Begrijpen met mijn hart

0448cc57cd507243770011d95b768482_500x500_fit

Op de drempel van het nieuwe seizoen heb ik meer dan andere jaren ambivalente gevoelens. Ik heb veel zin om weer te beginnen, maar ik ben ook aangeslagen en ongerust over wat zich afspeelt in de wereld. Via allerlei nieuwswegen komt het binnen: de schok als er opnieuw een aanslag is gepleegd en het besef dat het nog lang niet voorbij is, maar ook het ongeloof dat een karikatuur als Donald Trump in aanmerking kan komen voor het presidentschap van de VS. En dan de onderdrukking van vrouwen en toenemende homohaat alsof we een eeuw terug zijn in de tijd, de overstromingen wereldwijd en nog steeds geen regering die de nodige rigoureuze maatregelen neemt, en ga zo maar door…
Verbijstering en onmacht voel ik. Ik kan er niet bij met mijn verstand.
Een tijd geleden zei ik in een interview voor Dagblad Trouw iets dat hierbij aansluit.

“Ik vind wat er in de wereld gebeurt bij vlagen overweldigend en onverteerbaar en om dat het hoofd te kunnen bieden, lees ik boeken. En schrijf ik.
Om te begrijpen, niet conceptueel, maar met m’n gevoel, met m’n hart. Boeken doen een appèl op mijn gevoelswereld: door de vertelvorm kunnen ze de meest gruwelijke thema’s verteerbaar maken, vind ik. Dat is het verschil met kranten, met de kale feiten. Het is de taak van de journalist om zelf zoveel mogelijk buiten schot te blijven en daarmee wordt het abstracter en moeilijker toe te laten. Boeken vinden een weg naar binnen, het krijgt makkelijker een plek, er vindt een verbinding plaats.”

Dat helpt me in deze tijd: lezen om tot inzicht te komen, om te begrijpen met mijn hart zodat er een verbinding kan plaatsvinden. Want dat is wat ik wens, te midden van alle heftigheid toch in contact blijven. Ik las deze zomer onder andere ‘Het wetende hart’ van Kabir Helminsky, over de weg van de soefi. Fijn boek, troostrijk ook.

‘We kunnen onze geïsoleerde wil verenigen met de wil van de liefde. (-) Als het individu tot een staat van bewuste integratie komt en uiteindelijk tot actieve overgave, waarbij hij of zij zich direct laat leiden door zijn of haar gelouterde hart.’

Helminsky roept hier op tot actieve overgave. Onze geïsoleerde wil verenigen met de wil van de liefde. Wat apart staat is bedreigend, daar lijden we aan. Uit het hoofd, van het willen bevatten, naar het hart. En je daardoor laten leiden. Dan ontstaat er weer verbinding. Met de liefde, met een ander, welke ander dan ook. In de grond zijn we verbonden. Hier kan ik me op richten, actieve overgave met mijn hart erbij, aan de liefde. Aan de mensen om me heen en dat wat me lief is. En dan verdwijnt iets van de onmacht.

En daar hoort ook het steentje bij dat ik kan bijdragen dit seizoen:
Een schat aan Liefde, een traject rond de liefde in Amsterdam, samen met mijn man Bas Klinkhamer
Twee lezingen op verzoek: Van zelfkritiek naar mededogen
Ik zal dit najaar vaker aanwezig zijn in mijn praktijk in Amsterdam voor individuele coaching en relatiecoaching
Begeleiding in De ITIP Opleiding, een krachtige en diepgaande opleiding op het gebied van persoonlijke ontwikkeling
En tot slot iets heel anders: ik heb vlak voor de zomer een verhaal gehouden op een huwelijksceremonie in een kerk, bij een stel dat op hun huwelijksdag graag een inhoudelijke bijdrage wilde over de liefde. Dat was erg leuk en fijn om te doen! Dus daar sta ik voor open, mocht mijn agenda het toelaten.

In de grond verbonden, een warme groet…

Advertenties

Dromers, dwarsliggers en twijfelaars

nieuw_begin

Onlangs las ik een interview met Wilfried de Jong in dagblad Trouw met de aanlokkelijke titel ‘Mijn grootste kwaliteit is twijfelen.’
Een paar dagen later viel er een brief op de mat van de VPRO die 90 jaar bestaat: ‘Onze programma’s willen urgentie uitstralen, discussie uitlokken met tegenstanders, openstaan voor het onbekende. Ze wil een creatieve broedplaats zijn, we geven de vloer aan nieuwsgierigen, dromers, voortrekkers, dwarsliggers, einzelgänger, durvers en doeners. We moeten leverancier zijn van programma’s die helpen de wereld te veranderen.’
Een omroep naar mijn hart! En niet toevallig waren twee van mijn favoriete programma’s van Wilfried eraan verbonden: ‘24 uur met’ en Zomergasten.

In het interview zegt Wilfried: ‘Eigenlijk staan mijn poriën altijd wel open, geur, smaak, toon, tekst; ik moet het allemaal in me opnemen. (-) Een mening hebben is niet mijn grootste kwaliteit, mijn grootste kwaliteit is twijfelen. Ik weet het allemaal niet zo goed. Een mening is een soort artikel geworden dat je kunt aanschaffen, wat je ziet in al die talkshows. Maar kijk eens uit het raam. Ik tel zo’n 14 ruiten aan de overkant, waar allemaal verschillende mensen wonen, met allemaal een eigen verhaal. Weet jij wat er gebeurt? Een groot deel van mijn werk is gebaseerd op twijfel.’

Mooi vind ik dat en herkenbaar. Het niet weten zet aan tot dingen. Tot zoeken en proberen, tot struikelen en weer wat anders proberen, er zit leven in. Plus dat het ruimte geeft, het zet je zintuigen open: kijken, ruiken en proeven aan wat er nog meer is. Het zeker weten bakent af, het twijfelen opent, maakt je ontvankelijk voor nieuw perspectief.

In mijn boek ‘Een Zucht van verlichting’ schrijf ik: Vaak worden we voortgedreven door onze ambities en onze wil. Onze vastomlijnde plannen geven duidelijkheid en zekerheid en zo stippelen we onze toekomst uit. Die zekerheid is tijdelijk prettig, want al snel verliezen we de vrijheid om eerder gemaakt plannen om te gooien en onderweg verrast te worden. Hoe vaak is het niet zo dat we toch maar doorgaan met plannen die zijn ‘leeggelopen?’ Met plannen die niet meer gevuld zijn met werkelijk verlangen, met noodzaak?’ (pag.19)

Het loslaten van je vastomlijnde plannen en zekerheden vraagt een bepaalde moed. De moed om jezelf en je overtuigingen van tijd tot tijd ter discussie te stellen. Zo fijn vind ik dat als mensen dat openlijk doen. Het heeft ook wel met humor te maken, dat je relativering en zelfspot kunt hebben. Vaak wordt twijfelen geassocieerd met niet kunnen kiezen en een gebrek aan zelfvertrouwen. Wat mij betreft getuigt het juist van vertrouwen om te durven twijfelen en open te staan voor invloeden en inspiratie, voor verhalen van anderen, voor wat zich aandient.

De combinatie van twijfelen en benieuwd zijn, vind ik een sterke brandstof. Naast dat het voortstuwt en aanzet tot ontwikkeling, geeft het vrijheid. De vrijheid om de bakens te verzetten en onderweg verrast worden; om open te staan voor het onbekende. En dan kan je zomaar belanden op een, zoals de VPRO dat noemt, broedplaats met nieuwsgierigen, dromers, durvers, dwarsliggers en twijfelaars.
Ik zie jullie graag ergens daar onderweg!


Twijfel is het begin van wijsheid

Descartes

Het eerste geloof

longchen-rabjam-e9be99e992a6e5b7b4e5b08ae88085-40-jpg

Zolang als ik me kan herinneren ben ik gelovig. En dat heeft me altijd verbaasd, want waar had ik dat vandaan? Ik ben atheïstisch opgevoed en ik zat niet op een katholieke, protestante of antroposofische school of iets dergelijks. Ook had ik geen vriendinnen die daar mee bezig waren, of het moet dat ene vriendinnetje zijn geweest dat een netje knikkers kreeg als ze op zondag met haar moeder meeging naar de kerk. Ik wilde wel, ook zonder de beloofde knikkers, en dus ging zij ook.

Ik herinner me nog goed, de eerste keer dat ik in de kerk zat, hoe prachtig ik het vond. Het gebouw alleen al, en dan eenmaal binnen, de geur en de sfeer; het plechtige, aandachtige en stille, het samen zingen. Voor kinderen was er zondagsschool, op zolder boven een van de zijbeuken van de kerk. Daar werden verhalen verteld die ik erg mooi en ook spannend vond. Ik mocht er niet heen van mijn ouders, maar sinds dat eerste bezoek was er iets onomkeerbaars gebeurd, dus ging ik stiekem. Ik glipte de kerk binnen, pakte net als iedereen het zwart gekafte liedboek, nestelde me onopvallend achterin, en zong mijn eigen lied (ik had geen idee wat er stond). Ik zag de engelen aan het plafond, Maria in de nis, het lichtspel door de glas in loodramen en vertoefde soms zo in mijn eigen wereld dat ik vergat naar de zolder te gaan.

Maar het was al voor de zondagsschool dat ik vanzelfsprekend tot iets/iemand sprak als ik verdrietig was, bang of eenzaam. Thuis deed ik dat met mijn hoofd onder mijn kussen, onderweg lopend naar school prevelde ik voor me uit. Het was er gewoon, als vanzelf en ik sprak er met niemand over. Maar wanneer is het begonnen? Dat fascineerde me al een tijdje en toen las ik onlangs dit citaat in ‘Nora’ van Colm Tóibín (pag.370):

Om te kunnen geloven, moet je geloven. Als je eenmaal geloof hebt, kun je meer gaan geloven, maar je kunt niet geloven voordat je begint met geloven. Dat eerste geloof is een mysterie. Het is een soort geschenk. En dan is de rest logisch, of kan het zijn. Maar het kan niet bewezen worden, zei ze. Je kunt het alleen voelen. Ja, zei hij, maar het gaat niet om bewijs. Het is niet als twee plus twee, maar meer of je licht toevoegt aan water. Je moet eerst iets hebben.

Je kunt niet geloven voordat je begint met geloven. Er ging een golf van herkenning door me heen. Er is geen beginpunt, omdat het er altijd al is geweest, als een vaste waarde. Een geschenk. Alsof je licht toevoegt aan water, een helder beeld en tegelijk niet te begrijpen. En dat is misschien wel wat me er het meest in aantrekt: dat ik het niet begrijp. Ik hou van dingen (en mensen) die ik niet begrijp.

Dat er zoveel meer is dan ik kan vatten en bevroeden, stelt me gerust. Wat me binnenvalt, me ontreddert, me koestert in het holst van de nacht en wat me meetrekt naar plekken waar ik logischerwijs niet heen zou gaan, dat maakt me gelukkig. Het deel van mijn man waar ik geen vat op krijg, de invallen bij het schrijven waar ik altijd weer op hoop maar die ik niet kan bedenken, de ontmoeting met een onbekende die iets zegt wat me verrast, de teksten van de Dzogchenmeesters Padmasambhava en Longchenpa die me diep raken zonder dat ik ze echt begrijp. Het idee dat er nog zoveel meer is in het heelal dat oneindig en ongekend is.
En daarom snap ik niet dat geloof zo vaak versmald wordt tot één instituut of persoon of boek. Dat het wordt vastgepint op een kerk, een tempel of een moskee, waar slechts een belijdenis kan zijn? Dan gaat wat mij betreft het geschenk verloren. Het eerste geloof is van voor die verschijningsvormen, het is een mysterie. En dan is de rest logisch.

 

Onverschrokken liefde

Valentijnsdag is de dag waarop geliefden elkaar extra aandacht geven met bloemen, cadeautjes, of een kaartje. Op mijn lezingen wordt meestal wel duidelijk dat ik een groot voorstander ben van iedere dag Valentijnsdag; je geliefde aandacht geven..doe dat vooral dagelijks! Want wat is er fijner dan een kus, een aai, een compliment, een goeie grap, een onverwachts gebaar en oprechte aandacht van je geliefde te midden van de dagelijkse sores?

Los daarvan was ik wel benieuwd naar het hoe en waarom van Valentijn en van 14 februari? Ik kwam het volgende tegen:
In 496 riep Paus Gelasius 14 februari uit tot de dag van de heilige Valentijn. Maar er was in die tijd verder geen enkel biografisch gegeven over hem bekend. Wel deed er een legende de ronde over een jong paar dat bij bisschop Valentijn kwam met het verzoek hen te trouwen. De man was een heidense soldaat, de vrouw een christen. Valentijn vond de liefde zwaarder wegen dan de wetten van de keizer, en huwde het stel. Al gauw kwamen meer paren met hetzelfde verzoek. Hij werd aangegeven en gearresteerd. Toen hij voor de keizer moest verschijnen, probeerde hij die te bekeren. Claudius voelde zich beledigd en liet Valentijn martelen en onthoofden. Dat gebeurde op 14 februari, maar welk jaar het was, is onduidelijk. Voordat het vonnis werd uitgevoerd, zag Valentijn nog kans het dochtertje van de gevangenisbewaarder een briefje toe te stoppen: ‘Van je Valentijn’, stond erop.

Niet zo heel romantisch, 14 februari als de dag waarop Valentijn gemarteld en onthoofd werd (toegegeven: dat briefje voor de dochter dan weer wel). 
Maar wel heel mooi dat deze bisschop Valentijn de liefde zwaarder liet wegen dan de wetten, en daarvoor bleef staan, ook als dat betekende dat de dood erop volgde.

Heel in de verte herken ik daar wel iets van: op een goed moment in mijn leven was het een besluit dat ik de liefde erkende als een belangrijke levensbehoefte en niet als een prettige bijkomstigheid. Ik wilde er vol voor gaan. Vanaf toen was duidelijk dat als het niet goed ging in mijn liefdesrelatie, het niet goed ging met mij. Dan wist ik dat er werk aan de winkel was: niet denken dat het wel vanzelf overgaat maar bespreken, eerlijk zijn over mijn verlangens, niet zwichten, blijven zoeken, benieuwd ook naar zijn motieven, onthechten en onbevooroordeeld kijken en echte aandacht geven, dat soort zaken. Ik heb het bovenaan mijn lijst van ‘heel belangrijk’ gezet, wat betekent dat ik het standvastig moet uithakken in mijn dagelijkse drukke leven, waar zoveel dingen altijd weer strijden om aandacht. Een onverschrokken keuze.

Aan het slot van mijn boek ‘Een schat aan liefde’ schrijf ik: De schatkamer van je relatie is goed gevuld. De kunst is nu om die schatten te koesteren en aan te blijven spreken. En je niet te laten leiden door de waan van de dag, door de onbenullige dagelijkse gewoontes of dwingende activiteiten die strijden om voorrang. Wat kan nou belangrijker zijn dan de liefde? Ik kan niks bedenken.

Fijne Valentijnsdagen door het jaar heen! En veel plezier met het uithakken van jouw schat aan liefde.

In de maand februari krijg je een kaartenset kado bij mijn boek (om degene die je liefhebt 6 keer een kaartje te sturen).

Geen wonder dat we zoveel kaarsjes branden

De dagen zijn donker. Als je ’s ochtends opstaat is er nog geen streepje licht en om half vijf begint het al te schemeren. De dagen zijn korter, maar het werk gaat volop door. Ziektekiemen waren rond, bewegen gaat niet echt van harte. Alleen al het omkleden om te gaan sporten roept bij mij weerstand op, net als die rauwe salade die in de zomer nog zo lekker smaakte. Liever met een wijntje, chips en romige kaasjes op de bank. Het kost allemaal meer moeite in deze tijd van het jaar; het licht is verder te zoeken. Geen wonder dat we zoveel lichtjes en kaarsjes branden.

Wat kan je doen om toch glimpen van licht te ervaren?
Ikzelf richt me erop om toch naar buiten te gaan en te bewegen, een aangepast winterprogramma, dat wel. Om wel dat wijntje te nemen, maar niet die chips. Om een paar fijne boeken op tafel te leggen, en die regelmatig open te slaan omdat ze me herinneren aan het licht. Om goede films te kijken, maar zeker ook mooie muziek te luisteren. Vooral ’s ochtends bij het opstaan helpt mooie muziek me de dag in.
Om geen grote beslissingen te nemen in deze tijd, als er iets nieuws op me afkomt, geen ja en geen nee te zeggen, maar ‘ik kom erop terug in het nieuwe jaar.’ Om bewuster lief te hebben: om bij irritatie en onbegrip even een paar keer diep te ademen in plaats van me af te wenden of kribbig te worden, omdat ik weet dat iedereen in een donkere tijd zit.

Om te genieten van het inkeren, het inhuizig zijn en het teruggeworpen zijn op mezelf. Om het donkere in mezelf te ervaren en mijn (fysieke) beperkingen niet weg te wensen, maar er met mijn aandacht bij te blijven. En dan vindt er een omkering plaats: op het moment dat ik de zwaarte en beperking in mezelf toelaat, heb ik minder last van de donkerte buiten me. Er komt ruimte in me, waardoor ik de donkerte buiten me beter kan hebben. Dat ervaar ik als lichtende momenten. Het kaarsje dat ik in mezelf kan doen branden.

Ik wens je een hele fijne wintertijd en alle goeds voor het nieuwe jaar

Voor de liefhebbers een paar ‘donkere dagenboeken-muziek-wijntips’
Het boek van de schoonheid en de troost– Wim Kayzer
Alsof het voorbij is – Julian Barnes
Een Zucht van verlichting – M. van der Noordaa
 (beetje raar is mijn eigen boek, maar helpt echt in donkere tijden)
Niets weerstaat de nacht – Delphine de Vigan

Goede rode wijn: Révélation, Cabernet-Merlot
Lekkere witte wijn: Le Jade, Pays D’oc, Chardonnay

Cello concerten van Luigi Boccherini
OBOE greatest works, verzamel hobomuziek van Bach, Mozart, Haydn
Down the way – Angus & Julia Stone
All the little lights – Passenger

 

Verdriet duurt een nacht

Het is eerder donker, de dagen worden korter, de nachten langer. De herfst neemt het over. Ik hou van de herfst, met haar prachtige bladerenkleurenspel, de sterke geuren, woeste luchten en het inkeren naar binnen, vuur aan, met een boekje op de bank.
Maar ook breekt met de herfst een zware tijd aan voor me. Mijn allergie speelt het meest op in deze tijd, de Ambrosia bloeit met haar heftige pollen en binnen is de huismijt actief. Daar komt bij dat ik een nekblessure heb, beide kwalen zorgen ervoor dat ik slecht slaap. En dan begint het wakker liggen. Zo anders is de donkere nacht in de herfst.

Ik merk het ook in mijn coachingspraktijk, meer mensen kampen met slaapproblemen in deze tijd. Ik adviseer dan om te beginnen dat het om acceptatie gaat. Bij zoiets ongemakkelijks als wakker liggen, willen we in eerste instantie dat het ophoudt, wat maakt dat we vervolgens opgefokt kunnen raken over het feit dat we wakker liggen. We denken dan: ik moet slapen, wat kan ik doen om in slaap te vallen? En juist dat denken houdt wakker.

Acceptatie leidt tot ontspanning. Ontspan in het wakker liggen. Gewoon liggen. Dan is de kans groot dat er iets oprijst: een probleem, een vraag, pijn, een zorg. Kijk ernaar, niet wegkijken, dat is de kortste route (geloof me, ik deal hier nachtelijks mee). Al ligt er wel een volgende afslag op de loer: dat wat je ziet wordt opgeblazen, het wordt alras problematischer, zorgelijker, pijnlijker. In de smalle koker van de nacht wordt waar je mee zit al snel buitenproportioneel groot, omdat er geen relativerende contekst is. Er komt letterlijk geen licht bij.

Ook dan helpt ontspanning. Adem bewust, breng rust, zodat het nachtelijke fantoom niet onnodig groter wordt. Wat blijft is wat er is. Wat niet betekent dat dat makkelijk is. Niet zelden lig ik dan even stilletjes te huilen. ‘Houdt het dan nooit op?’ gonst door me heen. ‘Zal het altijd zo zijn in de nachten van september en oktober?’ Maar ik weet dat daar geen antwoord op is, want het is geen echte vraag, het is een smeekbede dat het ophoudt.

De laatste tijd denk ik vaak in de nacht even aan andere mensen die wakker liggen. Voor jullie deze troostende woorden van Imme Dros:
‘Verdriet duurt een nacht, maar vreugde komt in de morgen.’

Tot in de morgen.

Cirkel van invloed

Terug van een vakantieperiode, wat in mijn geval een krant-televisie-social medialoze tijd betekent, grijpt het me naar de keel: het nieuws. En dan vooral de berichten over de grote stroom van vluchtelingen die op gang is gekomen, en de opmars van IS.
Het baart me zorgen en een gevoel van onmacht maakt zich van me meester: waar moet die enorme stroom van ontheemde mensen heen? Een tijdelijke opvang –als die er al is- is nog geen thuis. En dan hebben we het nog lang niet over een mogelijke toekomst?
Dan weer verschijnen beelden op mijn netvlies van aanhangers van IS die de tempel Baal-Shamin in Palmyra vernietigen of de foto van Kayla Meuller die tot persoonlijk eigendom van IS leider Abu Bakr al-Baghdadi was gemaakt. Hoe ver kan het gaan en waar gaat dat heen?

Toen ik vannacht wakker werd en het nare gevoel me weer als een insect bekroop, herinnerde ik me ineens een advies dat ik ooit kreeg van een wijs persoon.
Hij zei: ‘Je moet onderscheid leren maken tussen jouw veld van aandacht en je cirkel van invloed.’ Hij liet me op een groot wit papier een veld tekenen met daarin alles wat mijn aandacht trok de laatste tijd. Dat was nogal wat en het veld bestreek zowat het hele vel papier. Vervolgens moest ik daar binnen een cirkel tekenen met alle personen en kwesties waar ik daadwerkelijk invloed op kon uitoefenen. Deze cirkel was aanzienlijk kleiner.
Het gaf me direct rust, gevoelens van onmacht verdwenen, er kwam richting.
Niet alles wat je aandacht trekt, kun je beïnvloeden, of anders gezegd: het is zinniger om je aandacht te richten op zaken waar je invloed op hebt, en op die manier bij te dragen aan deze wereld.

Daar moest ik aan denken afgelopen nacht, en ik werd wakker vanochtend met zin in deze dag. Zin om voluit te gaan doen wat binnen mijn cirkel van invloed ligt, met om te beginnen: pannenkoeken bakken als ontbijt voor onze jongste die zo geen zin heeft in zijn eerste schooldag. En vervolgens: mijn werkkamer op orde brengen voor alle lieve mensen die daar het komende seizoen langskomen, maar ook: me voorbereiden op het inspiratietraject rond de liefde dat ik samen met mijn man ga geven. Ik ga dagen inplannen in het najaar zodat ik de deuren van mijn coachingspraktijk ook in Amsterdam kan openen, en ik zal mijn gedachten laten gaan over wanneer en hoe ik weer een studietraject rond boeddhistische Dzogchenteksten zal starten, omdat daar vraag naar is. En niet te vergeten: deze blogtekst schrijven, want dat doe ik zo graag.

Ik ben er weer, fijn dat jij er ook bent. Veel plezier en succes met alles wat jij gaat doen, binnen jouw cirkel van invloed.

Mijn aanbod dit najaar:
‘Schatkamer van de liefde’, inspiratietraject van 3 losse dagen
‘Voluit liefhebben’, lezing op 26 nov
coaching en relatiecoaching, in Empe en Amsterdam