Liefdevolle vriendelijkheid

Ik zit op Bali en ben op de plek waar ik vorig jaar zo abrupt mijn reis moest onderbreken omdat mijn moeder overleed. Ik stond toen op het punt om naar het noorden van Bali te gaan, dus daar ben ik vrij snel na aankomst heen gegaan.
Prachtige kustlijn waar je iedere avond de zon als op een ansichtkaart onder ziet gaan, en waar je kunt snorkelen en ’s ochtends vroeg dolfijnen kunt zien. En tegelijkertijd een hele arme streek, in het achterland is het zo droog dat de mensen slechts van de visvangst en het zout kunnen leven. Ze zijn blij als ze in het toerisme kunnen werken, waar ze 1 miljoen roepiah per maand verdienen (ongeveer € 65). Ik ben met een taxi van het noorden naar het oosten gegaan, en er was een man die me zo graag wilde brengen dat hij er speciaal een auto voor heeft gehuurd. Hij is leraar op een lagere school. Ik betaalde hem € 30, veel te veel, een half maandsalaris, maar ik kan het niet laten. Hij heeft een zoon die naar de universiteit gaat in Denpasar, dat kost heel veel geld. De meeste mensen hier kunnen alleen de lagere school betalen voor hun kinderen. Ik moest denken aan onze eigen zoon, die in Amsterdam studeert en deels een studiebeurs krijgt, wat een voorrecht.

Er is veel te zeggen over dit prachtige eiland, maar dit is geen reisblog en meestal is het veel leuker om zelf mee te maken dan enthousiaste verhalen van een ander te lezen.
Maar er is wel iets waar ik vol van ben en wat me blijft raken en dat is de waarachtige vriendelijkheid van de mensen die hier wonen. Niks nieuws maar daarom niet minder waardevol. Ik kan niet anders zeggen dat de hele gemeenschap ervan doordrenkt is, ook in hoe ze met elkaar zijn. Wel of geen cent, ze zijn vriendelijk en vrolijk. De meisjes die in de Losmen werken waar ik nu slaap in Amed, werken van 7 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds: poetsen, eten koken, lakens wassen, het stukje strand voor de deur steeds weer bezemen..ze blijven volkomen opgewekt en lachen wat af met elkaar (in de keuken).

Vlak voordat ik vertrok gaf ik een Longchenpa studiebijeenkomst bij mij thuis, over mededogen en liefdevolle vriendelijkheid. We bespraken de verschillende boeddhistische begrippen rond dit thema. Zoals Maitri, de ongeconditioneerde vriendelijkheid, de vriendschap die je kunt voelen voor alles en iedereen. En Mudita, de meevoelende vreugde, dat je blijdschap ervaart voor alle levende wezens. En Upeksha, wat gelijkmoedigheid betekent, dat je voorbij de partijdigheid van iedereen houdt.
Vrede van geest ontspringt vanuit een oprechte realisatie dat alle mensen broeders en zusters zijn. Het is het besef dat alles met elkaar is verbonden. Dat is wat je hier steeds voelt, alles is met elkaar verbonden en daarom worden ze gedragen. Dat maakt het licht.
En ze delen alles met elkaar; hun huis, hun eten, het beetje geld. Als je deelt ben je niet alleen.

Ik reis alleen, maar voel me hier niet alleen. In de zin van afgescheiden van mijn omgeving. Als ik me niet afwend, word ik opgenomen door de mensen hier, ik heb steeds aanspraak en er is zorg (ik was in een gat in de weg gestapt en had mijn voet lelijk opengehaald, ze kwamen me direct helpen en verzorgen).
Dat neemt niet weg dat ik mijn eigen lieve gezin soms vreselijk mis, het doet me bij vlagen fysiek pijn en ik mailde mijn man ‘Sinds ik met jou ben, is zonder jou zijn niet meer echt leuk’. Zo simpel is het. En als het me dan te kwaad wordt, laaf ik me aan de liefdevolle vriendelijkheid van de mensen en dit eiland, dat helpt enorm.

Een hele warme groet van ver!

Advertenties

Afscheid van mijn moeder

Terwijl ik op Bali zat hoorde ik dat mijn moeder was overleden. Ook al was ze al lange tijd dement en kon het telefoontje ieder moment komen, toch was het een schok. Ik zat te trillen op de veranda van mijn huisje aan een sawah en voelde direct dat ik terug naar huis zou gaan, naar haar en mijn familie.
Afgelopen vrijdag hebben we haar begraven. Een intieme begrafenis in kleine kring. Het meest bijzondere vond ik dat ik tijdens de ceremonie dingen over mijn moeder hoorde die ik nog niet wist over haar. Dat ontroerde me en het maakt mijn beeld over haar veel completer. Sowieso komt ze sinds haar overlijden steeds meer terug. Hoe ze was in vol ornaat: lief, zonder oordeel, kwetsbaar, met een lichte humor, haar neus vaak in de (archeologie)boeken en beweeglijk op haar hakjes. Dat vind ik heel helend, want het was door de dementie steeds meer afgebrokkeld.

In een stoet gingen we achter de kist aan naar haar plek op de begraafplaats, mijn broer en onze oudste zoon waren mededragers. Stap voor stap beleefde ik die tocht over de heuvelachtige begraafplaats. En als de kist dan werkelijk de grond in zakt, is het afscheid onomkeerbaar. Een diep verdriet. En ook iets anders wat ik niet kon plaatsen.

Vandaag hield dat andere me bezig. Ook omdat ik een mail uit Indonesië kreeg van de mensen aan de sawah. Ineens was ik weer op Bali en ik besefte dat toen ze daar hoorde dat mijn moeder was overleden, een van de vrouwen mijn handen pakte en me aankeek met een blik vol empathie maar ook met hoop.
In het Hindoeïsme is er geen echt begin en geen echt einde: alles wat bestaat gaat in een andere vorm altijd door, ook na de dood, als de golven van de oceaan. De dood is een overgang. Vlak na het overlijden is er een tussenperiode, onder andere van rouw bedoeld voor de nabestaanden. Dat duurt 12 dagen, daarna wordt de overgang gemaakt.

Vandaag is het 12 dagen na haar overlijden. En het valt me op dat mijn gemoed lichter is vandaag, ik kreeg zelfs zin om te schrijven. Het leven komt erdoor heen. In het afdalen diep in de aarde, op de bodem van het verdriet stopt het niet, maar komen er ook impulsen van leven doorheen.
Ik vind de gedachte heel mooi (en inderdaad hoopgevend) dat mijn moeder met de naam Saskia van der Noordaa-Dominicus van den Bussche in de verschijning van een lieve elegante vrouw op hakjes, nu is overgegaan naar een andere vorm.

De kwetsbare mens houdt van het leven

Over een aantal dagen zal ik een maand alleen op reis gaan. Om te schrijven en te ervaren wie ik ook weer ben los van mijn omgeving?
De grote koffer begint zich langzaamaan te vullen en wat opmerkelijk is: hij is nu voor driekwart gevuld en er zit nog geen enkel kledingstuk in. Ik heb alles er weer uitgehaald om te kijken of ik het efficiënter kon inpakken. Dat lukte niet. En toen een diepe grijns: ineens zag ik mezelf omringd met de dingen uit mijn leven waar ik het meest aan gehecht ben. Waar ik absoluut niet zonder kan als ik alleen ben.

Dat zijn dus niet mijn kleren maar wel: mijn boeken, romans en studieboeken (vult de helft van de koffer), schrijfblokken en pennen (alsof je die nergens kunt kopen), een batterij aan vitamines, poedertjes, ORS-zakjes, pleisters, jodium en homeopathische middelen (alleen ziek worden is my worst scenario), een theekoker en vier theesoorten, zwemkleren (nog geen idee of ik naar zee ga), eigen beddengoed, een klamboe en fotolijstjes van mijn gezin. Vooral dat laatste is van wezenlijk belang. Ik kan met pijn en moeite een week zonder mijn man en de kinderen dus dat wordt een staaltje loslaten.

Het fascineert me wat ik in de aanloop van het vertrek tegenkom: hoe graag ik weg wil en tegelijk het vertrouwde wil vasthouden. Niet alleen mijn geliefden, maar ook het vertrouwde ritme, het eten, het eigen bed etc. Ik wist niet dat die hechting zo sterk was. En dan borrelt de vraag op: waarom ga ik dit doen? Het voelt zo kwetsbaar…
Maar gelukkig is mijn benieuwdheid sterker: het noodzakelijke verlangen naar alleen zijn, om te kijken wat dat brengt en om mezelf te vernieuwen.
En toen las ik in een column (van Rob Schouten volgens mij) een citaat dat mij sterkte in dit verlangen:

De onbuigzame mens is een leerling van de dood. De zachte, soepele en kwetsbare mens houdt van het leven.     
Lao Tse

Heel mooi. Daar richt ik me op als ik het onderweg te kwaad krijg.
Dag allemaal, misschien blog ik nog vanuit Bali en anders tot in november.