Emigreren uit een veilig landschap

Met een lichte opwinding maar ook met een beetje pijn in m’n buik, rijd ik weg van de boerderij. ‘Kan ik wel een paar dagen alleen weg?’ Er is zoveel aan de hand thuis en het werk en de kinderen en..etc. Mijn man heeft de afgelopen week al drie keer gezegd dat het echt kan, dus ik ga.
Met een grote stapel boeken, een bikini, mijn Apple en een foto van de kinderen, rijd ik richting Bergen aan Zee. Tijdens de autorit voel ik het al gebeuren: het alleen zijn omhelst me direct en ik begin een beetje te huilen. Huilen van herkenning; O ja, zo voelt het en hoe fijn is dat! Hoe is het mogelijk dat ik er tegenop heb gezien?

’s Middags lees ik aan het strand in ‘Het geluk van de eenzaamheid’ van Connie Palmen het volgende: Iedere schrijver emigreert uit een veilig en vertrouwd landschap. Het is het ondergaan van de prikkel om gebaande paden te verlaten en zelf na te denken.
Ik krijg een flashback van de dag dat ik besloot te stoppen met mijn studie Rechten en auditie wilde gaan doen voor de Theaterschool in Amsterdam. Toen ik het besluit nam, liep ik letterlijk weg van de universiteitsbibliotheek en liet daarmee de mensen, die tot dan toe mijn baken waren geweest in die grote stad, achter. Het voelde absoluut als emigreren: hoe onzeker wil je het hebben, van Rechten naar een kunstopleiding met zo weinig kans om toegelaten te worden? Het enige dat ik zeker wist was dat het veilige landschap me helemaal niets zou gaan brengen; geen plezier, geen verrassingen, geen passie. Maar verder wist ik niks en ging ik met knikkende knieën op zoek naar een zangleraar (in de Gouden Gids).

Je kunt niet werkelijk creatief zijn als je op het gebaande pad blijft, heb ik in de jaren daarna steeds ervaren, als je in de smalle koker van de waan van de dag zit, als je niet alleen kunt zijn en de leegte steeds opvult met mensen of informatie.
Ik zie veel mensen alleen op het terras van de strandtent, en toch niet alleen; bijna allemaal op hun mobiel, Ipad, laptop.
Voor het slapen gaan loop ik nog wat te kuieren langs de zee. Er doemen eenlingen op voor mijn geestesoog en ik besef dat ik op mensen val die graag alleen zijn. Toen ik mijn man net leerde kennen vertelde hij dat hij als kind op zijn eigen verjaardagsfeestje met veel vriendjes, meestal alleen achter de bank zat met een stripboek.
Ik was op slag verliefd.
Mijn oog valt ook vaak op degene die buiten de groep valt. Net anders, onaangepast, origineel. Eenzamen met een vrije geest. Ik geloof dat mijn beste vrienden geen groepsmensen zijn.

De eerste nacht slaap ik goed. In mijn droom zie ik een grote Z. Het is de Z die op de cover van mijn boek ‘Een Zucht van verlichting’ staat. Het roept de vraag bij me op waarover mijn volgende boek zal gaan? Geen idee..Nou ja, een vaag idee wat me ongemakkelijk maakt en onzeker.
Een goed begin.