Rutger Bregman gevoel

IMG_3610.JPG.M.detalis

Het is dinsdagavond. Ik loop tevreden door het Vondelpark in Amsterdam, terug naar mijn auto. Ik heb net gegeten met een lieve collega van het ITIP, waarbij we allerlei communicatie dingen hebben besproken. Ontspannen, samen, prettig. Daarvoor hadden we een interview gehad met de mannen van Blendle, Alexander Klöpping en Rick Pastoor (waarschijnlijk ken je ze wel van die digitale nieuwskiosk waar je losse artikelen kunt aanschaffen). Ook dat was een verrassend prettig gesprek geweest, grondig en openhartig. Ik was geraakt door hun openheid, en hun drijfveer om het goede in mensen te stimuleren.

Dus ik mijmerde nog wat na in mijn auto terwijl ik met een Rutger Bregman gevoel de stad uitreed: inderdaad ja, de mensen deugen. En zoals wel vaker in Amsterdam (doorlopend in verbouwing) werd ik omgeleid en belandde ik op een voor mij onbekende route. Het was even zoeken. Op een goed moment aarzelde ik, linksaf de snelweg op of juist rechts aanhouden?

Achter me hoorde ik toeteren, ik remde af. En toen werd ik van rechts ingehaald door een busje, die me afsneed. En niet een beetje, hij ging volledig overdwars voor me staan, waardoor ik niet meer verder kon rijden. Vervolgens kwam er een grote man uit het busje, met een flinke zaklamp in zijn hand. In een flits dacht ik: shit, waar zit eigenlijk de deurvergrendeling in deze Tesla?! Als je niet technisch bent (zoals ik) is het sowieso best ingewikkeld zo’n Tesla, niks geen knopjes, hendeltjes, wijzertjes, alles zit in die ene IPad.

Maar goed, die man dus. Hij stevende op me af en begon met de zaklamp op mijn raam te tikken. Het leek erop dat hij mij de auto uit ging sleuren… Maar mogelijk had hij last van hetzelfde als ik: de deurknop aan de buitenkant is erg hightechdesign weggewerkt, dus niet zo snel open? Hij begon tegen me te schelden in een taal die ik niet verstond en het enige wat ik uit kon brengen was: ‘Ik ben de weg kwijt! Kan jij me misschien helpen?’
Dat had hij niet zien aankomen, geloof ik, want hij stond even helemaal stil. Wat nu? Zijn buskruit leek weg te lopen. Wat bleef is dat hij met de zaklamp vol in mijn gezicht bleef schijnen, en ik daar zat als een blind konijn met mijn armen omhoog.
Toen riep hij nog iets wat ik niet verstond, maar ik vermoed dat het iets anders was dan ‘o sorry, nou fijne avond nog’, en ging terug naar zijn busje. Hij scheurde weg. Achter ons een aardige file (geen hulp van die kant overigens).

Bibberend reed ik door, de snelweg op, de verkeerde afslag bleek, maar het kon me niks schelen. Ik had wel even een paar rondjes nodig om bij te komen.
Er ging van alles door me heen. En er doemde een scenario op wat ik zo goed ken: wat leven er toch een idioten op de wereld die ik niet kan volgen?! Eigenbelang, woede, ongeduld. Niet de liefde, schoonheid, onze aarde koesteren, nee plunderen, macht, geld. En voor ik het weet komt die idiote president van Amerika weer voorbij, en onze politici, die zoveel beslissingen voor ons nemen, hoe integer zijn hun motieven? Het zal wel weer tegenvallen die Miljoenennota, veel geld naar defensie en wegen en niet naar wat er echt toe doet: onderwijs, de zorg, het klimaat? Ik was aardig op weg in deze negatieve lus, toen ik dacht: nee, ik ga me het positieve gevoel van deze avond niet af laten nemen door een gek met een zaklamp.

Het was een innerlijk besluit en ik begon zachtjes te zingen. Dat helpt mij om terug te keren naar wat van waarde is voor me. De mensen die me raken. Die net als ik, zoekend, uit willen gaan van het beste. Miljoenen andere mensen zijn dat, ongewapend, met een groot hart. De meeste mensen deugen.

 

Marthe van der Noordaa