Net dat ene zetje

crocus8

Te midden van de reuring van de verkiezingen en formaties, zit ik voor het eerst buiten op een bankje in de voorjaarszon. De tuin is nog in slaap, groepjes sneeuwklokjes en krokusjes daar gelaten. Krokusjes zijn mijn favoriete bollen, klein, guitig en samen kunnen ze zo’n schitterend fel paars tapijt vormen. Ik ben verward over alles wat er op me afkomt: niet alleen in Nederland, maar ook in Europa en Amerika. Wat is er gaande, waar gaat het heen, in wat voor een land woon ik? Geert Wilders is niet de grootste geworden met zijn beweging (ik vind het meer een beweging dan een partij). Maar wel de 2e van ons land met 20 zetels. Een heel groot deel van de Nederlanders heeft op hem gestemd. Dat is een teken aan de wand, daar moet een antwoord op gevonden worden. Maar welk antwoord? Dat soort vragen gonst door mijn hoofd. En voor ik het weet verlies ik mezelf te midden van de reuring en stemmingmakerij.

Dan heb ik het nodig om zo te zitten, in de voorjaarszon, kijkend naar de krokusjes.
Langzaam wordt het stiller. En dan herinner ik me dat ik in de bijlage van de krant van zaterdag een kop voorbij had zien komen: ‘Dat ene zetje heeft iedereen nodig.’ Ik pak het artikel er nog eens bij. Het is een interview met schrijver en regisseur Eric de Vroedt.
Hij zegt: ‘Ik denk dat migrantenjongeren te weinig mensen om zich heen hebben voor gesprekken waarbij iemand je net dat ene zetje geeft. Dat vind ik de grote tragiek van jongens uit buurten als de Schilderswijk: wel heel veel kritiek over je heen krijgen, maar net niet die ene leraar treffen die je matst bij een mondeling omdat hij vertrouwen in je heeft. Wij denken te vaak dat we het succes aan onszelf te danken hebben, maar dat is niet waar, want wij hebben in ons leven continu zetjes gekregen. En het is te makkelijk om te zeggen: je moet het op eigen kracht kunnen.’

Ik krijg een flashback van een moment op de middelbare school, dat we een vrij opstel voor Nederlands moesten inleveren. Ik weet nog dat ik eindeloos aan het wikken en wegen was waar ik over zou schrijven. De vrijheid blokkeerde me, er was zoveel mogelijk en ik wilde het goed doen. Nederlands was mijn favoriete vak. En toen ineens was het de avond voordat het moest worden ingeleverd, paniek. Wat ik toen heb gedaan is een verhaal gepakt uit de National Geographic (naast Elsevier het enige tijdschrift bij ons in huis) over een vrachtwagenchauffeur die verongelukte, en daar een eigen draai aan gegeven.
Na een week kregen we allemaal onze opstellen beoordeeld terug, behalve ik, de leraar vroeg me even te blijven na de les. Ik schrok. ‘Ik ben erbij’, dacht ik, en mijn hart bonkte in mijn keel. Maar het liep anders. Hij prees me en zei dat het een opmerkelijk goed verhaal was, hoe was ik erop gekomen om daarover te schrijven? Ik schaamde me en bekende dat het niet van mij was maar uit de National Geographic. Er viel een ongemakkelijke stilte, dat herinner ik me nog goed. En toen vroeg hij me of ik het artikel mee wilde nemen naar school, hij wilde het lezen. Dat deed ik.
Een week later kwam hij nogmaals naar me toe, met mijn opstel, er stond een 9 boven. Ik was stomverbaasd. Hij zei: ‘Je hebt heel goed werk geleverd. Je hebt een lastig leesbaar Engels artikel als spin-off gebruikt en daar op een originele manier je eigen draai aan gegeven. Dat doen schrijvers. Ga zo door.’

Ik herinner me dit moment nog als de dag van gisteren; waar in de gang van onze school we stonden, hoe ik me voelde en de pijp die mijn leraar in en uit zijn mond haalde terwijl hij met me sprak (toen rookte sommige leraren kennelijk nog een pijp?). Ik vermoed dat het komt omdat dit een belangrijk en stimulerend moment is geweest in mijn leven: dat ene zetje dat maakte dat ik net genoeg vertrouwen kreeg om door te gaan met schrijven, op mijn manier.

Wij denken te vaak dat we het succes aan onszelf te danken hebben, maar dat is niet waar, want wij hebben in ons leven continu zetjes gekregen. Zittend op het terras ontvouwt zich voor mijn geestesoog een ketting aan ‘zinnige zetjes’ in mijn leven van heel uiteenlopende mensen. Dankbaar ben ik daarvoor.
Ik vind het heel waardevol dat Eric de Vroedt juist dit element er uitlicht in deze tijd: als we wat vaker met die blik om ons heen zouden kijken: wie in mijn omgeving zie ik teveel op eigen kracht worstelen? Wie kan er wel een zetje gebruiken? En daar dan naar handelen. Wie weet wat voor een leefklimaat daaruit voortkomt, en het fijne is: dat kunnen we zelf, daar hebben we geen politici voor nodig.

Advertenties

7 thoughts on “Net dat ene zetje

  1. Was het Meneer Van der Mark of toch Van Dongen…. -;)?

    Groetjes,
    Jeroen

  2. Mooie basis voor jouw schrijverschap, Marthe. Ikzelf begeleid twee van dat soort jongeren: m’n eigen kinderen, die lichtbruin getinte halfbloedjes zijn in een overwegend blanke, blonde en doorgaans rijk bedeelde gemeente. En hoop -naast andere relevante betrokkenen- zelf diverse zetjes voor hen te zijn, welke ik tijdens mijn eigen jonge jaren bijzonder weinig heb gekregen, maar tijdens mijn verdere opgroeiende leven des te meer…!

Reacties zijn gesloten.