alleen zijn, om te kijken wat dat brengt en om mezelf te vernieuwen.
En toen las ik in een column (van Rob Schouten volgens mij) een citaat dat mij sterkte in dit verlangen:

De onbuigzame mens is een leerling van de dood. De zachte, soepele en kwetsbare mens houdt van het leven.     
Lao Tse

Heel mooi. Daar richt ik me op als ik het onderweg te kwaad krijg.
Dag allemaal, misschien blog ik nog vanuit Bali en anders tot in november.