Wild

Onlangs heb ik ‘De nieuwe Wildernis’ gezien, een prachtige natuurfilm over natuurgebied de Oostvaardersplassen. Het is bijna niet voor te stellen, maar in ons kleine drukke landje is er een strook van wilde natuur waar een grote variatie aan dieren naast elkaar leven; vossen, herten, ijsvogels, wilde paarden.. Het is zeker de verdienste van de makers, ze hebben het mooi gefilmd en gemonteerd, maar het gebied zelf is van ongekende schoonheid.
Wat mij het meest raakte was het feit dat als je een gebied met rust laat, er zo’n rijkdom en schoonheid ontstaat. Als wij mensen ons er niet mee bemoeien, komt de natuur tot zijn recht, dat is wat ik gisteren dacht toen ik zat te kijken. En meer nog: als wij niet storen komen er diersoorten terug die voorgoed verdwenen leken.
Hoeveel plekken zijn er nog in Nederland waar wij mensen van afblijven? En hoe wezenlijk is het om stukken wildernis in je land te hebben? Ik kreeg een keer advies van iemand die naar mijn idee heel veel van tuinen wist, ze zei: ‘Zorg dat je niet je hele tuin op orde hebt, maar hou altijd een wild hoekje. Dan kunnen de dieren hun gang gaan en dat bevrucht de hele tuin.’

In dezelfde tijd heb ik het boek ‘Wild’ gelezen. Over een jonge vrouw die op het dieptepunt van haar leven een voettocht van 1700 km langs de Pacific Crest Trail in west Amerika maakt. Helemaal alleen trekt ze met een loodzware rugzak de wildernis in. Het is natuurlijk vreselijk afzien, haar teennagels vallen eraf, ze heeft continu honger, krijgt te maken met beren, ratelslangen en sneeuw, maar ze houdt vol. Ze krijgt zoveel terug van de wildernis, dat het haar op de been houdt. En wat ik erg mooi vind: haar verdriet over haar veel te jong gestorven moeder en haar gewelddadige vader die ze op jonge leeftijd moest ontvluchten, krijgt ruimte. De wildernis neemt het op, en werkt louterend voor haar. Dat is wat de ongerepte natuur ook kan doen.

Ik moet denken aan waar ik nu zelf in zit; ik ben aan mijn volgende boek begonnen en zit weer met regelmaat te schrijven. Soms gaat het goed, kom ik op gang op een manier dat ik denk; ja dit is de goede kant op. En soms heb ik een ochtend zitten schrijven en weet ik dat het pure ruis is, waar nog vele stofkammen doorheen moeten. Het ploeteren en stromen wisselen elkaar af. En ik weet dat dit de enige weg is om het ‘huis’ te maken waarbinnen de inhoud tot leven kan komen. Maar belangrijker nog is dat ik weet dat ik de beste invallen krijg op de momenten dat ik me er niet mee bemoei. Als ik er met mijn tengels van afblijf.
Dat is voor mij de kunst van het schrijven; de balans vinden tussen cultiveren en schrijfmeters maken en het laten gebeuren aan me, zodat de natuur z’n gang kan gaan. Nog vele kilometers te gaan!

Wild – van Cheryl Strayed
De Nieuwe Wildernis trailer