Mijn knarsende lijf

csm_verwelktebloemen_6d9dbc2a5f

Mijn lijf knarst, piept en hapert aan alle kanten. Dat vind ik jammerlijk van het ouder worden, dat ik de raarste kwalen krijg. Voor de rest vind ik het eigenlijk heerlijk; de diepere rust die ouder worden met zich meebrengt, het mindere moeten, de vanzelfsprekende werking die ik heb in wat ik doe, het meer kunnen genieten. Maar goed die fysieke kwalen dus niet, en vooral lastig dat ze zo lang blijven hangen. Vroeger was het een paar dagen flink niezen, stomen en schudden en weg was de griep. Nu loop ik al een dik jaar met een slijmbeursontsteking die maar niet overgaat. Om maar te zwijgen van mijn waaier aan allergieën, waardoor ik een groot deel van het jaar snotter en slecht slaap. En waar geen kuur, dieet, acupunctuurtraject, ademcursus of wat ik al niet geprobeerd heb, tegenop kan. Soms hoop ik dat heel gezond eten, regelmatig bewegen, op tijd gaan slapen, ’s ochtends koud douchen (of zwemmen), dagelijks een portie pure visolie en gember-kurkumathee, dat dat bonuspunten oplevert.
Maar niets is minder waar. Er is geloof ik geen debet-creditsysteem wat dit betreft. Toen het laatst bij een enthousiaste warming-up in mijn linkerbil schoot en ik vervolgens twee weken amper de trap afkwam, schoot dat door me heen: ‘Ik heb al vijf allergieën en een schouderontsteking, mag deze spierblessure dan even aan me voorbijgaan?’
Ik kreeg geen gehoor.

Ik las in ‘Het einde van de eenzaamheid’ van Benedict Wells (wat overigens een prachtige roman is, indringend en kraakhelder geschreven) een mooie alinea hierover:
“Het leven is geen nulsomspel. Het is ons niets verschuldigd en alles gaat zoals het gaat. Soms terecht, zodat alles zin lijkt te hebben, en soms zo onterecht dat je aan alles gaat twijfelen. Ik trok het masker van het gezicht van het lot af en vond daarachter het toeval.”

Herkenbaar. Wanneer het goed gaat in je leven lijkt het allemaal op z’n plek te vallen en zin te hebben, maar wanneer het anders loopt en de ene tegenvaller over de andere buitelt, kan je aan alles gaan twijfelen. Dodelijk daarbij is de vraag: ‘Wat doe ik fout?’ Dat creëert eigenlijk alleen nog maar meer getob en lijden. Wat wel te doen?
Zomaar wat opties: boos zijn. Huilen. Toch weer iets proberen. Merken dat het niets uithaalt. Teleurgesteld zijn. Mediteren, en daar stiekem een smeekbede in verwerken. Geen gehoor vinden. En dan kan de riedel van boos en teleurgesteld zijn weer van vooraf aan beginnen. Ik ken deze loupes zo goed.
Maar als ik dan de korte route neem, dan kom ik uit bij dat er niets aan te doen is. Dat dit het is. Mijn leven. Mijn lijf. Niet een ander leven, een ander lichaam willen hebben, is eigenlijk waar het om draait.
Dan rest de diepere acceptatie van de pijn, het ongemak en het onvolmaakte. En het mooie vind ik dat ik dan ook weer kan voelen wat er wel is, dat ik in de acceptatie van het gebrekkige, weer oog krijg voor de schoonheid. Liefde voor de rimpels, de stramheid, het feit dat het me al zo lang door dit leven draagt, en zo meer.
Dat betekent houden van mijn knarsende lijf, net zozeer als ik al die jaren heb gehouden van mijn sportieve gezonde lijf. Dat is best een kunst. Maar het geeft veel rust en voldoening om me daarop te richten.

“Geef iemand een vis en hij heeft een dag te eten. Leer hem vissen en hij heeft zijn hele leven te eten. Zo werkt het hier ook. God wil dat we voor onszelf leren zorgen. Hij geeft ons geen vis en verhoort niet al onze gebeden, maar hij luistert wel en kijkt hoe we ons hier beneden zelf leren te redden met ziekte, onrecht, dood en leed. Het leven dient om te leren vissen.”
Benedict Wells

Veel succes met vissen, mocht je dit herkennen, en wie weet zien we elkaar binnenkort ergens aan de waterkant van het leven.

 

Advertenties